EDI toepassen in je lessen doe je door een vaste lesstructuur te volgen die bestaat uit zeven stappen: van het formuleren van een helder leerdoel tot aan zelfstandige verwerking door leerlingen. Expliciete directe instructie is geen star recept, maar een flexibel raamwerk dat je kunt aanpassen aan je eigen stijl en de behoeften van je klas. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over EDI in de klas, zodat je er morgen al mee aan de slag kunt.
Wat zijn de stappen van het EDI-model?
Het EDI-model bestaat uit zeven opeenvolgende stappen die samen een complete les vormen: leerdoel formuleren en delen, activeren van voorkennis, directe instructie, modelleren, begeleide inoefening, controlemomenten inbouwen en zelfstandige verwerking. Elke stap bouwt voort op de vorige en zorgt ervoor dat leerlingen de stof stap voor stap eigen maken.
De kracht van de EDI-methode in het onderwijs zit in de opbouw. Je begint altijd bij wat leerlingen al weten, bouwt daar bewust op verder en controleert voortdurend of iedereen meekomt. Dat is wezenlijk anders dan een klassieke les waarbij je uitlegt en daarna pas ontdekt dat de helft van de klas het niet begreep.
Wat veel ervaren docenten fijn vinden: de stappen sluiten aan bij wat goed onderwijs altijd al was. Je hoeft je eigen aanpak niet overboord te gooien. Je structureert hem bewuster. De zeven stappen geven je een kapstok, geen keurslijf.
Hoe formuleer je een effectief leerdoel bij EDI?
Een effectief leerdoel bij EDI is concreet, meetbaar en leerlinggericht. Het beschrijft wat de leerling aan het einde van de les kan doen, niet wat jij als docent gaat uitleggen. Een goed leerdoel begint dan ook met “Jij kunt…” of “Na deze les kun je…” gevolgd door een observeerbare handeling.
Het verschil zit in de precisie. “Leerlingen leren iets over breuken” is geen leerdoel. “Jij kunt twee breuken met verschillende noemers optellen” wel. Dat tweede leerdoel is toetsbaar, begrijpelijk voor de leerling en geeft jou als docent een duidelijk ijkpunt voor de rest van de les.
Deel het leerdoel ook actief met je leerlingen, liefst aan het begin en aan het einde van de les. Niet als formaliteit, maar als gesprekspunt. Vraag: “Wat dachten jullie dat we vandaag gingen doen?” en sluit af met: “Kunnen jullie het nu?” Zo maak je het leerdoel levend in plaats van een tekst op het bord die niemand leest.
Wat is het verschil tussen modelleren en voordoen?
Voordoen laat zien hoe iets werkt. Modelleren laat zien hoe je denkt terwijl je iets doet. Bij modelleren denk je hardop, benoem je twijfels, verklaar je keuzes en maak je het denkproces zichtbaar. Dat is het cruciale verschil: modelleren is transparant, voordoen is demonstreren.
Stel dat je uitlegt hoe je een tekstfragment analyseert. Voordoen: je leest het fragment voor en geeft het antwoord. Modelleren: je leest het fragment en zegt hardop “Ik zie het woord ‘echter’, dat vertelt me dat er een tegenstelling komt. Ik vraag me af wat er voor staat en wat erna komt, want dat helpt me de structuur te begrijpen.” Leerlingen horen nu niet alleen het antwoord, maar ook hoe je tot dat antwoord komt.
Voor ervaren docenten is modelleren soms onwennig, juist omdat ze veel onbewust competent zijn. Je doet dingen automatisch die leerlingen nog moeten leren. Modelleren vraagt dat je die automatismen weer bewust maakt en verwoordt. Dat is een vaardigheid die je kunt trainen, en die enorm waardevol is voor leerlingen die het denkproces nog aan het opbouwen zijn.
Hoe verwerk je differentiatie binnen een EDI-les?
Differentiatie binnen een EDI-les verwerk je het meest effectief tijdens de begeleide inoefening en de zelfstandige verwerking. In de instructiefase geef je klassikale uitleg op basisniveau. Daarna geef je leerlingen opdrachten op verschillende niveaus, pas je de hoeveelheid begeleiding aan of bied je verlengde instructie aan een kleine groep.
EDI en differentiatie worden soms als tegenpolen gezien, maar dat klopt niet. De klassikale instructiefase is bewust voor iedereen gelijk, zodat niemand informatie mist. Differentiatie komt daarna, wanneer leerlingen zelfstandig aan de slag gaan. Denk aan:
- Basisopdrachten voor alle leerlingen, met verrijkingsopdrachten voor snelle leerlingen
- Verlengde instructie aan een kleine groep terwijl de rest zelfstandig werkt
- Hulpkaarten of stappenplannen voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben
- Variatie in tempo: niet iedereen hoeft alle opgaven af te hebben
Het voordeel van EDI is dat je door de controlemomenten tijdens de les al vroeg ziet wie extra ondersteuning nodig heeft. Daardoor kun je je differentiatie gericht inzetten in plaats van achteraf repareren.
Meer tips?
Welke controletechnieken werken het best tijdens EDI?
De meest effectieve controletechnieken tijdens EDI zijn technieken waarbij je van alle leerlingen tegelijk een reactie vraagt, niet alleen van wie de hand opsteekt. Denk aan whiteboards, duimmetjes omhoog of omlaag, exit tickets, stemmen via een app of het laten opschrijven van een antwoord dat je daarna inzamelt.
Het principe achter controletechnieken in EDI is simpel: je wilt weten hoe het met de hele klas gaat, niet alleen met de drie leerlingen die altijd reageren. Klassieke vragen als “Begrijpen jullie het?” leveren niets op. Niemand steekt zijn hand op om aan te geven dat hij het niet snapt.
Praktische technieken die goed werken in de klas:
- Whiteboards: Leerlingen schrijven hun antwoord op en houden het omhoog. Jij ziet in één oogopslag wie het begrijpt.
- Duim-techniek: Omhoog, zijwaarts of omlaag geeft snel inzicht in het begrip van de groep.
- Steekproef: Roep willekeurig namen op in plaats van te wachten op vrijwilligers.
- Pair-share: Leerlingen overleggen kort met een buur en jij loopt langs om te horen wat er gezegd wordt.
- Exit ticket: Aan het einde van de les schrijft iedereen één zin op over wat ze begrepen hebben.
Door onderwijsontwikkeling in de klas te koppelen aan concrete controlemomenten, maak je je lessen niet alleen effectiever maar ook eerlijker: elke leerling telt mee.
Hoe combineer je EDI met formatief handelen?
EDI en formatief handelen versterken elkaar sterk. Formatief handelen gaat over het voortdurend in kaart brengen van waar leerlingen staan en daar je onderwijs op aanpassen. De controlemomenten die je in een EDI-les inbouwt, zijn precies de momenten waarop je formatief informatie verzamelt en direct handelt.
Het verschil is in de intentie. Bij EDI gebruik je controletechnieken om te checken of je verder kunt. Bij formatief handelen gebruik je diezelfde informatie bewust om je volgende stap te bepalen: ga je verder, herhaal je de uitleg, of geef je een groepje leerlingen verlengde instructie? Beide benaderingen sturen op hetzelfde doel: leerlingen laten groeien op basis van wat ze op dit moment begrijpen.
In de praktijk combineer je ze zo: na een controletechniek (EDI) stel je een vervolgvraag als “Hoe weet je dat?” of “Wat zou je doen als het antwoord anders was?” (formatief handelen). Zo stimuleer je niet alleen begrip, maar ook het denkproces van leerlingen. Meer weten over hoe je dit in je dagelijkse lessen integreert? Bekijk ons aanbod aan professionele trainingen voor docenten.
Welke fouten maken docenten het vaakst bij EDI?
De meest voorkomende fout bij het toepassen van EDI is te snel door de stappen heen gaan zonder te controleren of leerlingen meekomen. Docenten slaan de controlemomenten over omdat ze tijdsdruk voelen, of ze stellen vragen aan de groep in plaats van aan individuen, waardoor ze een vertekend beeld krijgen van het begrip in de klas.
Andere veelgemaakte fouten zijn:
- Het leerdoel te vaag formuleren, waardoor leerlingen niet weten wat ze aan het einde moeten kunnen
- Modelleren overslaan en direct naar de inoefening gaan, waardoor leerlingen het denkproces niet meekrijgen
- Te lang in de instructiefase blijven, waardoor leerlingen passief worden en de inoefening in de knel komt
- Differentiatie vergeten tijdens de verwerking, waardoor snelle leerlingen wachten en langzamere leerlingen afhaken
- EDI als checklist zien in plaats van als flexibel raamwerk, waardoor de les geforceerd aanvoelt
Het goede nieuws: al deze fouten zijn te voorkomen met bewuste voorbereiding en, bij voorkeur, feedback van een collega of coach die meekijkt. Een lesbezoek met gerichte terugkoppeling helpt je sneller dan uren zelf nadenken.
Hoe wij helpen bij het toepassen van EDI in de klas
EDI toepassen klinkt helder op papier, maar in de praktijk vraagt het oefening, feedback en soms een frisse blik van buitenaf. Precies daar helpen wij bij. September Onderwijs begeleidt docenten en teams bij het implementeren van expliciete directe instructie op een manier die aansluit bij hun eigen stijl en de context van hun school.
Wat we concreet bieden:
- Praktijkgerichte trainingen rondom EDI, formatief handelen en didactisch coachen
- Lesbezoeken met gerichte, constructieve feedback op jouw EDI-aanpak
- Ons Didactisch Coachen Programma: een masterclass met borgingstraject gericht op planmatig coachen en feedback geven, inclusief aandacht voor het stimuleren van het denkproces van leerlingen
- Maatwerk per school, zodat het altijd aansluit op jullie specifieke situatie
- Borging via coaching en intervisie, zodat nieuwe vaardigheden ook echt beklijven
Wil je weten wat er voor jou of jouw team mogelijk is? Vraag een offerte aan of neem direct contact op voor een vrijblijvend gesprek. We denken graag met je mee.


