In 2026 beoordeelt de inspectie de leskwaliteit aan de hand van het inspectiekader Onderwijs, waarbij het domein Onderwijsproces (OP3) centraal staat. Dit domein omvat het pedagogisch en didactisch handelen van docenten in de klas: van de manier waarop instructie wordt gegeven tot de mate waarin leerlingen actief betrokken worden. Of een school een voldoende of onvoldoende krijgt, hangt af van wat inspecteurs daadwerkelijk in de klas zien. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de leskwaliteit inspectie 2026, van beoordelingscriteria tot verbetermogelijkheden.

Welke criteria gebruikt de inspectie om lessen te beoordelen?

De inspectie beoordeelt lessen op basis van het domein OP3 uit het inspectiekader Onderwijs. Inspecteurs kijken naar de kwaliteit van het pedagogisch en didactisch handelen van docenten: hoe zij instructie geven, hoe zij omgaan met verschillen tussen leerlingen, en in hoeverre zij een veilig en activerend leerklimaat creëren.

Concreet letten inspecteurs op de volgende aspecten:

  • Klassenmanagement: Is er een rustige, gestructureerde leeromgeving waarin leerlingen weten wat er van hen verwacht wordt?
  • Instructiekwaliteit: Geeft de docent heldere, gestructureerde uitleg die aansluit bij het niveau van de leerlingen?
  • Differentiatie: Houdt de docent rekening met verschillen in tempo, niveau en leerbehoeften?
  • Activerende werkvormen: Worden leerlingen actief betrokken bij de les, en wordt hun denkproces gestimuleerd?
  • Formatief handelen: Controleert de docent tussentijds of leerlingen de stof begrijpen, en past hij of zij de aanpak daarop aan?
  • Pedagogische veiligheid: Voelen leerlingen zich gezien, gehoord en veilig genoeg om fouten te maken?

Inspecteurs bezoeken meerdere lessen en spreken met docenten en leerlingen om een compleet beeld te vormen. Een enkel lesbezoek bepaalt zelden het eindoordeel: het gaat om het patroon dat zichtbaar is in de hele school.

Wat is het verschil tussen OP3 en het inspectiekader?

Het inspectiekader Onderwijs is het volledige beoordelingssysteem dat de inspectie gebruikt om scholen te evalueren. OP3 (Onderwijsproces, standaard 3) is één specifiek domein binnen dat kader, gericht op de kwaliteit van het pedagogisch-didactisch handelen in de klas. OP3 is dus een onderdeel van het grotere inspectiekader, niet een synoniem ervan.

Het inspectiekader bestaat uit meerdere domeinen, zoals het onderwijsaanbod (OP1), de onderwijstijd (OP2), en het schoolklimaat. OP3 is daarbinnen het domein dat het meest direct gaat over wat er in de klas gebeurt: de interactie tussen docent en leerling, de kwaliteit van de instructie en de mate van leerlingbetrokkenheid.

Voor schoolleiders is het belangrijk te begrijpen dat een onvoldoende score op OP3 zwaar weegt, omdat dit domein de kern van het onderwijs raakt. Een school kan op andere domeinen goed scoren en toch onder verscherpt toezicht komen als OP3 structureel tekortschiet. Meer informatie over hoe je als school gericht werkt aan onderwijsontwikkeling helpt om dit domein structureel te versterken.

Hoe verloopt een inspectiebezoek rondom leskwaliteit in de praktijk?

Een inspectiebezoek rondom leskwaliteit verloopt doorgaans in drie fasen: voorbereiding, het bezoek zelf en de terugkoppeling. Inspecteurs kondigen een bezoek meestal van tevoren aan, al kan er ook sprake zijn van een onaangekondigd bezoek bij scholen onder verscherpt toezicht.

Tijdens het bezoek volgen inspecteurs een gestructureerde aanpak:

  1. Documentanalyse: Inspecteurs bestuderen vooraf het schoolplan, kwaliteitsdocumenten en eventuele verbeterplannen.
  2. Lesbezoeken: Meerdere lessen worden bijgewoond, verspreid over verschillende docenten, vakken en groepen.
  3. Gesprekken: Inspecteurs voeren gesprekken met de schoolleiding, docenten en leerlingen om het beeld te toetsen.
  4. Terugkoppeling: Na het bezoek volgt een mondelinge terugkoppeling aan de schoolleiding, gevolgd door een schriftelijk rapport.

Het eindoordeel over leskwaliteit is gebaseerd op de combinatie van wat inspecteurs zien in de lessen en wat ze horen in de gesprekken. Papieren plannen tellen mee, maar zijn nooit voldoende als de praktijk in de klas een ander beeld laat zien.

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Waarom krijgen scholen een onvoldoende voor leskwaliteit?

Scholen krijgen een onvoldoende voor leskwaliteit wanneer inspecteurs in de klas structureel tekortkomingen zien in het pedagogisch-didactisch handelen, en deze niet incidenteel maar patroonmatig zijn. Een onvoldoende op OP3 is zelden het gevolg van één zwakke les, maar van een breed zichtbaar probleem.

Veelvoorkomende redenen voor een onvoldoende zijn:

  • Onvoldoende differentiatie: docenten geven les op één niveau zonder aandacht voor leerlingen die achterblijven of juist verder kunnen
  • Passief leerklimaat: leerlingen luisteren voornamelijk en worden weinig uitgedaagd om zelf te denken of te doen
  • Zwak klassenmanagement: onrust in de klas belemmert het leerproces structureel
  • Geen of onvoldoende formatief handelen: docenten controleren nauwelijks of leerlingen de stof begrijpen
  • Gebrek aan gedeelde visie: er is geen schoolbrede aanpak of gedeeld beeld van wat goede leskwaliteit inhoudt

Dat laatste punt weegt zwaar. Als inspecteurs bij elke docent een ander beeld zien, is dat een signaal dat de school als geheel onvoldoende stuurt op leskwaliteit. Een sterke individuele docent redt een school dan niet van een negatief oordeel.

Hoe lang heeft een school de tijd om leskwaliteit te verbeteren na een onvoldoende?

Na een onvoldoende oordeel op leskwaliteit krijgt een school doorgaans één tot twee jaar de tijd om aantoonbare verbetering te laten zien, afhankelijk van de ernst van het oordeel en of er sprake is van verscherpt toezicht of een aanwijzing. De inspectie plant een herstelbezoek om te controleren of de verbeteringen ook daadwerkelijk in de klas zichtbaar zijn.

Bij verscherpt toezicht is de tijdsdruk het grootst. De school moet dan binnen een afgesproken termijn een verbeterplan indienen én laten zien dat dit plan wordt uitgevoerd. De inspectie volgt de voortgang actief en kan tussentijds bezoeken afleggen.

Voor schoolleiders betekent dit dat er geen tijd is voor een langzaam aanlooptraject. Verbeteringen moeten snel zichtbaar zijn in de klas, niet alleen op papier. Een gestructureerd begeleidingstraject met zicht op de les helpt om die zichtbaarheid snel te realiseren.

Welke bewijzen overtuigen de inspectie van verbeterde leskwaliteit?

De inspectie overtuig je niet met een goed verbeterplan, maar met wat er in de klas te zien is. Concrete bewijzen van verbeterde leskwaliteit zijn lesbezoekverslagen, coachingsrapporten, observatiedata en gespreksverslagen die laten zien dat docenten structureel anders zijn gaan werken.

Bewijzen die inspecteurs als overtuigend ervaren:

  • Systematische lesbezoekverslagen die een ontwikkeling over tijd laten zien
  • Coachingsrapporten met concrete doelen, acties en meetbare resultaten per docent
  • Leerlingresultaten die aantonen dat het leerproces is verbeterd
  • Verslagen van professionele leergemeenschappen (PLG) of intervisiesessies
  • Een schoolbrede aanpak met een gedeeld beeld van goede leskwaliteit
  • Aantoonbare borging: niet alleen wat er is gedaan, maar hoe de school dit blijft doen

Het gaat de inspectie niet om het aantal activiteiten, maar om de kwaliteit en continuïteit ervan. Een school die kan laten zien dat verbetering is geborgd in de dagelijkse praktijk, maakt een veel sterkere indruk dan een school die een stapel losse documenten overlegt.

Hoe wij helpen bij leskwaliteit en de inspectie

Bij September Onderwijs begrijpen we hoe groot de druk is als de inspectie leskwaliteit als onvoldoende beoordeelt. Wij helpen scholen in PO, VO en MBO om snel en duurzaam zichtbare verbeteringen te realiseren, precies op de punten waar de inspectie op let.

Wat wij bieden:

  • Gestructureerde lesobservaties waarbij onze ervaren trainers het pedagogisch-didactisch handelen van docenten in kaart brengen op de OP3-criteria
  • Gerichte coaching en feedback na elk lesbezoek, direct gericht op de concrete ontwikkeldoelen van de docent
  • Schoolbrede aanpak die zorgt voor een gedeeld beeld van leskwaliteit binnen het team
  • Borging via intervisie en PLG-trajecten zodat verbeteringen beklijven en aantoonbaar zijn voor de inspectie
  • Maatwerk per school, afgestemd op de specifieke situatie, het tijdsbestek en de inspectiedoelen

Met meer dan 15 jaar ervaring, CRKBO en NRTO certificering en een gemiddelde beoordeling van 8,9 weten wij wat de inspectie overtuigt. Een traject bij ons is pas afgerond als de doelen daadwerkelijk zijn bereikt. Wil je weten wat wij voor jouw school kunnen betekenen? Vraag een vrijblijvende offerte aan of neem direct contact op voor een persoonlijk gesprek.

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Misschien vind je dit ook interessant?