Feedback geven binnen de EDI-structuur doe je door gebruik te maken van de ingebouwde feedbackmomenten in de les, zoals de Check for Understanding (CFU). EDI staat voor Expliciete Directe Instructie en biedt een heldere lesopbouw waarbij feedback geen los onderdeel is, maar verweven zit in elke stap van de instructie. Zo weet je als docent voortdurend waar je leerlingen staan en kun je direct bijsturen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over feedback geven binnen de EDI-structuur.
Welke feedbackmomenten zitten ingebouwd in de EDI-les?
Een EDI-les bevat meerdere ingebouwde feedbackmomenten, verdeeld over de fasen van de lesopbouw. De belangrijkste zijn de Check for Understanding (CFU), de begeleide inoefening en de zelfstandige verwerking. Elk moment heeft een eigen functie: je checkt begrip, stuurt bij waar nodig en bevestigt wat goed gaat.
Concreet ziet dat er zo uit:
- CFU na uitleg: Je controleert of leerlingen de instructie hebben begrepen voordat je verder gaat.
- Begeleide inoefening: Je oefent samen met de klas en geeft directe feedback op wat je ziet en hoort.
- Zelfstandige verwerking: Leerlingen werken zelf, jij loopt rond en geeft gerichte feedback op individueel niveau.
- Afsluiting: Je sluit de les af met een samenvatting of exit-ticket, waarbij je nogmaals checkt of de leerdoelen zijn bereikt.
Wat EDI zo sterk maakt, is dat feedback niet iets is wat je “er nog bij doet” aan het einde van de les. Het zit er van begin tot eind in verweven. Dat maakt het ook makkelijker om tijdig bij te sturen in plaats van te wachten tot een toets.
Wat is het verschil tussen feedback geven en controleren?
Controleren is nagaan of een antwoord goed of fout is. Feedback geven gaat verder: je laat de leerling zien waarom iets goed of fout is en wat de volgende stap is. Binnen de EDI-structuur is feedback altijd gericht op het leerproces, niet alleen op het eindresultaat.
Het verschil zit hem in de richting van de informatie. Bij controleren stroomt informatie van leerling naar jou: je ziet of iets klopt. Bij feedback geven stroomt informatie van jou naar de leerling: je geeft iets terug waarmee zij verder kunnen. Dat is precies de kern van formatief handelen.
Een praktisch voorbeeld: een leerling geeft een fout antwoord. Controleren zou zijn: “Nee, dat klopt niet.” Feedback geven zou zijn: “Je hebt de eerste stap goed gedaan, maar bij stap twee is er iets misgegaan. Kijk nog eens naar de formule.” Dat tweede geeft de leerling iets om mee verder te gaan.
Hoe stel je effectieve vragen tijdens de CFU-fase?
Effectieve vragen tijdens de CFU-fase zijn open, gericht op redeneren en niet te beantwoorden met alleen “ja” of “nee”. Je vraagt niet of leerlingen het begrijpen, maar je vraagt ze iets te laten zien. Denk aan vragen als: “Leg uit hoe je tot dit antwoord bent gekomen” of “Wat zou er veranderen als je deze stap weglaat?”
Een paar principes voor goede CFU-vragen:
- Stel vragen aan de hele klas voordat je een leerling aanwijst. Zo denkt iedereen mee.
- Gebruik wachttijd. Geef leerlingen de ruimte om na te denken voordat je een antwoord verwacht.
- Varieer de vorm. Laat leerlingen antwoorden op een whiteboard schrijven, een vinger opsteken, of in tweetallen overleggen.
- Vraag door op antwoorden. “Hoe weet je dat?” of “Kan iemand dit aanvullen?” verdiept het begrip.
- Koppel terug aan het leerdoel. Zorg dat de vraag direct aansluit op wat je in die les wilt bereiken.
Goede CFU-vragen geven jou als docent informatie én stimuleren het denkproces van de leerling. Dat is de dubbele waarde ervan.
Meer tips?
Wat doe je als leerlingen de stof nog niet begrijpen?
Als leerlingen de stof nog niet begrijpen na de CFU, ga je terug naar de uitleg en pas je je aanpak aan. Dat kan betekenen dat je de instructie herhaalt met een ander voorbeeld, de stof opknipt in kleinere stappen, of een andere werkvorm inzet. Je gaat pas verder als het begrip er is.
Dit is een van de meest waardevolle aspecten van de EDI-structuur: je bouwt een vangnet in. Je hoeft niet te wachten tot een toets om te ontdekken dat de helft van de klas iets niet snapt. Je ontdekt het tijdens de les en kunt direct handelen.
Praktisch gezien kun je dan kiezen voor:
- Een extra modelvoorbeeld aan het bord geven
- Leerlingen die het wel begrijpen kort laten uitleggen aan klasgenoten
- De stap terugdraaien en opnieuw beginnen met een concreter voorbeeld
- Een kleine groep apart nemen voor extra begeleide inoefening
Het sleutelwoord hier is flexibiliteit. EDI geeft je een structuur, maar die structuur is er om jou te helpen, niet om je te beperken.
Hoe combineer je mondelinge en schriftelijke feedback binnen EDI?
Mondelinge en schriftelijke feedback vullen elkaar aan binnen de EDI-structuur. Mondelinge feedback is snel en direct, ideaal tijdens de CFU en begeleide inoefening. Schriftelijke feedback is meer doordacht en geschikt voor de verwerkingsfase of als terugkoppeling op een exit-ticket of opdracht.
In de praktijk combineer je ze zo: tijdens de les geef je mondeling feedback terwijl je rondloopt. Na de les of bij de volgende les geef je schriftelijke feedback op het werk dat leerlingen hebben gemaakt. Die schriftelijke feedback hoeft niet uitgebreid te zijn. Een gerichte opmerking als “Je redenering klopt, maar je conclusie sluit er niet op aan” is veel effectiever dan een lange uitleg.
Wat daarbij helpt, is werken met didactisch coachen: je stelt vragen in plaats van antwoorden te geven, zowel mondeling als schriftelijk. Dat houdt het denkproces van de leerling actief en maakt feedback minder eenrichtingsverkeer.
Hoe geef je feedback zonder de leerling te ontmoedigen?
Feedback die niet ontmoedigt, is specifiek, gericht op het werk en niet op de persoon, en biedt altijd een concrete vervolgstap. In plaats van “Dit is fout” zeg je: “Hier klopt de redenering nog niet, probeer het zo.” Zo blijft de leerling in beweging en voelt feedback als hulp, niet als oordeel.
Een paar vuistregels die hierbij helpen:
- Benoem wat goed gaat voordat je aangeeft wat beter kan. Dat geeft houvast.
- Wees concreet. “Goed gedaan” zegt weinig. “Je hebt de stappen in de juiste volgorde gezet” zegt veel meer.
- Geef de leerling iets om mee verder te gaan. Feedback zonder richting laat iemand met lege handen achter.
- Pas je toon aan op de leerling. Wat voor de een aanmoedigend werkt, voelt voor de ander als druk.
Feedback geven is een vaardigheid die je ontwikkelt. Hoe meer bewust je ermee bezig bent, hoe makkelijker het wordt om de juiste toon en timing te vinden.
Hoe wij helpen met feedback geven binnen EDI
Feedback geven binnen de EDI-structuur vraagt oefening, reflectie en soms ook een frisse blik van buitenaf. Precies daar helpen wij bij. Ons Didactisch Coachen Programma is een masterclass met borgingstraject, gericht op planmatig en gestructureerd coachen en feedback geven in de klas. Je leert hoe je het denkproces van leerlingen activeert op een manier die motiverend werkt en het leren echt bevordert.
Wat je van ons programma kunt verwachten:
- Praktijkgerichte training die direct toepasbaar is in jouw lessen
- Aandacht voor borging, zodat nieuwe vaardigheden ook echt beklijven
- Begeleiding door trainers met eigen onderwijservaring
- Maatwerk dat aansluit op jouw situatie en die van jouw school
Wil je weten wat wij voor jou of jouw team kunnen betekenen? Vraag een offerte aan of neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.


