Pedagogisch-didactisch handelen opbouwen gaat niet van de ene op de andere dag, maar met een duidelijk plan kom je in 8 weken al een heel eind. Dit stappenplan helpt je om klassenmanagement, instructie, differentiatie en formatief handelen stap voor stap te oefenen en te verankeren in je dagelijkse lespraktijk. Je begint met de basis en bouwt elke twee weken verder op wat je al hebt geleerd. Zo wordt het behapbaar, concreet en echt toepasbaar.
Wat je nodig hebt om te beginnen
Voordat je aan de slag gaat, is het handig om een aantal dingen op orde te hebben. Je hoeft geen perfecte docent te zijn om te starten, maar een beetje voorbereiding maakt het verschil.
- Een lesschrift of digitaal document om observaties en reflecties bij te houden
- Toegang tot leerlinggegevens zoals toetsresultaten of observatienotities
- Een collega of mentor die je af en toe wil observeren en feedback wil geven
- Bereidheid om elke twee weken één concrete gewoonte te veranderen of toe te voegen
- Ongeveer 15 tot 30 minuten per week voor reflectie buiten de les
Je hoeft dit traject niet perfect te doorlopen. Het gaat erom dat je elke stap bewust zet en leert van wat je in de klas ziet. Klaar? Dan beginnen we.
Week 1-2: Bouw een stevige basis in klassenmanagement
Goed klassenmanagement is de basis van alles wat daarna komt. Zonder een rustige, voorspelbare leeromgeving is het lastig om instructie, differentiatie of welke andere aanpak dan ook effectief in te zetten. Gebruik de eerste twee weken om bewust te kijken naar hoe jij de structuur in je klas organiseert.
- Schrijf drie momenten op in een les waarop de rust of aandacht wegvalt. Dit zijn je verbeterpunten.
- Kies één concrete aanpassing: een duidelijker startritueel, een vaste overgangsroutine of een helder signaal voor stilte.
- Pas die aanpassing drie lessen achter elkaar toe en noteer wat je ziet veranderen.
- Bespreek je observaties met een collega of mentor, ook al is het maar vijf minuten.
Na twee weken zou je moeten merken dat de klas sneller tot rust komt en dat jij minder energie kwijt bent aan orde houden. Dat is het teken dat je klaar bent voor de volgende stap.
Week 3-4: Zet expliciete directe instructie in de praktijk
Met een stabielere klassenomgeving op zak is het tijd om je instructie onder de loep te nemen. Expliciete directe instructie (EDI) helpt je om leerstof helder en stapsgewijs aan te bieden, zodat leerlingen precies begrijpen wat ze moeten doen en waarom.
- Kies één les per week waarbij je de EDI-structuur bewust toepast: activeer voorkennis, modelleer de nieuwe stof, laat leerlingen oefenen met begeleiding en sluit af met zelfstandige verwerking.
- Formuleer je leerdoel voor die les in één zin die leerlingen zelf kunnen begrijpen en herhalen.
- Gebruik tijdens de instructie hardop denken: verwoord je eigen denkproces zodat leerlingen zien hoe jij een probleem aanpakt.
- Controleer aan het einde van de instructiefase of leerlingen het leerdoel kunnen verwoorden, bijvoorbeeld met een korte vraag aan de klas.
Verifieer je voortgang door te kijken of leerlingen de overgang van instructie naar zelfstandig werken soepeler maken. Als minder leerlingen vragen stellen tijdens de verwerkingsfase, werkt jouw instructie beter.
Week 5-6: Pas differentiatie toe op basis van leerlingdata
Nu je instructie structuur heeft, kun je gaan kijken naar de verschillen tussen leerlingen. Differentiëren hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het gaat erom dat je bewuste keuzes maakt op basis van wat je weet over je leerlingen, in plaats van iedereen precies hetzelfde aanbod te geven.
- Bekijk de resultaten van de laatste toets of opdracht en verdeel je klas in drie groepen: leerlingen die de stof nog niet begrijpen, leerlingen die het begrijpen en leerlingen die meer uitdaging aankunnen.
- Pas voor één les de verwerkingsopdracht aan: geef groep één extra ondersteuning of een vereenvoudigde versie, groep twee de standaardopdracht en groep drie een verdiepende variant.
- Observeer tijdens de les hoe de drie groepen reageren. Noteer wat goed gaat en wat je de volgende keer anders wil doen.
- Herhaal dit in de tweede week met een andere les of een ander vak.
Na deze twee weken heb je twee concrete lessen gedraaid waarbij je actief differentieerde op basis van data. Je zult merken dat leerlingen meer betrokken zijn als het aanbod beter aansluit bij hun niveau.
Meer tips?
Week 7-8: Versterk eigenaarschap met formatief handelen
In de laatste twee weken voeg je formatief handelen toe aan je aanpak. Dit is de manier waarop je continu in de gaten houdt waar leerlingen staan in hun leerproces, en hoe je daar direct op inspeelt. Het doel is dat leerlingen zelf ook meer inzicht krijgen in hun eigen leren.
- Stel tijdens elke les minstens twee gerichte vragen die je inzicht geven in het begrip van de klas. Vermijd ja/nee-vragen en kies voor vragen die leerlingen laten uitleggen of redeneren.
- Gebruik een eenvoudige formatieve techniek, zoals een exit-ticket aan het einde van de les: leerlingen schrijven op wat ze hebben geleerd en wat nog onduidelijk is.
- Gebruik de antwoorden van het exit-ticket om de volgende les mee te starten: bespreek de meest voorkomende misverstanden kort klassikaal.
- Geef leerlingen ruimte om zichzelf te beoordelen: laat ze aan het begin van een nieuwe opdracht aangeven hoe zeker ze zich voelen over de leerstof.
Aan het einde van week 8 heb je een werkwijze waarbij leerlingen actief betrokken zijn bij hun eigen leerproces. Dat is het fundament van eigenaarschap.
Controleer je voortgang na 8 weken
Na acht weken is het tijd om terug te kijken. Niet om jezelf te beoordelen, maar om te zien wat je hebt opgebouwd en waar nog ruimte is om te groeien.
- Vergelijk je lesnotities van week 1 met die van week 8. Wat is er veranderd in de sfeer in de klas?
- Vraag een collega of mentor om een lesbezoek te doen en feedback te geven op één specifiek aspect van je pedagogisch-didactisch handelen.
- Kijk naar de leerlingresultaten: zijn er verbeteringen zichtbaar in betrokkenheid, opdrachtkwaliteit of toetsscores?
- Reflecteer eerlijk op welk van de vier onderdelen nog de meeste aandacht verdient: klassenmanagement, instructie, differentiatie of formatief handelen.
Een goede vuistregel: als je jezelf op drie van de vier onderdelen bewust en gestructureerd ziet handelen, heb je een sterke basis gelegd. Dat is een resultaat om trots op te zijn.
Veelvoorkomende struikelblokken en hoe je ze oplost
Bijna elke startende docent loopt ergens in dit traject vast. Dat is normaal en hoort erbij. Hier zijn de meest voorkomende obstakels en wat je eraan kunt doen.
Je hebt het gevoel dat je te weinig tijd hebt
Probeer niet alles tegelijk te veranderen. Dit traject is bewust opgebouwd in blokken van twee weken, zodat je één ding goed kunt oefenen voordat je verder gaat. Als het echt te veel voelt, kies dan binnen een blok één les per week om er bewust mee te oefenen in plaats van elke les.
Je weet niet of je het goed doet
Vraag actief om feedback. Een korte observatie van een collega, zelfs maar tien minuten, geeft je al heel veel informatie. Schrijf ook je eigen observaties op na de les: wat ging goed, wat wil je de volgende keer anders doen? Die reflectie is op zichzelf al een vorm van professionele groei.
Leerlingen reageren anders dan verwacht
Niet elke techniek werkt meteen bij elke groep. Als een aanpak twee keer niet werkt, pas hem dan aan in plaats van hem te blijven herhalen. Kijk wat er specifiek niet aanslaat en stel één element bij. Kleine aanpassingen leveren vaak meer op dan een complete koerswijziging.
Je verliest motivatie halverwege
Dat is een signaal om even stil te staan bij waarom je dit traject begon. Schrijf voor jezelf op wat je al hebt bereikt, hoe klein ook. Vooruitgang is niet altijd spectaculair zichtbaar, maar het is er wel.
Hoe wij helpen met didactisch coachen
Dit stappenplan geeft je een goede start, maar soms heb je meer nodig dan een plan op papier. Bij September Onderwijs bieden we het Didactisch Coachen programma aan, een masterclass met borgingstraject dat je helpt om het denkproces van leerlingen planmatig en gestructureerd te stimuleren.
Dit is wat je van ons programma kunt verwachten:
- Een praktijkgerichte aanpak waarbij theorie direct wordt vertaald naar jouw lespraktijk
- Concrete coachingstechnieken die motivatieverhogend en leerbevorderend werken
- Borging via lesbezoeken, intervisie en coaching, zodat nieuwe vaardigheden echt beklijven
- Begeleiding door ervaren trainers die weten hoe het er in de klas aan toe gaat
- Een programma dat aansluit op jouw situatie, of je nu net begint of al een paar jaar voor de klas staat
Wil je weten of dit programma bij jou past? Neem contact op en we kijken samen naar de beste stap vooruit.


