EDI, ofwel Expliciete Directe Instructie, is een gestructureerde aanpak waarbij de docent stap voor stap nieuwe lesstof introduceert, controleert of leerlingen het begrijpen en pas verdergaat als dat het geval is. Docenten overtuig je van de voordelen van EDI niet door theorie te presenteren, maar door ze de methode zelf te laten ervaren, resultaten zichtbaar te maken en ze actief te betrekken bij de invoering. In dit artikel lees je precies hoe je dat stap voor stap aanpakt.
Begrijp de weerstand die docenten voelen tegen EDI
Voordat je collega’s kunt overtuigen, is het nuttig om te begrijpen waarom ze terughoudend zijn. Weerstand tegen EDI komt zelden voort uit onwil. Vaker speelt er iets anders: het gevoel dat EDI te rigide is, dat het geen ruimte laat voor eigen stijl of dat het “toch niet bij mijn vak past”. Sommige docenten associëren de methode met saai frontaal onderwijs, terwijl EDI juist actieve betrokkenheid van leerlingen vraagt.
Neem die weerstand serieus. Vraag door in plaats van te overtuigen. Stel vragen als: “Wat zou jou helpen om dit een eerlijke kans te geven?” of “Welk onderdeel van EDI roept bij jou de meeste vraagtekens op?” Zo creëer je een gesprek in plaats van een debat. Pas als je weet waar de scepsis vandaan komt, kun je gericht reageren.
- Herken veelvoorkomende bezwaren: te strak, te veel voorbereiding, niet passend bij hogere leerjaren
- Valideer het gevoel achter de weerstand zonder het bezwaar te bevestigen
- Gebruik de weerstand als startpunt voor een open gesprek over wat wél werkt voor de docent
Controleer of je de weerstand goed begrijpt door samen te vatten wat de docent zegt en te vragen of je het goed hebt. Dat geeft vertrouwen en opent de deur voor de volgende stap.
Maak de voordelen van EDI concreet en zichtbaar
Abstracte voordelen overtuigen niemand. “EDI verhoogt de leeropbrengsten” klinkt mooi, maar zegt weinig voor een docent die midden in een drukke week staat. Maak het concreet: wat merkt een docent morgen al als hij of zij één EDI-principe toepast?
Koppel elk voordeel aan een herkenbare situatie in de klas. Denk aan het moment waarop je instructie geeft en je halverwege de les merkt dat de helft van de klas je niet meer volgt. EDI geeft je daar een antwoord op: door tijdens de instructie gerichte controlevragen te stellen, weet je eerder waar leerlingen vastlopen en hoef je niet achteraf bij te sturen.
- Kies één concreet voordeel dat aansluit bij een pijnpunt van de docent, zoals minder herhaling nodig of een rustigere klas
- Beschrijf een situatie waarin dat voordeel direct zichtbaar wordt in de les
- Laat de docent zelf bedenken hoe dat er in zijn of haar vak uit zou zien
Als de docent zelf verbanden legt tussen EDI en zijn dagelijkse praktijk, is de overtuiging veel sterker dan wanneer jij die verbanden legt.
Gebruik collegiale observatie als overtuigingsmiddel
Zien werkt beter dan horen. Een van de meest effectieve manieren om docenten warm te maken voor EDI is hen een les laten observeren waarin de methode goed wordt toegepast. Dat hoeft geen perfecte modelles te zijn. Juist een les waarbij je ook de twijfels en aanpassingen van de docent ziet, maakt het herkenbaar en realistisch.
Organiseer een lesbezoek bij een collega die al werkt met EDI en bereid het voor met een korte focusvraag. Zo kijkt de observerende docent gericht en heeft hij of zij na afloop iets concreets om op te reflecteren.
- Vraag een docent die positief staat tegenover EDI om een les open te stellen voor observatie
- Geef de observerende docent één gerichte kijkvraag mee, zoals: “Let op hoe de docent controleert of leerlingen de instructie begrepen hebben”
- Plan direct na de les een kort nagesprek van tien minuten om indrukken te delen
Na de observatie merk je vaak dat de drempel lager is geworden. De docent heeft EDI niet meer alleen als concept gezien, maar als iets wat een echte collega in een echte klas doet.
Meer tips?
Betrek docenten actief bij de invoering van EDI
Docenten die meedenken over de invoering van EDI zijn veel meer bereid om ermee aan de slag te gaan dan docenten die een kant-en-klaar plan krijgen voorgelegd. Eigenaarschap begint bij inbreng. Geef docenten dus een rol in hoe EDI op jullie school vorm krijgt.
Stel een kleine werkgroep samen van docenten met verschillende achtergronden en ervaringsniveaus. Laat hen meedenken over hoe EDI past bij de bestaande aanpak, welke onderdelen prioriteit krijgen en hoe de implementatie gefaseerd kan verlopen. Dat vergroot het draagvlak en levert ook betere plannen op, omdat de mensen die het gaan uitvoeren direct betrokken zijn.
- Vraag docenten welke EDI-onderdelen zij het meest relevant vinden voor hun eigen lespraktijk
- Laat de werkgroep een voorstel maken voor de eerste stappen, inclusief een realistisch tijdpad
- Geef de werkgroep zichtbaarheid in het team, zodat collega’s weten dat dit niet van bovenaf wordt opgelegd
Controleer of iedereen zich gehoord voelt door regelmatig te vragen wat er nog onduidelijk is of wat er beter kan. Dat voorkomt dat weerstand ondergronds gaat.
Bied laagdrempelige oefenmomenten aan
EDI leer je niet uit een boek. Je leert het door het te doen, te reflecteren en opnieuw te proberen. Zorg daarom voor oefenmomenten waarbij de drempel laag is: geen beoordeling, geen publiek, gewoon ruimte om te experimenteren.
Microteaching is hiervoor een nuttig middel. Docenten oefenen een kort instructiemoment van vijf tot tien minuten met een kleine groep collega’s als “leerlingen”. Daarna volgt directe, concrete feedback. Dat voelt veilig en levert snel inzichten op die docenten direct kunnen meenemen naar hun eigen klas.
- Plan een sessie van maximaal een uur waarin twee of drie docenten om beurten een kort instructiemoment oefenen
- Gebruik een eenvoudig feedbackformat: wat ging goed, wat kan concreter of duidelijker?
- Sluit af met één persoonlijk actiepunt per deelnemer voor de komende week
Na zo’n sessie hebben docenten niet alleen iets geleerd over EDI, maar ook over zichzelf als instructeur. Dat maakt de stap naar de echte klas veel kleiner.
Borging: houd het enthousiasme voor EDI levend
De echte uitdaging begint na de eerste enthousiaste fase. Zonder borging zakt nieuwe kennis snel weg in de drukte van het schooljaar. Borging betekent niet dat je EDI blijft herhalen totdat iedereen het zat is. Het betekent dat je momenten inbouwt waarop docenten hun ervaringen delen, vragen stellen en verder groeien.
Denk aan korte vaste momenten in teamvergaderingen, intervisiegesprekken of lesbezoeken met gerichte feedback. Maak het concreet en klein: tien minuten per vergadering om één EDI-ervaring te delen is genoeg om de methode levend te houden. Koppel borging ook aan zichtbare resultaten in de klas, zodat docenten merken dat hun inspanning iets oplevert.
- Plan na de eerste implementatiefase een evaluatiemoment: wat werkt al goed, wat vraagt nog aandacht?
- Bouw vaste terugkeerstructuren in, zoals een maandelijks EDI-moment in het teamoverleg
- Vier kleine successen expliciet: benoem wat je ziet verbeteren in de klas
Borging is gelukt als docenten EDI niet meer ervaren als iets wat “ingevoerd” is, maar als een gewoon onderdeel van hoe ze lesgeven.
Hoe wij helpen met didactisch coachen en EDI
Bij September Onderwijs weten we hoe lastig het is om een methode als EDI duurzaam in te bedden in de dagelijkse praktijk van een school. Enthousiasme na een training is mooi, maar wat telt is wat er weken later nog zichtbaar is in de klas. Daarom bieden we een programma aan dat verder gaat dan een eenmalige workshop.
Ons Didactisch Coachen programma is een masterclass met een volledig borgingstraject, specifiek gericht op planmatig en gestructureerd coachen en feedback geven. Docenten leren hoe ze het denkproces van leerlingen stimuleren op een manier die motivatieverhogend en leerbevorderend werkt. Wat we bieden:
- Een praktijkgerichte masterclass die aansluit op de dagelijkse lespraktijk
- Een borgingstraject dat zorgt dat nieuwe vaardigheden ook echt beklijven
- Begeleiding door ervaren trainers die zelf uit het onderwijs komen
- Programma’s die we afstemmen op de specifieke behoeften van jouw school of team
Wil je weten hoe we dit aanpakken voor jouw school? Neem contact met ons op en we denken graag met je mee over een aanpak die past.


