EDI en differentiëren combineren zonder je lesplan te overladen doe je door differentiatie te verweven in de bestaande stappen van EDI, niet erbovenop te stapelen. De sleutel is om formatief handelen te gebruiken als kompas: je past je instructie aan op basis van wat je ziet, niet op basis van een uitgebreid plan dat je van tevoren hebt bedacht. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe je dit in de praktijk aanpakt.
Wat maakt EDI en differentiëren moeilijk te combineren?
EDI en differentiëren lijken moeilijk te combineren omdat EDI uitgaat van een gestructureerde, klassikale aanpak, terwijl differentiëren vraagt om aandacht voor individuele verschillen. Veel docenten ervaren dit als tegenstrijdig en proberen beide tegelijk volledig uit te voeren, wat leidt tot een overbelast lesplan en onnodige werkdruk.
Het misverstand zit hem in hoe je differentiëren definieert. Als je differentiëren ziet als “voor elke leerling een apart programma maken”, dan klopt het dat dit botst met de strakke structuur van expliciete directe instructie. Maar differentiëren betekent in de kern: inspelen op wat je ziet. En dat past juist heel goed binnen EDI.
De echte spanning ontstaat wanneer scholen beide methoden als losse systemen naast elkaar zetten. Dan stapel je werkvormen, instructiemomenten en opdrachten op elkaar, en wordt je les een logistieke puzzel. De oplossing is niet meer plannen, maar slimmer plannen.
Hoe past differentiëren binnen de stappen van EDI?
Differentiëren past binnen EDI door op specifieke momenten in de les bewuste keuzes te maken op basis van wat leerlingen laten zien. Je hoeft de structuur van EDI niet los te laten. Juist de vaste stappen van expliciete directe instructie bieden ankerpunten waar je differentiatie natuurlijk in kunt verweven.
Kijk maar eens hoe dit per stap werkt:
- Activering van voorkennis: Stel gerichte vragen aan leerlingen met meer voorkennis en geef leerlingen die moeite hebben een concreet voorbeeld als kapstok.
- Instructie (I do): Houd de instructie voor iedereen gelijk, maar gebruik bewust meerdere representaties: visueel, verbaal, met een voorbeeld.
- Begeleide inoefening (We do): Geef meer complexe vragen aan leerlingen die het snel oppakken, en loop gericht langs bij leerlingen die nog worstelen.
- Zelfstandige verwerking (You do): Differentieer hier in de hoeveelheid of het niveau van de opdrachten, niet in de instructie zelf.
- Afsluiting: Gebruik een korte check om te bepalen wie de volgende les extra ondersteuning nodig heeft.
Je ziet dat differentiëren in EDI niet betekent dat je vijf verschillende lessen geeft. Het betekent dat je binnen één les bewuste keuzes maakt op de juiste momenten.
Wat zijn praktische manieren om te differentiëren zonder extra lesvoorbereiding?
Je kunt effectief differentiëren in de klas zonder extra lesvoorbereiding door gebruik te maken van technieken die je al tijdens de les toepast. De meest praktische vormen van differentiatie kosten geen voorbereidingstijd, maar vragen wel om bewuste aandacht in het moment.
Denk aan deze aanpakken:
- Varieer in de vragen die je stelt: Stel open vragen aan leerlingen die al verder zijn, en meer gesloten of ondersteunende vragen aan leerlingen die moeite hebben.
- Gebruik denktijd bewust: Geef alle leerlingen even de tijd om na te denken voor je iemand aanwijst. Zo geef je ook trager verwerkende leerlingen een eerlijke kans.
- Zet een basisopdracht en een verdiepingsopdracht klaar: Twee varianten van dezelfde opdracht kosten weinig extra tijd en geven je flexibiliteit.
- Maak gebruik van peer support: Koppel leerlingen die het begrijpen aan leerlingen die het nog niet snappen, maar doe dit doelbewust en niet als structurele oplossing.
- Geef keuze in de vorm van de verwerking: Laat leerlingen kiezen hoe ze iets laten zien wat ze weten, niet wat ze laten zien.
De kunst is om deze keuzes te maken op basis van wat je in de les ziet, niet op basis van een uitgebreid schema dat je van tevoren hebt gemaakt. Meer weten over hoe je dit structureel kunt aanpakken? Bekijk dan ons aanbod op het gebied van onderwijsontwikkeling.
Meer tips?
Wanneer is klassikale EDI-instructie voldoende en wanneer niet?
Klassikale EDI-instructie is voldoende wanneer de leerstof nieuw is voor de hele groep en leerlingen nog geen basis hebben om zelfstandig mee aan de slag te gaan. Op dat moment biedt een heldere, gestructureerde instructie voor iedereen de beste basis. Differentiatie wordt pas relevant als leerlingen de stof gaan verwerken.
Toch zijn er situaties waarin klassikale instructie niet genoeg is:
Als een deel van de groep de stof al beheerst, is een volledige klassikale instructie voor hen tijdverspilling en kan het leiden tot onrust of verveling. In dat geval loont het om de instructie kort te houden en snel door te gaan naar de verwerking, waarbij je de leerlingen die het nog niet snappen extra begeleidt.
Ook als de leerlingen grote verschillen laten zien in voorkennis, is een eenduidige instructie onvoldoende. Dan is het slim om te werken met een korte klassikale instructie gevolgd door een gesplitste verwerking: een groep gaat zelfstandig aan de slag, terwijl jij met een kleine groep de instructie herhaalt of verdiept.
Hoe gebruik je formatief handelen om differentiatie te sturen?
Formatief handelen helpt je differentiatie te sturen door continu informatie te verzamelen over waar leerlingen staan, zodat je je instructie en begeleiding direct kunt aanpassen. In plaats van te differentiëren op basis van een vooraf bepaald plan, reageer je op wat je ziet en hoort tijdens de les.
Concrete formatieve technieken die je direct kunt inzetten:
- Koude bevraging: Stel gerichte vragen aan individuele leerlingen en gebruik de antwoorden om te bepalen wie extra uitleg nodig heeft.
- Mini-whiteboards of digitale tools: Laat leerlingen tegelijk hun antwoord laten zien. In één oogopslag zie je wie het begrijpt en wie niet.
- Duim omhoog, duim omlaag: Simpel, snel en effectief als snelle check halverwege de les.
- Exit tickets: Gebruik de laatste vijf minuten van de les om te bepalen hoe je de volgende les start.
Formatief handelen maakt differentiëren beheersbaar omdat je niet meer hoeft te gokken wie wat nodig heeft. Je ziet het, en je reageert erop. Dat bespaart je ook veel onnodige voorbereiding. Onze trainingen voor docenten gaan hier uitgebreid op in.
Welke valkuilen maken een EDI-lesplan onnodig complex?
Een EDI-lesplan wordt onnodig complex door te proberen alles van tevoren te plannen en differentiatie te behandelen als een apart onderdeel van de les in plaats van als een reactie op wat je ziet. De grootste valkuilen zijn te herkennen en te vermijden.
De meest voorkomende zijn:
- Te veel niveaus onderscheiden: Drie of meer niveaugroepen tegelijk aansturen is in de praktijk bijna niet uitvoerbaar. Werk met maximaal twee varianten.
- Differentiëren in de instructiefase: EDI vraagt om een heldere, eenduidige instructie voor iedereen. Differentieer in de verwerking, niet in de uitleg.
- Alles vooraf willen vastleggen: Een lesplan is een leidraad, geen script. Ruimte voor aanpassing op basis van wat je ziet is geen zwakte, maar een kracht.
- Vergeten wat het doel is: Differentiëren is geen doel op zich. Het doel is dat leerlingen de leerstof begrijpen en beheersen. Houd dat in het oog.
- Differentiatie als extra taak zien: Als differentiëren voelt als iets dat je erbij doet, klopt er iets in de aanpak. Het hoort verweven te zijn in wat je al doet.
Een goed EDI-lesplan is helder, realistisch en laat ruimte voor wat er in de klas gebeurt. Minder is vaak meer.
Hoe September Onderwijs helpt met EDI en differentiëren
Wij begrijpen dat het combineren van EDI met differentiëren in de praktijk soms overweldigend kan voelen, zeker als je al jaren op een bepaalde manier lesgeeft en nu merkt dat je aanpak bijstelling vraagt. Dat is precies waar wij bij helpen.
Ons Didactisch Coachen Programma is speciaal ontwikkeld voor docenten die hun didactisch repertoire willen versterken op een manier die past bij wie ze zijn. Wat je kunt verwachten:
- Een masterclass gericht op planmatig en gestructureerd coachen en feedback geven
- Concrete handvatten om het denkproces van leerlingen te activeren
- Aandacht voor motivatie en eigenaarschap bij leerlingen
- Een borgingstraject zodat wat je leert ook echt beklijft in jouw klas
- Maatwerk dat aansluit op jouw ervaring en schoolcontext
We werken al meer dan 15 jaar met docenten in het PO, VO en MBO en zijn CRKBO- en NRTO-gecertificeerd. Meer dan 500 scholen gingen je voor. Wil je weten wat wij voor jou kunnen betekenen? Vraag een vrijblijvende offerte aan of neem direct contact op voor een persoonlijk gesprek.


