Docentcoaches Lili en Nelleke over de training Didactisch Coachen | Blog
030 265 7658 September Onderwijs

Input door de docent, is output bij de leerling: docentcoaches Lili en Nelleke over de training Didactisch Coachen

“Er ging echt een wereld voor me open toen ik zag wat didactisch coachen aan leeropbrengst kan genereren. Ik hoop hiermee een stap te zetten in de richting die ik altijd al op wilde als docent.” Lili Kooper en Nelleke Veels zijn beide werkzaam als docent op het Leidsche Rijn College in Utrecht. Naast het docentschap, zijn zij docentcoach en begeleiden ze andere docenten in hun onderwijsvoering. Bij September Onderwijs volgden zij de training Didactisch Coachen. Wij spraken hen uitgebreid over hun ervaring met deze training. 

Lili Kooper is al haar hele leven werkzaam in het onderwijs. Op het LRC geeft zij sinds vier jaar Nederlands. Nelleke Veels werkt al twaalf jaar op het LRC, waar ze hoofdzakelijk docent geschiedenis in de onderbouw is. Beide zijn zij ook docentcoach. 

Lili: “Ik heb de training Didactisch Coachen gevolgd en vond dat zo interessant, dat ik zelf intern docenten ben gaan begeleiden in hun onderwijsvoering. Ik loop mee met een trainer van September en de bedoeling is dat we uiteindelijk zelf de trainingen intern kunnen gaan geven. Er ging echt een wereld voor me open toen ik zag wat didactisch coachen aan leeropbrengst kan genereren.”

Nelleke: “Onze tak van sport is de zittende collega’s begeleiden met het didactisch coachen. Al een hele tijd zet ik mij in om de vraag “Wat willen leerlingen nu eigenlijk” te beantwoorden. We zijn allerlei andere scholen gaan bezoeken, wat één grote inspiratiesessie was. Met didactisch coachen hoop ik dat we weer een stap zetten in de richting die ik altijd al op wilde als docent.”

Lili: “Als je al lang in het onderwijs zit, ben je steeds minder bezig met het vak dat je geeft, dat geldt tenminste voor mij. Wat voor mij meer centraal staat is: hoe leren kinderen? Hoe ga je ze in de hectiek van de dag bij de kladden pakken en ze interesseren en weer oppeppen? Een schooldag is voor een kind een vrij zwaar programma en vaak ook best eentonig. Ik heb enorm de behoefte om leerlingen overal bij te betrekken en voel me soms net een grote trukendoos. Toen dit hier een beleidsonderdeel werd dacht ik, daar moet ik in springen!”

“Hoe ga je ze in de hectiek van de dag bij de kladden pakken en ze interesseren en weer oppeppen?”

Op de vraag wát leerlingen dan eigenlijk willen, kan Nelleke kort zijn: “Leerlingen willen vooral keuzemogelijkheden en afwisseling. Zelf aan het roer staan en weten waarom ze iets doen. Dus niet omdat ík het zeg als docent. ‘Omdat de juf het zegt’ moet nooit een motivatie zijn. Als je kijkt naar de basisscholen, voeren ze daar het concept wat wij nu proberen in te voeren al een hele tijd. Als de leerlingen dan op de middelbare school komen, leren ze eigenlijk heel snel af dat je keuzes kunt maken en verantwoordelijkheid kunt nemen. Alles draait om cijfers. Als je vanaf klas 1 de leraren traint om het op dezelfde manier aan te pakken, zullen de leerlingen denken: dit is eigenlijk vergelijkbaar met hoe ik het op de basisschool gewend was.”

“’Omdat de juf het zegt’ moet nooit een motivatie zijn.”

Nelleke: “Input door de docent, is output bij de leerling. Dat is mij het meest bijgebleven uit de training Didactisch Coachen. Als ik veel tijd besteed aan een grondige voorbereiding van mijn les, dan heb je een hoge output bij de leerlingen.”

“Input door de docent, is output bij de leerling”

Lili: “Niet alleen maar zenden, maar vragen stellen. Dit is bij mij weer veel meer top of mind dankzij de categorievragen. Vraag eens waar iemand behoefte aan heeft, in plaats van alleen maar te zenden. Schakel jezelf eens even uit. Dat is voor veel mensen moeilijk, maar ik denk dat het de leerlingen compleet in hun kracht kan zetten. Als een leerling een vraag stelt, geef ik eigenlijk nooit een direct antwoord. Bij een vraag als: “Wanneer is de toets?”, kom ik met een wedervraag als: “Waar zou je dit kunnen opzoeken?” Het gaat er namelijk om dat ze zelfredzaam worden.”

Nelleke: “Sinds ik bezig ben met het formatief lesgeven, ben ik eigenlijk ook gestopt met het klassikaal lesgeven. Als ik door de school loop en ik kom na een kwartier weer langs hetzelfde lokaal, dan denk ik: die leraar staat nog stééds te praten! Ik vraag altijd: “Wie heeft er moeite met de stof? Kom dan lekker aan mijn bureautje!” Vaak komen er dan 7-8 kinderen bij mij zitten, meestal ook wisselend van samenstelling. Ook dat heeft weer te maken met eigen verantwoordelijkheid geven en nemen. Natuurlijk kunnen we best klassikaal een filmpje bekijken, een oefenopdracht doen of huiswerk bespreken. Onze lessen duren 60 minuten, waarvan ik er maximaal 20 aan het woord wil zijn, verdeeld over de les. Wat ik binnenkort wil gaan proberen, is om bij het nakijken van de toetsen van elke toets een kopietje te maken en deze al wel te voorzien van commentaar, maar nog niet van punten. Ze krijgen de toets dan terug en kunnen zichzelf dan afvragen hoeveel punten ze gekregen zullen hebben. Hierdoor moeten ze echt kritisch naar hun eigen antwoord gaan kijken en mijn feedback lezen.”

Lili: “Ik merk dat als ik in een gesprek met een leerling op mijn vraagstelling let, ze zich gezien en gehoord voelen en dat er echt bereidheid is om vanwege de persoonlijke aandacht een leerstap te maken. De zogenaamde fixed mindset is het probleem bij veel leerlingen. “Nou mevrouw, dat kan ik toch niet!” Ik zeg dan: “Nouja, zolang je daarvan overtuigd bent, dan gaat het ook niet. Maar durf je het nog een kans te geven?” Er zit ook van alles in die koppies, dingen die ze hebben meegemaakt waardoor ze onzeker zijn geworden. Als je drie jaar lang hoort dat je iets niet kan, moet je in je hoofd echt even een switch maken. Onlangs heb ik tegen een heel ambitieuze leerling, bij wie dyslexie haar struikelblok is gezegd: laat het los. Ja, je maakt spelfouten, maar geniet ook eens van alles wat je wél kan, bijvoorbeeld van je mooie gedachten en zinnen. Laat het los en so be it! Ze was hier heel blij mee. “

Nelleke: “Dat is ook echt de lol van leraar zijn. De kleine gesprekjes die misschien niet wereldveranderend zijn, maar er wel echt toe doen en in hun ontwikkeling een bijdrage leveren. Af en toe een luisterend oor zijn zodat zij leeg kunnen lopen en 5 kilo lichter de school verlaten.”

“Af en toe een luisterend oor zijn zodat zij leeg kunnen lopen en 5 kilo lichter de school verlaten.”

Lili: “Eigenlijk draait het helemaal niet zo om het vak wat je als docent geeft. Je hebt vakdocenten en docenten die op de relatie zitten. Wij behoren beide tot die laatste groep.”

Nelleke: “Ik vind het vak een middel om in contact te komen met de leerlingen, ik had net zo goed Nederlands kunnen geven. Ik probeer met mijn leerlingen een persoonlijk gesprek te voeren, wat bij de één beter lukt dan bij de ander. Soms klikt het wat minder of willen ze simpelweg niet, ook dat is ze goed recht. Input is output. Als ik goed werk lever, dan werken zij met me mee. Maar heb ik een simpele les waarbij we enkel een tekst lezen en een opdracht maken – de basis dus – dan doen ze dat met veel morren. Eigenlijk heb je dan ook geen lol in de les, zowel als docent, als leerling zijnde. Wanneer je verschillende werkvormen uitprobeert en die ook regelmatig blijft herhalen zodat ze het ook begrijpen, vinden ze het leuk. Spelenderwijs leren en puzzelen: daar worden ze enthousiast van!”

“Ik vind het vak een middel om in contact te komen met de leerlingen.”

Lili: “In de bovenbouw zijn we natuurlijk vaak bezig met dingen die voor het eindexamen boven je hoofd hangen. Om daar wat afwisseling in te brengen, heb ik ze onlangs over een heel saai onderwerp een kwartet- of ganzenbord spel laten maken. Ouderwets, maar ze gingen helemaal aan! Een klas die normaal gesproken best wel in de weerstand zit of een slome houding kan hebben, ging zwijgend in groepjes aan het werk. Ik kreeg hier zelf ook ontzettend veel energie van en het gaf mij het inzicht dat kinderen willen spelen en iets willen maken. Het boeit ze niets dat het saaie stof is, ze maken er zelf gewoon iets leuks van. Ik was echt verrast en weer helemaal verzoend met mijn vak.”

“Tijdens de terugkombijeenkomsten van de training hoorden we dat praktische werkvormen zoals de ‘stille wand discussie’ of de ‘expertmethode’ erg in de smaak vielen en dat hier best nog meer aandacht voor mag komen. Praktische handvatten zijn altijd goed. Werkvormen die bij elke docent van toepassing kunnen zijn en de praktische voorbeelden hierbij mogen met legio uitgestort worden, daar kunnen we nooit genoeg van krijgen. Dan kun je er precies uithalen wat bij jou past. Het fijnste aan de training Didactisch Coachen was de snelle afwisseling van theorie behandelen, even sparren, zelf iets doen en dat weer even teruggeven aan een ´maatje´. Erg prettig, die korte blokjes. Precies zoals leerlingen het ook fijn vinden om te leren, heel activerend. Ook de theorie vond ik heel verfrissend en behapbaar. Dankzij de positieve vibe van de docent was het een feestje!

Mede dankzij de training ben ik me ervan bewust geworden dat de toon waarop je dingen zegt en de woordkeuze die je gebruikt heel belangrijk zijn. Woorden als ‘moeten’. Ik hoor zo vaak mensen op een onbenullige, dominante of juist onderdanige manier dingen zeggen. Dan denk ik: je zou je eens bewust moeten worden van hoe dit overkomt. Dit neem ik mee in mijn lessen, maar ook zeker thuis in mijn privéleven.”

Ook benieuwd naar de training Didactisch Coachen en wil je weten wat de mogelijkheden zijn voor jou of jouw team?
Klik hier voor meer informatie.