Elke school wil het beste onderwijs bieden en ervoor zorgen dat leerlingen optimaal presteren. Maar hoe zorg je ervoor dat je als school goed presteert in de ogen van de Onderwijsinspectie? In deze blog kijken we naar de belangrijkste factoren die bijdragen aan goede leerresultaten en hoe scholen zelf hiermee aan de slag kunnen gaan.
Welke factoren dragen bij aan goede leerresultaten?
Welke factoren dragen bij aan goede leerresultaten? Natuurlijk is dat niet altijd makkelijk te zeggen, maar uit onderzoek van de onderwijsinspectie blijkt dat er een paar dingen zijn die het verschil maken. Zij hebben 60 scholen bezocht en gekeken naar wat nou de succesfactoren zijn. En wat blijkt? Het draait om een paar belangrijke dingen, zoals het schoolklimaat, hoe goed de instructie is, en of er duidelijke doelen worden gesteld. Naast deze klasgerelateerde factoren kunnen ook een aantal leiderschapsfactoren worden onderscheiden. Laten we beginnen met de factoren op klasniveau.
1. Een goed school- en klasklimaat
Het begint allemaal met een fijne sfeer op school. Als leerlingen zich veilig en gerespecteerd voelen, kunnen ze pas echt goed leren. Het is belangrijk dat er duidelijke regels zijn, zodat iedereen weet waar ze aan toe zijn. Maar het gaat niet alleen om regels; ook de band tussen leraren en leerlingen speelt een grote rol. Wanneer een leraar interesse toont in zijn leerlingen, zowel sociaal als academisch, krijgen die leerlingen veel meer motivatie. Daarnaast zorgt een beetje vertrouwen ervoor dat leerlingen zich niet constant zorgen maken om fouten te maken.
2. Kwaliteit van de instructie
Leraren maken een groot verschil! Een leraar die enthousiast is en gelooft in de leerlingen, kan de motivatie echt omhoog krijgen. Ook zorgt het ervoor dat leerlingen actiever deelnemen. Het helpt als de lesstof aansluit bij hun belevingswereld. Als leerlingen begrijpen waarom ze iets leren, wordt het makkelijker voor ze om zich in te zetten. Verder is het belangrijk dat leraren rekening houden met het niveau van hun leerlingen. Niet iedereen zit op hetzelfde niveau, dus het is belangrijk om te differentiëren en leerlingen te geven wat ze nodig hebben om te groeien.
3. Doelgericht onderwijs
Als leerlingen weten wat ze moeten leren en waarom, wordt alles duidelijker. Het is belangrijk om duidelijke doelen te stellen en regelmatig te checken of leerlingen op de goede weg zijn. Feedback speelt hierbij een grote rol: als leerlingen niet weten waar ze staan, kunnen ze ook niet verbeteren. Formatieve toetsen of gewoon een goed gesprek over de voortgang helpt hierbij enorm.
Uit onderzoek blijkt dat scholen met hoge leerresultaten deze elementen consequent toepassen. Maar hoe wordt dit meetbaar gemaakt?
5 Kenmerken van effectieve lessen
De Inspectie van het Onderwijs heeft in samenwerking met de Universiteit Twente een instrument ontwikkeld om effectieve lessen te meten. Op basis van een literatuurverkenning naar effectief onderwijs is het lesobservatie-instrument ontwikkeld. Dit zijn de 5 kenmerken die van belang zijn voor het leren van leerlingen tijdens de les:
- Zelfregulerend leren: het tijdens de les aanleren van algemene leer- en studievaardigheden waarmee leerlingen zelf kunnen inschatten waar ze goed in zijn en waar ze in kunnen verbeteren.
- Lesklimaat: het klimaat waarin de les zich afspeelt; dit bepaalt in welke mate leerlingen zich veilig voelen en gestimuleerd worden om te leren.
- Klassenmanagement: de organisatie van de les die bepaalt of de lestijd efficiënt wordt benut, of regels en procedures duidelijk zijn en of deze bijdragen aan de actieve betrokkenheid van leerlingen.
- Instructie: de aansturing van het leerproces van leerlingen door de leraar aan de hand van een introductie, uitleg, begeleiding, oefeningen en feedback.
- Afstemming: de wijze waarop de les ertoe bijdraagt dat alle leerlingen, ondanks hun verschillen, profiteren van de les. De afstemming is beter als de leraar de verschillen kent en hier rekening mee houdt, dan wel zich erbij aansluit.
Al deze kenmerken worden samengevat in OP3: pedagogisch-didactisch handelen.
Een effectieve les in de praktijk
Een goede les begint met een helder doel: wat gaan de leerlingen leren en waarom is dat belangrijk? Aan het einde van de les komt de docent hierop terug, zodat leerlingen beter begrijpen wat ze hebben geleerd en hoe ze deze kennis kunnen toepassen. Dit helpt hen niet alleen bij het vak zelf, maar ook bij bredere vaardigheden zoals zelfstandig leren en plannen.
De uitleg wordt zowel mondeling als visueel aangeboden en in kleine, behapbare stappen verdeeld. Als het nodig is, gebruikt de leraar ondersteunend materiaal, powerpoints of schema’s om abstracte onderwerpen duidelijker te maken. De docent geeft voorbeelden tijdens de uitleg. Tijdens de les stelt de docent vragen die leerlingen aan het denken zetten en laat hij zien waarom een antwoord juist of onjuist is. Dit zorgt voor een beter begrip van de lesstof.
Verder is er voldoende tijd om te oefenen, bijvoorbeeld via zelfstandige verwerking of oefentoetsen. Spreiding van oefenmomenten is effectiever dan ‘stampwerk’. Actieve werkvormen, zoals presentaties of creatieve opdrachten, helpen de betrokkenheid te verhogen. Leerlingen willen weten waar ze staan en wat ze nog moeten verbeteren. Goede feedback helpt hierbij. Dit kan bijvoorbeeld door oefentoetsen te gebruiken en leerlingen te stimuleren om zelf hun leerproces te analyseren.
Deze didactische principes sluiten aan bij het Directe Instructie Model en varianten daarvan zoals het Expliciete Directe Instructie (EDI) model (Hollingsworth & Ybarra, 2015; Rosenshine, 2012; Schmeier, 2020), die bewezen effectief zijn in het in het verhogen van leerprestaties.
Wil je meer weten over het EDI-model? Lees dan onze blog Alles over Expliciete Directe Instructie (EDI).
Leiderschap en een professionele cultuur
Onderwijskundig leiderschap speelt een grote rol in scholen met hoge leerresultaten. Kenmerkend voor deze scholen is een cultuur van continue verbetering, waarbij:
- Er duidelijke kaders en doelen zijn.
- Docenten samenwerken aan onderwijsontwikkeling.
- Reflectie en evaluatie centraal staan.
In het bekende PISA-onderzoek (OECD, 2015) en de McKinsey-studie (2020) wordt ook aangegeven welke kenmerken schoolleiders hebben die de leeromgeving positief beïnvloeden. Wat blijkt? Goede schoolleiders zorgen ervoor dat er een duidelijke missie, visie en doelen zijn voor de school. Ze betrekken docenten bij het nemen van belangrijke beslissingen, wat zorgt voor meer samenwerking tussen collega’s. Ook werken ze actief aan de professionele ontwikkeling van hun team. Ze stellen duidelijke standaarden voor hoe lessen gegeven moeten worden en werken samen met de docenten aan het verbeteren van het curriculum en de toetspraktijk. Kortom, het draait allemaal om samenwerking, duidelijke richtlijnen en continue groei.
Ook is een sterk kwaliteitszorgsysteem belangrijk. Bovengemiddeld presterende scholen hebben een sterk kwaliteitszorgsysteem. Scholen met goede leerresultaten stellen duidelijke, verbonden doelen voor onderwijskwaliteit en -opbrengsten, op verschillende niveaus, en hebben een plan om deze doelen te behalen. “Meten is weten, gissen is missen”, dus ze monitoren regelmatig door klassenbezoeken, lesobservaties en analyses van de opbrengsten. Na observaties volgt altijd een gesprek voor feedback en aanpassingen.
Deze scholen stellen hoge verwachtingen en houden vast aan hun doelen: het maximale uit elke leerling halen. Vertrouwen speelt hierbij een grote rol: de schoolleiders geven leerlingen het vertrouwen dat ze het kunnen en geven docenten verantwoordelijkheid in het kwaliteitszorgproces. Zo ontstaat een cultuur van vertrouwen en samenwerking, wat leidt tot betere prestaties. De schoolleiding ondersteunt dit door samen te werken en te vragen: “Wat heb jij van mij nodig?” Dit zorgt ervoor dat docenten de verantwoordelijkheid nemen voor de onderwijsresultaten en actief meewerken aan het verbeteren van de kwaliteit in de klas.
Schoolleiders van succesvolle scholen gaan actief op zoek naar de juiste expertise om de kwaliteitszorg goed uit te voeren. Dit kan door externe kennis in te schakelen of door interne scholing te organiseren. Dit zorgt ervoor dat leraren de juiste tools hebben om het onderwijs continu te verbeteren.

Bron: Inspectie van het Onderwijs
Wat controleert de onderwijsinspectie in het voortgezet onderwijs?
De onderwijsinspectie heeft criteria opgesteld om de kwaliteit van onderwijsinstellingen te beoordelen, de zogenaamde ‘waarderingskaders’. Ze geven scholen en besturen inzicht in waar ze aan moeten voldoen om goed onderwijs te bieden. In 2024 zijn er twee hoofdwaarderingskaders opgesteld:
Waarderingskader Besturen in het voortgezet onderwijs
Een goed functionerend schoolbestuur is cruciaal voor de kwaliteit van het onderwijs. De onderwijsinspectie beoordeelt daarom of besturen:
- Interne en externe belanghebbenden betrekken in een goed functionerende dialoog bij het ontwikkelen en bijstellen van beleid.
- Een duidelijke visie op kwaliteit hebben en hiervoor ambities en doelen hebben vastgesteld.
- Actief sturen op het behalen van deze doelen en waar nodig tussentijds bijsturen.
- Samen met de scholen zorgen voor een kwaliteitscultuur en de juiste randvoorwaarden bieden.
- Systematisch evalueren of de gestelde doelen worden bereikt en zich hierover verantwoorden.
- Interne en externe belanghebbenden betrekken in een goed functionerende dialoog bij het ontwikkelen en bijstellen van beleid.
Waarderingskader Scholen in het voortgezet onderwijs
Naast de rol van besturen kijkt de inspectie ook naar de scholen zelf. Hierbij worden vier hoofdgebieden beoordeeld:
1. Onderwijsproces (OP)
- Basisvaardigheden (OP0): Worden vakken als taal, rekenen en burgerschap voldoende beheerst door leerlingen?
- Aanbod (OP1): Sluit het onderwijsaanbod aan bij de behoeften van leerlingen en de wettelijke eisen?
- Zicht op ontwikkeling en begeleiding (OP2): Hoe worden leerlingen gevolgd in hun ontwikkeling en krijgen zij de juiste begeleiding?
- Pedagogisch-didactisch handelen (OP3): Hoe wordt er lesgegeven? Zijn de lessen activerend en passend bij de doelgroep?
- Onderwijstijd (OP4): Wordt voldaan aan de wettelijk vereiste onderwijstijd en is deze effectief ingericht?
- Afsluiting (OP6): Zijn de toetsing en examinering betrouwbaar en zorgvuldig ingericht?
Veel scholen scoren niet voldoende op OP3. We hebben twee blogs geschreven over OP3 pedagogisch-didactisch handelen met tips voor in de klas en tips voor school- en teamleiders.
Onderwijsproces 0 gaat over de basisvaardigheden Nederlandse taal, rekenen-wiskunde en burgerschap. Bij burgerschap ligt de nadruk op risico's rond basiswaarden als antisemitisme, islamofobie en onverdraagzaamheid. In het schooljaar 2024-2025 worden de basisvaardigheden nog niet meegenomen in het eindoordeel. De inspectie kan wel herstelopdrachten geven. Na augustus 2025 zal de onderwijsinspectie de basisvaardigheden wel meenemen in het eindoordeel.
2. Veiligheid en Schoolklimaat (VS)
- Veiligheid (VS1): Voelen leerlingen en personeel zich veilig op school?
- Schoolklimaat (VS2): Hoe is de sfeer binnen de school? Wordt er gewerkt aan een inclusieve en stimulerende leeromgeving?
3. Onderwijsresultaten (OR)
- Resultaten (OR1): Hoe presteren leerlingen op toetsen en examens?
- Sociale en maatschappelijke competenties (OR2): Worden leerlingen voorbereid op hun rol in de maatschappij en ontwikkelen ze de juiste sociale vaardigheden?
4. Sturen, Kwaliteitszorg en Ambitie (SKA)
- Visie, ambities en doelen (SKA1): Heeft de school een heldere visie en concrete doelen voor de onderwijskwaliteit?
- Uitvoering en kwaliteitscultuur (SKA2): Hoe wordt deze visie doorvertaald in de praktijk en wordt er gewerkt aan continue kwaliteitsverbetering?
- Evaluatie, verantwoording en dialoog (SKA3): Hoe reflecteert de school op haar prestaties en betrekt zij belanghebbenden bij verbeteringen?
Hoe vertaal je deze inzichten naar de praktijk van het voortgezet onderwijs?
Hier zijn enkele praktische tips om met bovenstaande aan de slag te gaan met controle van de onderwijsinspectie:
- Ontwikkel een duidelijke visie op onderwijs en betrek docenten bij het formuleren van doelen om draagvlak te creëren.
- Zorg dat docenten hoge verwachtingen van alle leerlingen hebben en dit ook laten zien.
- Focus op basisvaardigheden. Maak duidelijk waar de prioriteiten liggen. Te veel aandacht voorandere zaken werkt belemmerend, zorgt voor onduidelijkheid en verhoogt de werkdruk.
- Werk met vaste lesstructuren zoals het Expliciete Directe Instructie-model (EDI), om een goede basis van het onderwijs neer te zetten.
- Stimuleer zelfregulatie en betrek leerlingen actief bij hun eigen leerproces
- Investeer in kennisdeling en creëer professionele leergemeenschappen en ondersteun docenten met scholing.
- Gebruik continue evaluatie en feedback via lesbezoeken en collegiale reflectie.
- Integreer de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act) volledig in de schoolorganisatie. Zorg dat alle verplichte documenten beschikbaar en up-to-date zijn. Evalueer dit ook regelmatig.
Tot slot: Benader een inspectiebezoek positief: het is een kans om te laten zien wat goed gaat en om waardevolle feedback te krijgen.
Het verbeteren van leerresultaten vereist een samenhangende aanpak waarbij effectieve lessen, een positief pedagogisch klimaat en sterk onderwijskundig leiderschap hand in hand gaan. Door gerichte keuzes en een professionele cultuur kunnen scholen de leerprestaties van hun leerlingen duurzaam verbeteren.
Bronnen:
Onderwijsinspectie.nl
Meer weten?
- Meer informatie en concrete handvatten zijn te vinden in de publicaties Wijze Lessen, de NRO-publicatie over directe instructie, en het Onderzoekskader 2024 van de onderwijsinspectie.
- Lees het boek Expliciete Directe Instructie 2.0: Tips en technieken voor een goede les. Van John Hollingsworth & Silvia Ybarra. over EDI.
- In de Leidraad Onderwijs vanuit hoge verwachtingen lees je aanbevelingen voor hoge verwachtingen in de klas.
- Ben je geïnteresseerd in meer informatie over Expliciete Directe Instructie en hoe deze aanpak kan bijdragen aan effectief onderwijs? We hebben een uitgebreide blog geschreven waarin we alle facetten van het EDI-model bespreken, inclusief de achterliggende principes, praktische toepassingen en de voordelen voor zowel docenten als leerlingen. Lees Alles over Expliciete Directe Instructie (EDI) ontdek hoe je het EDI model kunt inzetten om het maximale uit je lessen te halen!
- of probeer het EDI-model eens uit in je eigen lessen! met onze praktijkgerichte training over EDI!
Cursus Expliciete Directe Instructie (EDI)
Wil jij weten hoe je het EDI-model toepast in jouw onderwijs? Onze training EDI (Expliciete directe Instructie) is bedoeld voor docenten en onderwijsprofessionals die leerlingen op een bewezen effectieve manier willen begeleiden. Deze incompany cursus EDI is geschikt voor het hoger onderwijs, basisonderwijs en het voortgezet onderwijsniveaus.







