Expliciete Directe Instructie, beter bekend als EDI, is een gestructureerde aanpak waarbij je als docent stap voor stap nieuwe stof aanbiedt, begrip controleert en leerlingen opbouwend begeleidt naar zelfstandig werken. Het werkt omdat het de cognitieve belasting voor leerlingen verlaagt en jou als docent houvast geeft. In dit artikel loop je door de vijf stappen van EDI heen, van leerdoel tot zelfstandig oefenen, zodat je morgen al aan de slag kunt.

Wat je nodig hebt voordat je met EDI begint

Voordat je de les instapt, is het handig om een paar dingen op orde te hebben. EDI vraagt geen dure materialen of ingewikkelde voorbereiding, maar wel een heldere structuur in je hoofd. Zorg dat je de volgende zaken klaar hebt:

  • Een concreet leerdoel dat je voor de les hebt geformuleerd (hierover zo meer)
  • Inzicht in wat leerlingen al weten over het onderwerp
  • Een reeks voorbeelden die je stap voor stap kunt opbouwen in moeilijkheidsgraad
  • Gerichte vragen waarmee je begrip kunt toetsen tijdens de les
  • Een oefening voor begeleid werken en een voor zelfstandig werken

Heb je dit op een rijtje? Dan ben je klaar om de les op te bouwen. EDI vraagt in het begin wat extra voorbereiding, maar naarmate je aan de structuur gewend raakt, gaat het steeds sneller.

Stap 1: formuleer een scherp en meetbaar leerdoel

Begin altijd met een leerdoel dat duidelijk maakt wat leerlingen aan het einde van de les kunnen. Niet “leerlingen leren iets over breuken”, maar “leerlingen kunnen twee breuken met verschillende noemers optellen en het antwoord vereenvoudigen”. Hoe concreter je leerdoel, hoe makkelijker je de rest van je les eromheen bouwt.

  1. Gebruik een actief werkwoord: berekenen, beschrijven, vergelijken, toepassen
  2. Maak het meetbaar: wat zie je als een leerling het leerdoel heeft bereikt?
  3. Beperk je tot één leerdoel per les, zeker als je net begint met EDI
  4. Schrijf het leerdoel op het bord en bespreek het aan het begin van de les met je klas

Na deze stap weet jij precies wat je wilt bereiken, en weten je leerlingen ook wat er van hen wordt verwacht. Dat geeft rust, voor jou én voor hen.

Stap 2: activeer voorkennis met een gerichte opening

Met je leerdoel op zak open je de les door aan te sluiten op wat leerlingen al weten. Dit heet het activeren van voorkennis, en het helpt leerlingen om nieuwe informatie te koppelen aan iets bekends. Zonder die koppeling blijft nieuwe stof veel moeilijker hangen.

  1. Stel twee of drie gerichte vragen over de vorige les of een aansluitend onderwerp
  2. Gebruik een korte activiteit: een mini-quiz, een vraag op het bord of een kort klassengesprek
  3. Koppel de antwoorden van leerlingen expliciet aan het nieuwe leerdoel: “Precies, en dat gaan we vandaag verder uitdiepen”

Controleer of de klas de basiskennis op orde heeft voordat je verdergaat. Merk je dat er grote hiaten zijn? Neem dan even de tijd om die kort te overbruggen. Een goede opening duurt vijf tot tien minuten en legt de basis voor de rest van de les.

Stap 3: geef stapsgewijze instructie met hardop denken

Dit is het hart van EDI. Jij modelt het denkproces door hardop te denken terwijl je een nieuw concept of een nieuwe vaardigheid uitlegt. Leerlingen kijken en luisteren, maar hoeven nog niets zelf te doen. Je laat zien hoe een expert denkt, niet alleen wat het antwoord is.

  1. Introduceer het concept in kleine, logische stappen
  2. Denk hardop: “Ik zie dit getal, en dan denk ik…” zodat leerlingen je redenering kunnen volgen
  3. Gebruik meerdere voorbeelden die oplopen in moeilijkheidsgraad
  4. Vermijd te veel informatie tegelijk: één nieuw element per stap is genoeg
  5. Check tussendoor kort of leerlingen nog meekomen, bijvoorbeeld met een duim omhoog of omlaag

Na de instructiefase moeten leerlingen het concept niet alleen kennen, maar ook begrijpen hoe jij erover nadenkt. Dat is precies wat ze nodig hebben om het straks zelf te proberen.

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Stap 4: controleer begrip met gerichte vragen

Voordat leerlingen zelfstandig aan de slag gaan, controleer je of de instructie is geland. Dit doe je niet door te vragen “Heeft iedereen het begrepen?”, want dat levert zelden eerlijke antwoorden op. Gebruik in plaats daarvan gerichte vragen die leerlingen dwingen om te laten zien wat ze weten.

  1. Stel open vragen die redeneren vereisen: “Waarom kies je hier voor deze aanpak?”
  2. Gebruik cold calling: kies willekeurig een leerling in plaats van te wachten op opgestoken handen
  3. Laat leerlingen antwoorden op een whiteboard of papier schrijven en tegelijk omhooghouden
  4. Geef directe, concrete feedback op de antwoorden die je ziet

Zie je dat meerdere leerlingen het nog niet begrijpen? Ga dan terug naar stap 3 en herhaal de instructie met een ander voorbeeld. Het is verleidelijk om door te gaan, maar leerlingen die de basis missen, lopen later vast. Neem de tijd nu, en je bespaart jezelf problemen later in de les.

Stap 5: begeleid en zelfstandig oefenen opbouwen

Nu is het tijd om leerlingen zelf aan de slag te laten gaan. EDI bouwt dit op in twee fasen: eerst oefenen ze samen met jou, daarna zelfstandig. Die opbouw is bewust: je bouwt het vertrouwen van leerlingen op voordat je ze loslaat.

Begeleid oefenen

Werk de eerste oefening samen met de klas. Jij stelt vragen, leerlingen geven antwoorden, en jij begeleidt het proces. Dit is geen klassikale instructie meer, maar een gezamenlijk denkproces.

  1. Kies een opgave die lijkt op je instructievoorbeelden, maar net iets anders is
  2. Laat leerlingen stap voor stap meedenken: “Wat is de eerste stap hier?”
  3. Corrigeer fouten direct en leg uit waarom iets niet klopt

Zelfstandig oefenen

Pas als je ziet dat de meeste leerlingen het begeleid oefenen aankunnen, geef je ze een zelfstandige opdracht. Loopt een leerling vast? Dan is dat een signaal voor jou om gericht ondersteuning te bieden.

  1. Geef een opdracht die aansluit op het leerdoel van de les
  2. Loop rond en observeer: wie snapt het, wie loopt vast?
  3. Noteer wat je ziet, zodat je de volgende les kunt aanpassen op basis van wat je hebt waargenomen

Aan het einde van de les kijk je terug op het leerdoel dat je aan het begin hebt opgeschreven. Kunnen leerlingen aantonen dat ze het hebben bereikt? Dat is je checkpunt.

Veelvoorkomende struikelblokken bij EDI en hoe je ze oplost

EDI klinkt logisch op papier, maar in de praktijk loop je als startende docent regelmatig ergens tegenaan. Dat is normaal. Hier zijn de meest voorkomende problemen en wat je eraan kunt doen:

  • Je leerdoel is te breed: Als je merkt dat je les alle kanten opgaat, is je leerdoel waarschijnlijk te groot. Knip het op in kleinere stukken en plan meerdere lessen.
  • Leerlingen haken af tijdens de instructie: Dit is vaak een teken dat je te lang aan het woord bent. Wissel instructie af met korte vragen en activeer leerlingen vaker.
  • Je springt te snel naar zelfstandig werken: Neem meer tijd voor begeleid oefenen. Leerlingen die vastlopen tijdens zelfstandig werken, hebben de overgang van instructie naar zelfstandigheid te snel gemaakt.
  • Je weet niet of leerlingen het snappen: Bouw meer controlemomenten in. Kleine checks tijdens de les geven je veel meer informatie dan een toets achteraf.
  • De les loopt uit: Dat is bijna altijd een teken dat het leerdoel te groot is of dat de instructiefase te lang duurde. Oefen met het bewaken van je tijdsindeling per fase.

EDI leer je niet in één les. Het is een vaardigheid die je opbouwt door het te doen, te reflecteren en bij te stellen. Geef jezelf de ruimte om te experimenteren.

Hoe wij bij September Onderwijs helpen met didactisch coachen

EDI invoeren is één ding. Maar het echt beheersen, zodat het een natuurlijk onderdeel wordt van hoe je lesgeeft, vraagt oefening, feedback en begeleiding. Precies daar helpen we je bij.

Ons Didactisch Coachen Programma is een masterclass met borgingstraject, speciaal gericht op het planmatig en gestructureerd coachen en feedback geven in de klas. Het programma:

  • Stimuleert het denkproces van leerlingen op een manier die motivatieverhogend werkt
  • Geeft je concrete technieken die je direct kunt toepassen, ook als je net begint
  • Bevat een borgingstraject zodat wat je leert ook echt beklijft in je dagelijkse lespraktijk
  • Sluit naadloos aan op de EDI-aanpak die je in dit artikel hebt geleerd

Wil je weten of dit programma bij jou past? Neem contact met ons op en we denken graag met je mee over de beste volgende stap in jouw ontwikkeling als docent.

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Misschien vind je dit ook interessant?