Ja, EDI en differentiëren kun je zeker combineren, en ze sluiten eigenlijk heel goed op elkaar aan. EDI biedt een heldere lesstructuur waarbinnen je op specifieke momenten ruimte creëert voor differentiatie, zonder dat de les zijn richting verliest. Het gaat er niet om dat je twee methoden naast elkaar uitvoert, maar dat je differentiatie slim inbouwt op de plekken waar de EDI-structuur daar ruimte voor geeft. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe je dat in de praktijk doet.
Hoe verhouden EDI en differentiëren zich tot elkaar?
EDI en differentiëren zijn geen tegenpolen, maar vullen elkaar aan. Expliciete directe instructie biedt een gestructureerde manier om nieuwe leerstof aan te bieden, terwijl differentiëren ervoor zorgt dat die stof aankomt bij leerlingen met verschillende niveaus, tempo’s en behoeften. De combinatie werkt juist goed omdat EDI je als docent voortdurend informatie geeft over waar leerlingen staan.
Binnen een EDI-les stel je voortdurend vragen, controleer je begrip en pas je je instructie aan op basis van wat je ziet en hoort. Dat is in essentie ook wat differentiëren vraagt: reageren op de werkelijke behoeften van leerlingen in plaats van uitgaan van een gemiddelde. De structuur van EDI maakt het juist makkelijker om te differentiëren, omdat je weet op welk moment je welke informatie hebt over je leerlingen.
Ervaren docenten herkennen dit vaak meteen: je hebt altijd al ingespeeld op verschillen in de klas, ook zonder dat je het zo noemde. EDI geeft die intuïtie een bewust kader.
Waarom lijkt differentiëren moeilijker bij klassikale instructie?
Differentiëren voelt ingewikkeld bij klassikale instructie omdat je het idee hebt dat je maar één ding tegelijk kunt doen voor een hele groep. Maar dat gevoel klopt niet helemaal. De uitdaging zit niet in de klassikale vorm zelf, maar in de aanname dat differentiëren betekent dat je voor elke leerling iets anders doet op hetzelfde moment.
Klassikale instructie is juist een efficiënte manier om basiskennis over te dragen aan de hele groep. De differentiatie vindt dan niet tijdens de instructie zelf plaats, maar in de manier waarop je de instructie opbouwt, de vragen die je stelt aan verschillende leerlingen, en de keuzes die je maakt in de verwerkingsfase. Wie denkt dat differentiëren betekent dat je drie verschillende lessen tegelijk geeft, maakt het zichzelf onnodig moeilijk.
Een ander struikelblok is dat differentiëren in de klassikale setting soms als verlies van controle voelt. Dat is begrijpelijk, zeker als je gewend bent aan een strakke, gelijkmatige aanpak. Maar differentiëren hoeft je lesstructuur helemaal niet te verstoren, zolang je weet op welke momenten je het inzet.
Op welke momenten in een EDI-les kun je differentiëren?
In een EDI-les zijn er meerdere momenten waarop differentiatie van nature past, zonder dat je de structuur loslaat. De sleutel is om te weten waar in de les je ruimte hebt om te schakelen op basis van wat je bij leerlingen ziet.
- Tijdens het controleren van begrip: Stel gerichte vragen aan leerlingen die je nog niet goed kunt inschatten. Gebruik de antwoorden om te bepalen of je de instructie herhaalt, verdiept of verder gaat.
- Bij begeleide inoefening: Geef sommige leerlingen extra voorbeelden of een tussenstap, terwijl anderen al zelfstandiger aan de slag gaan.
- Bij zelfstandige verwerking: Bied verschillende niveaus van opdrachten aan, of pas de hoeveelheid ondersteuning aan per leerling of groepje.
- Bij de terugblik aan het begin: Gebruik de activerende vragen om snel te zien wie de vorige les heeft begrepen en wie een korte herhaling nodig heeft.
- Bij de afsluiting: Laat leerlingen op hun eigen niveau reflecteren op wat ze geleerd hebben, bijvoorbeeld via een exitticket met aanpasbare vragen.
Je hoeft niet op alle momenten te differentiëren. Kies één of twee momenten per les en doe dat bewust. Dat is al een groot verschil met een one-size-fits-all aanpak.
Meer tips?
Wat is het verschil tussen differentiëren in instructie en in verwerking?
Differentiëren in instructie betekent dat je aanpast hoe je de leerstof uitlegt, aan wie, en met welke ondersteuning. Differentiëren in verwerking betekent dat je aanpast wat leerlingen doen nadat de instructie is gegeven. Beide zijn waardevol, maar vragen om een andere aanpak en een ander moment in de les.
Differentiëren in instructie kan subtiel zijn: je kiest bewust welke leerling je een makkelijkere of moeilijkere vraag stelt, je biedt een extra voorbeeld voor wie het nog niet snapt, of je herhaalt een stap voor een klein groepje terwijl de rest alvast begint. Dit vraagt om scherpe observatie en snelle beslissingen, maar hoeft de les niet te vertragen.
Differentiëren in verwerking is zichtbaarder: leerlingen werken aan opdrachten op verschillende niveaus, in een ander tempo, of met meer of minder hulpmiddelen. Dit is het moment waarop jij als docent rond kunt lopen, gericht kunt ondersteunen en kunt zien wie wat nodig heeft. Binnen een EDI-structuur is dit de meest logische plek voor zichtbare differentiatie.
In de praktijk werkt de combinatie het beste: kleine aanpassingen in de instructiefase, gevolgd door meer structurele differentiatie in de verwerking. Zo bouw je de les op van gezamenlijk naar individueel, van eenvoudig naar complex.
Hoe voorkom je dat differentiëren ten koste gaat van de lesstructuur?
Differentiëren tast de lesstructuur niet aan als je het inbouwt als een keuze binnen de structuur, niet als een extra laag erbovenop. De valkuil is dat docenten differentiatie zien als iets wat ze erbij moeten doen, terwijl het eigenlijk gaat om slimmere keuzes binnen wat je al doet.
- Plan differentiatiemomenten van tevoren in, zodat het geen improvisatie wordt.
- Koppel differentiatie aan een specifiek EDI-moment, zoals de begeleide inoefening of de zelfstandige verwerking.
- Gebruik vaste routines voor niveaugroepen of hulpmiddelen, zodat leerlingen weten wat ze moeten doen zonder dat jij elke keer instructies hoeft te herhalen.
- Houd de basisinstructie klassikaal, en differentieer daarna. Zo behoud je de gezamenlijke basis en de duidelijke structuur.
- Evalueer na de les kort wat werkte. Differentiëren wordt makkelijker naarmate je het vaker bewust doet.
De aanpak van schoolontwikkeling die wij bij September Onderwijs hanteren, is precies hierop gericht: niet meer doen, maar slimmer kijken naar wat al werkt en dat versterken. Dat geldt ook voor differentiëren binnen een EDI-les.
Welke valkuilen maken differentiëren binnen EDI onnodig complex?
De grootste valkuil is dat docenten differentiëren te groot maken. Ze denken dat het drie aparte lessen tegelijk betekent, of dat elke leerling een individueel programma nodig heeft. Dat is niet zo. Differentiëren binnen EDI kan klein en effectief zijn, als je weet waar je op let.
Andere veelgemaakte fouten zijn:
- Differentiëren zonder informatie: Je past je les aan zonder goed te weten wie wat nodig heeft. Gebruik de controlerende vragen in EDI juist om die informatie te verzamelen.
- Te veel tegelijk aanpassen: Wie alles tegelijk wil differentiëren, verliest het overzicht. Begin met één aanpassing per les en bouw dat langzaam uit.
- Leerlingen permanent indelen in niveaugroepen: Vaste groepen kunnen stigmatiseren en motivatie ondermijnen. Wissel af en koppel groepjes aan de taak, niet aan de leerling.
- Differentiatie los zien van de rest van de les: Als differentiëren aanvoelt als een apart blok, klopt er iets niet. Het moet een vloeiend onderdeel zijn van de les, niet een onderbreking.
- Vergeten wat al werkt: Ervaren docenten doen al veel goed. Differentiëren is vaak een kwestie van bewuster doen wat je al intuïtief deed.
Wie dit herkent, is niet de enige. Veel docenten worstelen met precies deze vragen. Het goede nieuws is dat je met kleine, bewuste aanpassingen al een groot verschil kunt maken.
Hoe September Onderwijs helpt met EDI en differentiëren combineren
Als je merkt dat je EDI wel begrijpt maar differentiëren nog niet echt in je lessen geïntegreerd krijgt, dan is dat precies het punt waarop persoonlijke begeleiding het verschil maakt. Bij September Onderwijs helpen we docenten om theorie om te zetten naar wat werkt in hun eigen klas, met hun eigen leerlingen.
Wat wij bieden:
- Praktijkgerichte begeleiding die aansluit op jouw niveau en ervaring
- Lesbezoeken met gerichte feedback op differentiatie binnen jouw lessen
- Het Didactisch Coachen Programma: een masterclass met borgingstraject gericht op planmatig coachen en feedback geven, zodat het beklijft
- Maatwerk per school of per docent, geen standaard pakket
- Aandacht voor wat al wél werkt, want jouw ervaring is het startpunt
Wil je weten wat er mogelijk is voor jou of je team? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek, of vraag een offerte aan en ontdek hoe we samen aan de slag kunnen. Bekijk ook ons volledige trainingsaanbod als je eerst wilt zien wat er allemaal mogelijk is.


