Een training over OP3 volgen is één ding. Zorgen dat wat docenten leren ook daadwerkelijk beklijft in de klas, is een heel ander verhaal. Veel scholen merken dat de energie na een trainingsdag snel wegebt en dat het dagelijks handelen van docenten na een paar weken terugvalt in oude patronen. Dat is zonde, want de investering is al gedaan en de potentie is er.
In deze handleiding lees je stap voor stap hoe je OP3 borgt na een training, zodat verbeteringen in pedagogisch-didactisch handelen niet bij goede intenties blijven maar zichtbaar worden in elke les. Volg de stappen in volgorde: ze bouwen op elkaar voort.
Breng de beginsituatie per docent in kaart
Begin met een heldere nulmeting voordat je iets organiseert rondom borging. Zonder te weten waar elke docent nu staat, stuur je op gevoel in plaats van op feiten. Een goede beginsituatie geeft richting aan het borgingsplan en voorkomt dat je iedereen over één kam scheert.
- Voer korte individuele gesprekken met docenten over wat zij zelf als sterke punten en ontwikkelpunten zien binnen OP3.
- Bekijk beschikbare observatiedata, eerdere lesbezoekverslagen of zelfreflectieformulieren uit de training.
- Stel per docent vast op welk OP3-onderdeel de meeste groei te verwachten is: klassenmanagement, differentiëren, expliciete directe instructie of activerende werkvormen.
- Leg de uitkomsten vast in een overzicht dat het team als geheel in beeld brengt, zodat je patronen ziet.
Na deze stap heb je een concreet beeld van waar het team als geheel staat en waar individuele docenten de meeste ondersteuning nodig hebben. Dat overzicht is de basis voor alles wat volgt.
Stel een concreet borgingsplan op voor het team
Met de nulmeting in handen stel je een borgingsplan op. Niet een document dat in een la verdwijnt, maar een werkend plan met concrete afspraken, eigenaarschap en een tijdlijn. Een goed borgingsplan maakt duidelijk wie wat doet, wanneer en hoe dat wordt gevolgd.
Zorg dat het plan de volgende elementen bevat:
- Concrete doelen per docent of per team, gekoppeld aan specifieke OP3-indicatoren
- Een vaste structuur van begeleiding: wanneer vinden lesbezoeken plaats, wanneer is er intervisie?
- Verantwoordelijkheden: wie is de kartrekker binnen het team, wie bewaakt de voortgang?
- Tussentijdse ijkpunten: op welk moment evalueer je of de borging op schema ligt?
- Ruimte voor aanpassing: wat doe je als een docent uitvalt of als doelen bijgesteld moeten worden?
Bespreek het plan met het team en vraag actief om input. Docenten die meedenken over de aanpak, voelen meer eigenaarschap en zijn minder snel geneigd om af te haken.
Verankering in de dagelijkse praktijk via lesbezoeken en intervisie
Een plan op papier werkt alleen als het terugkomt in de dagelijkse praktijk. De twee krachtigste instrumenten daarvoor zijn lesbezoeken en intervisie. Ze vullen elkaar aan: lesbezoeken geven inzicht in wat er in de klas gebeurt, intervisie geeft docenten de ruimte om daar samen op te reflecteren.
Organiseer lesbezoeken op een manier die veilig voelt. Geef docenten vooraf duidelijkheid over wat er wordt geobserveerd en koppel elk lesbezoek aan een kort nagesprek met concrete, opbouwende feedback. Gebruik daarvoor een vast observatieformat dat aansluit op de OP3-indicatoren waaraan het team werkt. Zo is de feedback herkenbaar en vergelijkbaar over tijd.
Plan intervisiesessies minimaal eens per zes weken. Gebruik een vaste werkvorm, zoals de vijf-stappenmethode of collegiale consultatie, zodat docenten leren van elkaars ervaringen zonder dat sessies afdwalen. Meer weten over hoe leskwaliteit en OP3 structureel worden verbeterd via een begeleid traject? Dat lees je op onze leskwaliteitspagina.
Meer tips?
Meet de voortgang met zichtbare indicatoren
Borging zonder meting is hopen dat het werkt. Zorg daarom dat je de voortgang van OP3 in kaart brengt met indicatoren die zichtbaar en bespreekbaar zijn voor het hele team.
- Koppel elk OP3-doel aan een meetbare indicator, bijvoorbeeld: “In 80% van de geobserveerde lessen past de docent expliciete directe instructie toe.”
- Gebruik observatieverslagen als databron en vat de bevindingen samen in een teamoverzicht dat regelmatig wordt gedeeld.
- Bespreek de voortgang tijdens teamvergaderingen of werkgroepsessies, niet alleen in bilaterale gesprekken.
- Laat docenten zelf bijhouden hoe zij hun eigen ontwikkeling ervaren, bijvoorbeeld via een korte zelfreflectie na elk lesblok.
Zichtbare voortgang motiveert. Wanneer docenten merken dat hun inspanning leidt tot herkenbare verbetering, groeit de bereidheid om door te gaan. Dat is precies het effect dat je wilt bereiken.
Stuur bij wanneer borging stagneert
Zelfs met een goed plan loopt borging soms vast. Herken de signalen vroeg: docenten die lesbezoeken uitstellen, intervisie die oppervlakkig blijft of doelen die al weken niet bewegen. Stagnatie is normaal, maar vraagt om actie.
Ga in gesprek met de betrokken docent of het team en stel de volgende vragen: Is het doel nog realistisch? Is de ondersteuning toereikend? Zijn er praktische belemmeringen die we kunnen wegnemen? Soms is bijsturen zo simpel als een doel concreter formuleren of een lesbezoek eerder inplannen. Andere keren vraagt het om een andere aanpak of extra begeleiding van buiten het team.
Wees niet bang om bij te sturen. Een borgingsplan dat nooit wordt aangepast, is geen werkend plan maar een stuk papier. Schoolontwikkeling vraagt om een aanpak die meebeweegt met de realiteit van het team.
Verankering in schoolbeleid voor langetermijnresultaat
De laatste stap is de meest duurzame: zorg dat OP3 niet afhankelijk blijft van een traject of een externe impuls, maar onderdeel wordt van het schoolbeleid. Pas dan is borging echt geborgd.
Denk daarbij aan het opnemen van OP3-indicatoren in het personeelsbeleid, het jaarplan of het kwaliteitsbeleid van de school. Maak lesbezoeken en intervisie een structureel onderdeel van de schoolcultuur, niet iets wat alleen plaatsvindt als er een inspectiebezoek aankomt. Leg afspraken vast in bestaande beleidsdocumenten zodat ze ook standhouden bij wisselingen in het team of de leiding.
Wanneer OP3 verankerd is in het beleid, hoef je niet telkens opnieuw te beginnen. Nieuwe docenten stromen in binnen een cultuur waar pedagogisch-didactisch handelen serieus wordt genomen en continu wordt ontwikkeld. Dat is het fundament voor blijvende leskwaliteit.
Hoe wij helpen met het borgen van OP3 na training
Bij September Onderwijs weten we uit meer dan 15 jaar ervaring dat een training pas echt waarde heeft als de nieuwe vaardigheden ook beklijven in de klas. Daarom stoppen wij niet bij de trainingsdag. We ondersteunen scholen bij het hele borgingsproces, van nulmeting tot verankering in schoolbeleid.
Wat wij bieden binnen onze OP3-trajecten:
- Begeleide lesbezoeken met concrete, opbouwende feedback gekoppeld aan OP3-indicatoren
- Intervisie en coaching voor teams die samen willen blijven leren
- Maatwerk borgingsplannen die aansluiten op de schoolcultuur en de inspectieverwachtingen
- Meetbare voortgang die zichtbaar maakt wat er in de klas verandert
- CRKBO en NRTO-gecertificeerd, met een gemiddelde beoordeling van 8,9 van meer dan 500 scholen
Wil je weten hoe een borgingstraject voor jouw school eruitziet? Vraag een offerte aan en we denken graag met je mee. Liever eerst een gesprek? Neem contact met ons op en we plannen een vrijblijvende kennismaking in.


