Een EDI-lesplan bestaat uit een vaste reeks stappen die samen zorgen voor een heldere, effectieve les. De kern is dat je leerstof expliciet en gestructureerd aanbiedt, zodat leerlingen precies weten wat er van hen verwacht wordt en hoe ze daartoe komen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de opbouw, timing, differentiatie en valkuilen van een EDI-les.

Wat zijn de vaste stappen in een EDI-lesplan?

Een EDI-lesplan volgt een vaste didactische volgorde van zeven stappen: lesopening, activeren van voorkennis, leerdoelenbespreking, directe instructie, begeleide inoefening, zelfstandige verwerking en afsluiting. Deze volgorde is niet willekeurig. Elke stap bouwt voort op de vorige, zodat leerlingen nieuwe kennis stap voor stap verankeren voordat ze zelfstandig aan de slag gaan.

  1. Lesopening: Je maakt duidelijk waarom de les relevant is en wat leerlingen aan het einde kunnen.
  2. Activeren van voorkennis: Je haalt op wat leerlingen al weten, zodat nieuwe informatie ergens aan kan hangen.
  3. Leerdoelenbespreking: Je bespreekt het leerdoel concreet en controleerbaar.
  4. Directe instructie: Jij legt uit, modelleert en denkt hardop voor. Dit is het hart van de EDI-les.
  5. Begeleide inoefening: Leerlingen oefenen samen met jou, jij controleert begrip actief.
  6. Zelfstandige verwerking: Leerlingen werken zelfstandig, jij monitort en geeft gerichte feedback.
  7. Afsluiting: Je vat samen, controleert begrip en koppelt terug naar het leerdoel.

Wat het EDI-model zo krachtig maakt, is de nadruk op expliciete directe instructie: jij als docent neemt de regie en laat niets aan het toeval over. Dat klinkt misschien sturend, maar in de praktijk geeft het leerlingen juist houvast en veiligheid om te leren.

Hoe lang duurt elke fase van een EDI-les?

Er is geen vaste tijdsverdeling die voor elke les geldt, maar als vuistregel neemt de directe instructie inclusief begeleide inoefening samen zo’n 40 tot 50 procent van de lestijd in beslag. De zelfstandige verwerking beslaat vaak 30 tot 40 procent, en de opening en afsluiting verdelen de resterende tijd.

Bij een les van 50 minuten zou dat er ruwweg zo uitzien:

  • Lesopening en voorkennis activeren: 5 tot 8 minuten
  • Leerdoelenbespreking: 2 tot 3 minuten
  • Directe instructie: 10 tot 15 minuten
  • Begeleide inoefening: 8 tot 12 minuten
  • Zelfstandige verwerking: 12 tot 15 minuten
  • Afsluiting: 3 tot 5 minuten

Houd er rekening mee dat de tijdsverdeling afhankelijk is van het vak, de leeftijdsgroep en de complexiteit van de leerstof. Bij abstracte of nieuwe concepten wil je meer tijd besteden aan de instructie en begeleide inoefening. Bij herhalingsstof kun je sneller door naar de verwerking.

Wat is het verschil tussen EDI en andere instructiemodellen?

Het grootste verschil tussen het EDI-model en andere instructiemodellen is de mate van explicietheid en sturing vanuit de docent. Waar modellen als ontdekkend leren of projectmatig werken leerlingen meer ruimte geven om zelf kennis te construeren, neemt de docent bij expliciete directe instructie de leiding en laat niets impliciet.

EDI verschilt ook van het directe instructiemodel (DI) in de mate van structuur. DI is een bredere categorie; EDI is een specifieke, gedetailleerde uitwerking daarvan met vaste stappen, gerichte controlemomenten en bewust gebruik van technieken als koude beurt, mini-whiteboards en choral response om begrip te checken bij de hele klas tegelijk.

Vergeleken met het IGDI-model (interactieve gedifferentieerde directe instructie) legt EDI meer nadruk op modelleren en hardop denken door de docent, terwijl IGDI meer ruimte biedt voor differentiatie tijdens de instructiefase zelf. Beide modellen overlappen op veel punten, maar EDI is strakker gestructureerd en daarmee makkelijker te leren en consistent toe te passen. Meer weten over hoe dit past binnen schoolbrede onderwijsontwikkeling? Dat leggen we graag uit.

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Hoe verwerk je differentiatie in een EDI-lesplan?

Differentiatie in een EDI-lesplan vindt voornamelijk plaats tijdens de begeleide inoefening en de zelfstandige verwerking, niet tijdens de instructiefase. De instructie is voor iedereen gelijk: helder, expliciet en volledig. Daarna pas je het niveau van de opgaven, de mate van ondersteuning of de hoeveelheid stof aan op basis van wat je tijdens de begeleide inoefening hebt gezien.

Praktische manieren om te differentiëren binnen een EDI-les:

  • Verlengde instructie: Een kleine groep leerlingen krijgt extra uitleg terwijl de rest zelfstandig werkt.
  • Niveaugebonden verwerkingsopdrachten: Basisopdrachten voor alle leerlingen, verdiepingsopdrachten voor wie klaar is.
  • Scaffolding: Sommige leerlingen krijgen een stappenplan of woordlijst als ondersteuning tijdens de verwerking.
  • Flexibele groepering: Je groepeert leerlingen tijdelijk op basis van begrip, niet op basis van een vast niveau.

De kracht van EDI is juist dat je door de strakke instructiefase beter zicht krijgt op wie wat begrijpt. Die informatie gebruik je direct om je differentiatie te sturen, in plaats van te werken op basis van aannames.

Welke valkuilen maken een EDI-lesplan minder effectief?

De meest voorkomende valkuil bij het werken met een EDI-lesplan is dat docenten de instructiefase te snel doorlopen. Als leerlingen de basisstof niet goed begrijpen voordat ze gaan oefenen, stapelen fouten zich op en verlies je hen alsnog. Neem de tijd om te modelleren en controleer begrip actief voordat je verder gaat.

Andere valkuilen die we regelmatig zien:

  • Te weinig controle op begrip: Vragen stellen aan de klas en genoegen nemen met de antwoorden van een paar leerlingen geeft een vertekend beeld. Gebruik technieken die iedereen activeren.
  • De afsluiting overslaan: Juist het terugkoppelen naar het leerdoel verankert de les. Sla dit niet over als de tijd krap is.
  • EDI als afvinklijst gebruiken: De stappen zijn een middel, geen doel. Als je ze mechanisch afwerkt zonder aandacht voor de klas, verlies je de essentie.
  • Te weinig oefening met het model zelf: EDI goed uitvoeren kost oefening. Docenten die het model een paar keer proberen en dan concluderen dat het niet werkt, hebben vaak te weinig feedback gekregen op hun eigen uitvoering.

Wil je werken aan de kwaliteit van je instructie en daarbij gerichte feedback ontvangen? Ons aanbod aan trainingen sluit hier direct op aan.

Wanneer is EDI de juiste keuze voor je les?

EDI is de juiste keuze wanneer je nieuwe, complexe of abstracte leerstof introduceert waarbij leerlingen nog geen stevige basis hebben. Het model werkt ook goed bij vaardigheden die stapsgewijs opgebouwd moeten worden, zoals rekenprocedures, grammaticaconstructies of analysevaardigheden.

EDI is minder geschikt als leerlingen de stof al goed beheersen en toe zijn aan meer zelfstandige verdieping of creatieve toepassing. In dat geval kun je de instructiefase comprimeren of weglaten en direct starten bij de verwerking. EDI vervangt ook geen samenwerkingsopdrachten of projectmatig leren, maar het biedt wel de kennisbasis die nodig is om die vormen zinvol in te kunnen zetten.

Een goede vuistregel: kies voor een EDI-lesplan als je niet zeker weet of leerlingen de benodigde voorkennis hebben, als je merkt dat uitleg in het verleden niet goed is geland, of als je wilt dat alle leerlingen, ook degenen die normaal afhaken, de leerstof echt meekrijgen.

Hoe wij helpen bij het werken met EDI in de klas

Een EDI-lesplan op papier zetten is één ding. Het ook echt goed uitvoeren in de klas, met de juiste timing, de juiste vragen en oog voor elke leerling, is een vak apart. September Onderwijs helpt docenten om die stap te zetten, niet met een eenmalige workshop maar met een traject dat beklijft.

  • Praktijkgerichte begeleiding die aansluit op jouw klas en jouw stijl
  • Lesbezoeken met concrete, opbouwende feedback op je instructie
  • Coaching gericht op didactisch handelen, inclusief het toepassen van EDI-stappen
  • Borging via intervisie en terugkomsessies, zodat nieuwe gewoontes echt landen

Ons Didactisch Coachen Programma is hier specifiek op gericht: een masterclass met borgingstraject die je helpt om je instructie te versterken en het denkproces van leerlingen beter te stimuleren. Wil je weten wat er mogelijk is voor jouw situatie? Vraag een offerte aan of neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Misschien vind je dit ook interessant?