Een goede EDI-les volgt een vaste structuur van zeven stappen: van het activeren van voorkennis tot het zelfstandig inoefenen van de nieuwe stof. Die structuur is geen keurslijf, maar een houvast waarmee je als docent bewust stuurt op begrip bij elke leerling. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over EDI-stappen, zodat je morgen al concreter aan de slag kunt.

Welke stappen doorloop je in een EDI-les?

Een EDI-les bestaat uit zeven opeenvolgende stappen die samen zorgen voor een strakke, effectieve les. Je begint met het activeren van voorkennis, geeft daarna de leerdoelen aan, introduceert nieuwe leerstof via modeling, oefent samen in begeleide inoefening, checkt begrip via controlevragen, laat leerlingen zelfstandig oefenen en sluit af met een korte samenvatting of check.

  1. Activeren van voorkennis: Koppel nieuwe stof aan wat leerlingen al weten. Dit verlaagt de drempel en maakt nieuwe informatie beter begrijpelijk.
  2. Leerdoel benoemen: Vertel leerlingen wat ze aan het einde van de les kunnen. Concreet en in hun eigen taal.
  3. Modeling: Jij doet voor, hardop denkend. Leerlingen kijken en luisteren.
  4. Begeleide inoefening: Jullie oefenen samen, met jou als gids die steeds meer loslaat.
  5. Controlevragen: Je checkt continu of iedereen het begrijpt, niet alleen de snelle denkers voorin.
  6. Zelfstandige verwerking: Leerlingen gaan zelf aan de slag, jij observeert en stuurt bij waar nodig.
  7. Afsluiting: Een korte terugblik op het leerdoel en wat leerlingen hebben geleerd.

De kracht van deze EDI-stappen zit in de volgorde. Je bouwt systematisch op, zodat leerlingen nooit worden overvraagd. Dat is precies waarom EDI zo goed werkt in heterogene klassen.

Wat is het verschil tussen modeling en begeleide inoefening?

Bij modeling doe jij als docent het werk en denk je hardop, zodat leerlingen jouw denkproces kunnen volgen. Bij begeleide inoefening verschuift de verantwoordelijkheid geleidelijk naar de leerlingen, maar jij blijft actief begeleiden en corrigeren. Het verschil zit in wie het werk doet.

Modeling is in feite een ‘ik doe voor, jij kijkt toe’. Je laat zien hoe jij een probleem aanpakt, een tekst analyseert of een rekensom oplost. Je spreekt je gedachten hardop uit: “Ik zie hier een onbekend woord, dus ik kijk naar de context.” Dat maakt het denkproces zichtbaar voor leerlingen die anders alleen het eindproduct zien.

Begeleide inoefening is de brug tussen modeling en zelfstandig werken. Je stelt vragen, leerlingen antwoorden, en samen werk je door de stof heen. Je geeft hints, corrigeert direct en bouwt het tempo langzaam op. Pas als je merkt dat de meeste leerlingen het begrijpen, stap je over naar zelfstandige verwerking. Ga je te snel, dan verlies je een groot deel van de klas onderweg.

Hoe zet je effectieve controlevragen in tijdens een EDI-les?

Effectieve controlevragen in een EDI-les zijn gericht aan de hele klas, niet alleen aan vrijwilligers. Je gebruikt technieken als koude beurt, whiteboards of gebarentechnieken zodat je een eerlijk beeld krijgt van het begrip bij alle leerlingen, niet alleen bij degenen die hun vinger opsteken.

De valkuil van klassikale instructie is dat je altijd dezelfde drie leerlingen hoort. Met controlevragen doorbreek je dat patroon bewust. Praktische technieken:

  • Koude beurt: Stel een vraag, wacht even, noem dan pas een naam. Zo denkt iedereen mee.
  • Whiteboards: Leerlingen schrijven hun antwoord op en houden het tegelijk omhoog. Jij ziet in één oogopslag wie het begrijpt.
  • Duimtechniek: Snel en laagdrempelig: duim omhoog (begrijp ik), zijwaarts (twijfel), omlaag (snap ik niet).
  • Partnercheck: Leerlingen vergelijken hun antwoord met een buur voor je de klas aanspreekt.

Goede controlevragen zijn gericht op het leerdoel, niet op randvragen. Ze helpen jou beslissen of je verder kunt of nog een ronde begeleide inoefening nodig is. Dat maakt ze een essentieel onderdeel van de EDI-stappen.

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Wanneer werkt EDI minder goed of is het niet geschikt?

EDI werkt minder goed bij lessen die gericht zijn op open onderzoek, creatief denken of complexe probleemoplossing waarbij er geen eenduidig leerpad is. De methode is het sterkst bij het aanleren van duidelijk omschreven vaardigheden en kennis met een logische volgorde.

Dat wil niet zeggen dat EDI alleen voor ‘simpele’ stof is. Maar bij projectmatig werken, filosofische discussies of kunstzinnige vakken past de strakke stapsgewijze structuur minder goed. Daar wil je juist ruimte laten voor divergent denken en eigen inbreng van leerlingen.

Ook bij leerlingen die de basisstof al goed beheersen kan een volledige EDI-les te traag aanvoelen. In dat geval kun je stappen inkorten of combineren, of die leerlingen eerder doorsturen naar verdiepingsstof. EDI is een krachtig instrument, maar geen dogma. Jouw ervaring als docent helpt je bepalen wanneer je de structuur volgt en wanneer je ervan afwijkt.

Hoe combineer je EDI met differentiëren in de klas?

EDI en differentiëren sluiten goed op elkaar aan omdat de controlevragen en begeleide inoefening je direct laten zien wie extra ondersteuning nodig heeft en wie klaar is voor meer. Je differentieert niet vóór de les, maar op basis van wat je tijdens de les ziet.

In de praktijk betekent dit dat je tijdens de zelfstandige verwerking bewust onderscheid maakt. Leerlingen die de stof beheersen krijgen verdiepingsopdrachten of gaan verder met een uitdagende variant. Leerlingen die nog worstelen, werk je in een kleine groep verder bij, met extra begeleide inoefening.

Wat EDI handig maakt voor differentiatie is dat je een gemeenschappelijke basis legt voor de hele klas. Daarna vertakken de wegen. Zo hoef je niet meteen drie verschillende lessen voor te bereiden, maar kun je vanuit één sterke instructie toch tegemoetkomen aan verschillende niveaus. Schoolontwikkeling rond leskwaliteit begint vaak bij precies deze combinatie van duidelijke instructie en slimme differentiatie.

Hoe weet je of een EDI-les geslaagd is?

Een EDI-les is geslaagd als de meeste leerlingen aan het einde van de les het leerdoel zelfstandig kunnen toepassen, zonder jouw hulp. Dat is de simpelste maatstaf. Je ziet het terug in de kwaliteit van de zelfstandige verwerking en in de antwoorden op je afsluitende controlevragen.

Concreet kun je jezelf na de les deze vragen stellen:

  • Hebben de meeste leerlingen de zelfstandige opdracht correct afgerond?
  • Waren er tijdens de begeleide inoefening signalen dat ik te snel ben gegaan?
  • Heb ik het leerdoel aan het begin en einde van de les expliciet benoemd?
  • Heb ik alle leerlingen betrokken, ook de stille leerlingen achterin?

Een goede EDI-les voel je ook. Leerlingen zijn actief, er is weinig uitval, en jij hebt het gevoel dat je de klas hebt meegekregen. Dat gevoel is geen toeval, het is het resultaat van bewuste keuzes in elke stap. Trainingen voor docenten kunnen helpen om dat gevoel vaker te ervaren en de EDI-stappen steeds soepeler te doorlopen.

Hoe wij helpen met EDI in jouw klas

EDI begrijpen is één ding. Het ook echt goed uitvoeren in een volle klas, met alle dynamiek van dien, is een tweede. Dat is precies waar ons Didactisch Coachen Programma bij helpt. We werken planmatig en gestructureerd aan jouw manier van coachen en feedback geven, zodat leerlingen steeds meer zelf gaan denken en doen.

Wat je van ons kunt verwachten:

  • Praktijkgerichte begeleiding die aansluit op jouw klas en jouw stijl
  • Lesbezoeken met concrete, opbouwende feedback op jouw EDI-stappen
  • Een borgingstraject zodat wat je leert ook echt blijft hangen
  • Trainers met eigen onderwijservaring die weten hoe een klas echt werkt

We werken al meer dan 15 jaar samen met scholen door heel Nederland en zijn CRKBO- en NRTO-gecertificeerd. Wil je weten wat wij voor jou of jouw team kunnen betekenen? Vraag een vrijblijvende offerte aan of neem direct contact op voor een persoonlijk gesprek.

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Misschien vind je dit ook interessant?