Pedagogisch-didactisch handelen is de combinatie van hoe je als docent omgaat met leerlingen (pedagogisch) en hoe je de leerstof aanbiedt en begeleidt (didactisch). In de praktijk betekent dit: hoe bouw je een les op, hoe reageer je op gedrag, hoe pas je je aan verschillende leerlingen aan, en hoe weet je of iets is geland? Als startende docent krijg je dit niet kant-en-klaar mee vanuit de opleiding. Dit artikel laat je stap voor stap zien hoe je jouw pedagogisch-didactisch handelen concreet verbetert, van zelfanalyse tot lesbezoek.
Breng je huidige pedagogisch-didactisch handelen in kaart
Voordat je iets kunt verbeteren, moet je weten waar je nu staat. Veel startende docenten hebben een vaag gevoel dat iets “niet lekker loopt”, maar kunnen het niet precies benoemen. Begin daarom met een eerlijke zelfreflectie op een paar concrete gebieden.
- Schrijf na een les drie dingen op die goed gingen en één ding dat stroef verliep.
- Stel jezelf de vraag: had ik de aandacht van iedereen? Zo niet, op welk moment verloor ik die?
- Kijk naar je eigen instructiemomenten: geef ik duidelijke uitleg, of ga ik te snel verder?
- Noteer welke leerlingen je weinig ziet of hoort tijdens de les.
Na een week bijhouden zie je al patronen. Misschien verlies je de groep altijd bij de overgang van instructie naar verwerking, of merk je dat je onbewust steeds dezelfde leerlingen aanspreekt. Die patronen zijn je startpunt voor gerichte verbetering.
Structureer je les met expliciete directe instructie
Expliciete directe instructie (EDI) is een van de meest onderzochte en effectieve aanpakken voor het verbeteren van leskwaliteit. Het principe is simpel: je maakt elk onderdeel van de les zichtbaar en voorspelbaar voor leerlingen. Dat geeft houvast, zowel voor hen als voor jou.
- Open elke les met een helder leerdoel: “Aan het einde van deze les kun je…”
- Activeer voorkennis met een korte terugblikvraag of een startopdracht van twee minuten.
- Geef je instructie in kleine stappen, met een concreet voorbeeld na elke stap.
- Laat leerlingen de stof eerst samen oefenen (begeleide inoefening) voordat ze zelfstandig aan de slag gaan.
- Sluit de les af met een korte controle: begrijpen ze wat ze geleerd hebben?
Als je deze structuur consequent gebruikt, merk je dat leerlingen sneller weten wat er van hen verwacht wordt. Dat vermindert onrust en geeft jou ruimte om tijdens de les bij te sturen in plaats van steeds opnieuw de opdracht uit te leggen.
Pas differentiatie toe zonder de klas te verliezen
Differentiëren klinkt ingewikkeld, maar het hoeft niet te betekenen dat je voor elke leerling een apart programma maakt. Begin klein en praktisch. De kern is dat je rekening houdt met verschillen in tempo, niveau of aanpak, zonder dat je de controle over de groep verliest.
- Maak twee niveaus van een verwerkingsopdracht: een basisversie en een verdiepingsvariant.
- Gebruik de instructietijd voor de hele groep, en differentieer pas bij de zelfstandige verwerking.
- Geef snelle leerlingen een uitdagingstaak die ze zelfstandig kunnen uitvoeren, zodat jij tijd hebt voor leerlingen die extra uitleg nodig hebben.
- Werk met een vaste signaalafspraak: leerlingen die klaar zijn, weten wat ze doen zonder dat ze jou hoeven te onderbreken.
Differentiatie werkt het beste als het een vaste routine wordt. Leerlingen leren snel wat de verwachting is, en jij hoeft het niet elke les opnieuw uit te leggen. Zo houd je de klas overzichtelijk terwijl je toch recht doet aan verschillende behoeften.
Meer tips?
Gebruik formatief handelen om bij te sturen tijdens de les
Formatief handelen betekent dat je tijdens de les actief informatie verzamelt over wat leerlingen begrijpen, en daar direct op inspeelt. Het gaat niet om cijfers of toetsen, maar om kleine signalen die je helpen te zien of je les aankomt.
- Stel gerichte vragen aan de klas, niet alleen aan de leerlingen die hun hand opsteken.
- Gebruik een exit ticket aan het einde van de les: één vraag op een briefje of digitaal, waarmee je ziet wie het begrepen heeft.
- Laat leerlingen kort samenvatten wat ze geleerd hebben in eigen woorden.
- Reageer zichtbaar op wat je hoort: “Ik merk dat dit onderdeel nog onduidelijk is, laten we dat nog een keer bekijken.”
Het grote voordeel van formatief handelen is dat je niet hoeft te wachten op een toets om te weten of iets is geland. Je stuurt bij terwijl de les nog bezig is, wat voor leerlingen veel effectiever is dan achteraf corrigeren. Bovendien laat je zien dat jij als docent echt let op hoe het gaat, en dat versterkt het vertrouwen in de klas.
Versterk klassenmanagement met pedagogische routines
Klassenmanagement is voor veel startende docenten het grootste struikelblok. De meeste problemen ontstaan niet door “lastige leerlingen”, maar door een gebrek aan duidelijke verwachtingen en vaste routines. Pedagogische routines geven structuur zonder dat je er elke les energie in hoeft te steken.
- Bepaal drie tot vijf vaste regels of afspraken voor jouw klas en bespreek ze expliciet met leerlingen.
- Maak een vaste opstart: leerlingen weten bij binnenkomst al wat ze moeten doen.
- Reageer consistent op gedrag: dezelfde reactie op hetzelfde gedrag, elke keer. Dat geeft voorspelbaarheid.
- Gebruik nabijheid als instrument: loop door de klas tijdens verwerking in plaats van aan je bureau te zitten.
- Geef positieve bekrachtiging concreet en specifiek: niet “goed gedaan”, maar “ik zie dat je de opdracht rustig hebt afgemaakt, dat is precies wat ik bedoel.”
Routines kosten in het begin tijd om in te slijten, maar zodra ze er zijn, werken ze voor je. Leerlingen weten wat ze kunnen verwachten, en jij hoeft minder energie te steken in het herstellen van orde en meer in het daadwerkelijke lesgeven.
Houd je groei bij met lesbezoeken en collegiale feedback
Zelfreflectie is waardevol, maar het heeft een grens: je ziet jezelf niet van buitenaf. Lesbezoeken en collegiale feedback geven je een perspectief dat je zelf niet kunt genereren. Veel startende docenten vinden dit spannend, maar het is een van de snelste manieren om te groeien in je pedagogisch-didactisch handelen.
- Vraag een collega om één les bij te wonen met een specifieke observatiefocus, bijvoorbeeld: “Let op hoe ik omga met leerlingen die afhaken.”
- Bespreek de observatie na met twee concrete vragen: wat zag je dat goed werkte, en wat zou je anders doen?
- Maak het wederkerig: bied ook aan om bij een collega te kijken. Je leert net zoveel van observeren als van geobserveerd worden.
- Noteer je leerpunten en stel jezelf één concreet doel voor de volgende les.
Met deze aanpak bouw je aan een cultuur van leren met je collega’s, in plaats van in isolatie te worstelen met vragen die iedereen heeft. Heb je weinig ruimte voor formele lesbezoeken op school? Dan is externe begeleiding een goede aanvulling.
Hoe wij helpen met didactisch coachen
Wil je verder groeien in je pedagogisch-didactisch handelen met concrete begeleiding? Bij September Onderwijs bieden we het Didactisch Coachen Programma aan: een masterclass met borgingstraject, gericht op planmatig en gestructureerd coachen en feedback geven. Het programma helpt je om het denkproces van leerlingen te stimuleren op een manier die motivatieverhogend en leerbevorderend werkt.
Wat je kunt verwachten:
- Praktijkgerichte training die je direct kunt toepassen in jouw klas
- Een borgingstraject zodat wat je leert ook echt beklijft
- Concrete feedback op jouw eigen handelen als docent
- Begeleiding door ervaren trainers met ruime onderwijservaring
- Een aanpak die aansluit op jouw specifieke situatie en school
We werken al meer dan 15 jaar samen met scholen door heel Nederland en hebben een gemiddelde beoordeling van 8,9. Wil je weten of dit programma bij jou past? Neem gerust contact op en we denken graag met je mee.


