De onderwijsinspectie geeft herstelopdrachten op instructie en afstemming wanneer een school onvoldoende scoort op het pedagogisch-didactisch handelen van docenten, met name op het gebied van leskwaliteit, differentiatie en het afstemmen van onderwijs op de behoeften van leerlingen. Dit valt onder het beoordelingskader OP3, dat de inspectie gebruikt om de kwaliteit van het onderwijsleerproces te beoordelen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over herstelopdrachten op instructie en afstemming.

Welke criteria gebruikt de inspectie bij het beoordelen van instructie?

De inspectie beoordeelt instructie aan de hand van de standaard OP3 (Onderwijsproces), die zich richt op het pedagogisch-didactisch handelen van docenten in de klas. Centraal staat de vraag of docenten hun leerlingen actief betrekken, duidelijke uitleg geven en hun instructie aanpassen op basis van wat leerlingen laten zien.

Concreet kijkt de inspectie bij dit beoordelingsonderdeel naar:

  • De helderheid en structuur van de uitleg (expliciete directe instructie)
  • Of docenten leerlingen activeren en betrekken bij de les
  • Of formatief handelen zichtbaar is: stellen docenten vragen om te peilen waar leerlingen staan?
  • Of instructie wordt afgestemd op verschillen tussen leerlingen
  • De mate waarin leerlingen eigenaarschap krijgen over hun eigen leerproces

Het gaat de inspectie niet om een perfect lesformat, maar om de vraag of docenten bewust en planmatig handelen. Inspecteurs kijken daarvoor naar lessen, gesprekken met docenten en leerlingen, en schooldocumenten. Als op meerdere plekken tekortkomingen zichtbaar zijn, kan dat leiden tot een herstelopdracht op pedagogisch-didactisch handelen.

Wat betekent ‘afstemming’ in de context van een inspectieoordeel?

Afstemming betekent in de context van een inspectieoordeel dat docenten hun onderwijs aanpassen op de uiteenlopende behoeften, niveaus en leerstijlen van leerlingen in de klas. De inspectie beoordeelt of een school structureel differentieert en of dit zichtbaar is in het handelen van docenten.

Afstemming gaat verder dan simpelweg een extra taak geven aan snelle leerlingen. Het gaat om een doordachte aanpak waarbij docenten weten wie welke ondersteuning nodig heeft, en daar ook daadwerkelijk op inspelen. Denk aan verlengde instructie voor leerlingen die iets nog niet begrijpen, of verdiepende opdrachten voor leerlingen die verder kunnen.

Wanneer de inspectie constateert dat afstemming onvoldoende is, betekent dat doorgaans dat docenten wel zien dat leerlingen verschillen, maar hier in de praktijk te weinig op inspelen. Dat is een van de meest voorkomende redenen voor een herstelopdracht op dit onderdeel.

Hoe vaak worden herstelopdrachten op instructie gegeven?

Herstelopdrachten op instructie en afstemming behoren tot de meest voorkomende herstelopdrachten die de onderwijsinspectie uitgeeft. Scholen die als zwak of zeer zwak worden beoordeeld, ontvangen vrijwel altijd een herstelopdracht op het onderwijsproces, waarbij instructie en afstemming centrale onderdelen zijn.

Ook scholen die niet als zwak worden aangemerkt maar op een specifieke standaard onvoldoende scoren, kunnen een gerichte herstelopdracht ontvangen. Dit geldt zeker voor OP3, omdat deze standaard direct raakt aan de dagelijkse lespraktijk. Uit inspectierapporten blijkt dat afstemming en formatief handelen regelmatig als verbeterpunten worden benoemd, ook bij scholen die verder goed presteren.

Wat zijn de meest voorkomende redenen voor een herstelopdracht?

De meest voorkomende redenen voor een herstelopdracht op instructie en afstemming zijn tekortkomingen in het zichtbaar maken van leerlingvoortgang, onvoldoende differentiatie en het ontbreken van een gedeelde didactische aanpak binnen het team.

Inspecteurs signaleren in de praktijk vaak een combinatie van de volgende knelpunten:

  1. Onvoldoende formatief handelen: Docenten stellen weinig vragen om te achterhalen wat leerlingen al begrijpen en passen hun les daar niet op aan.
  2. Beperkte differentiatie: Alle leerlingen krijgen dezelfde instructie en opdrachten, ongeacht hun niveau of behoefte.
  3. Gebrek aan activerende werkvormen: Lessen zijn sterk docent-gestuurd, leerlingen zijn passief en er is weinig interactie.
  4. Geen gedeelde aanpak: Docenten werken individueel en er is geen gezamenlijke visie op instructie en afstemming binnen het team.
  5. Onvoldoende borging: Eerder ingezette verbeteringen zijn niet verankerd in de dagelijkse praktijk.

Herken je een of meerdere van deze punten? Dan is het goed om te weten dat dit bijna altijd te verbeteren is met de juiste begeleiding en een concrete aanpak.

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Hoe lang heeft een school om een herstelopdracht op te lossen?

Een school krijgt bij een herstelopdracht doorgaans een periode van één tot twee jaar om de geconstateerde tekortkomingen op te lossen. De exacte termijn hangt af van de ernst van de situatie en de beoordeling van de inspectie. Scholen die als zeer zwak worden aangemerkt, staan onder intensiever toezicht met kortere tussentijdse evaluatiemomenten.

Tijdens deze periode verwacht de inspectie dat de school aantoonbare stappen zet en voortgang laat zien. Er vinden tussentijdse bezoeken of contactmomenten plaats om te beoordelen of de school op de goede weg is. Scholen die onvoldoende vooruitgang boeken, riskeren een verzwaring van het toezicht.

Het is daarom belangrijk om snel te starten met een concreet verbeterplan, en niet te wachten tot het einde van de termijn. Vroeg beginnen geeft ruimte om te experimenteren, bij te sturen en de veranderingen echt te laten landen in de praktijk.

Welke stappen kan een school zetten om aan de herstelopdracht te voldoen?

Om aan een herstelopdracht op instructie en afstemming te voldoen, zet een school een gestructureerd verbetertraject op dat gericht is op het verbeteren van het pedagogisch-didactisch handelen van docenten, met concrete doelen, meetbare voortgang en borging in de dagelijkse praktijk.

Een effectieve aanpak bestaat uit de volgende stappen:

  1. Analyseer de situatie: Wat zijn precies de tekortkomingen? Welke docenten, groepen of vakken zijn het meest kwetsbaar?
  2. Stel concrete doelen: Formuleer wat je wilt bereiken en wanneer. Vage doelen leiden tot vage resultaten.
  3. Investeer in professionalisering: Zet gerichte trainingen voor docenten in op de specifieke verbeterpunten, zoals formatief handelen, differentiëren of expliciete directe instructie.
  4. Combineer training met coaching: Laat trainingen beklijven door lesbezoeken, feedback en intervisie. Zo wordt theorie omgezet in duurzame praktijk.
  5. Monitor de voortgang: Gebruik lesbezoeken en gesprekken om te zien of de aanpak werkt en stuur bij waar nodig.
  6. Documenteer wat je doet: Houd bij welke stappen je zet en wat de effecten zijn. Dit is ook voor de inspectie belangrijk.

Wat is het verschil tussen een herstelopdracht en een verbetertraject?

Een herstelopdracht is een formele maatregel van de onderwijsinspectie die een school verplicht om binnen een bepaalde termijn specifieke tekortkomingen op te lossen. Een verbetertraject is een intern schoolinitiatief waarbij een school zelf kiest om te werken aan kwaliteitsverbetering, zonder dat daar een inspectieverplichting aan ten grondslag ligt.

Het belangrijkste verschil zit in de urgentie en de externe druk. Bij een herstelopdracht is er sprake van formeel toezicht: de inspectie volgt de voortgang actief en kan ingrijpen als de school onvoldoende verbetert. Bij een vrijwillig verbetertraject bepaalt de school zelf het tempo en de richting.

Tegelijkertijd geldt voor beide trajecten dat duurzame verbetering alleen lukt als de aanpak goed is ingericht. Of je nu een herstelopdracht hebt ontvangen of proactief wilt werken aan schoolontwikkeling, de inhoudelijke stappen zijn grotendeels hetzelfde: analyseren, professionaliseren, coachen en borgen.

Hoe wij helpen bij herstelopdrachten op instructie en afstemming

Bij September Onderwijs begrijpen we dat een herstelopdracht veel druk legt op een schoolteam. Tegelijkertijd zien we het als een kans: een concreet moment om écht iets te veranderen in de lespraktijk, op een manier die beklijft.

We ondersteunen scholen met een aanpak die direct aansluit op de eisen van de inspectie en de behoeften van het team:

  • Schoolontwikkeltrajecten op maat gericht op OP3, leskwaliteit en pedagogisch-didactisch handelen
  • Training in formatief handelen zodat docenten leerlingen beter leren volgen en afstemmen
  • Ons Didactisch Coachen Programma, een masterclass met borgingstraject dat docenten leert planmatig en gestructureerd te coachen en feedback te geven op een manier die het leerproces van leerlingen echt versterkt
  • Lesbezoeken met gerichte feedback om theorie direct te vertalen naar de klas
  • Intervisie en teamcoaching voor een gedeelde aanpak binnen het hele team

Elk traject stemmen we af op wat jullie school nodig heeft. We zijn pas tevreden als de doelen echt zijn bereikt. Wil je weten wat wij voor jullie kunnen betekenen? Vraag vrijblijvend een offerte aan of neem direct contact op voor een gesprek.

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Misschien vind je dit ook interessant?