OP3 is de aanduiding die de Onderwijsinspectie gebruikt voor het pedagogisch-didactisch handelen van docenten in de klas. Het gaat om de manier waarop een leraar lesgeeft: hoe hij of zij leerlingen aanspreekt, instrueert, activeert en begeleidt bij het leerproces. Voor scholen is OP3 een van de meest bepalende onderdelen van het inspectiekader, omdat het direct zichtbaar is in elke les.

Een beoordeling van OP3 zegt iets over de kwaliteit van het dagelijkse onderwijs op jouw school. Scoort een school onvoldoende op dit onderdeel, dan volgt er vrijwel altijd een verbetertraject met hertoetsing. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over OP3, van de betekenis en beoordeling tot concrete stappen om de leskwaliteit te verbeteren.

Hoe beoordeelt de inspectie OP3 in de praktijk?

De inspectie beoordeelt OP3 door lesbezoeken af te leggen en het feitelijke gedrag van docenten in de klas te observeren. Inspecteurs kijken niet naar wat er op papier staat, maar naar wat er in de praktijk gebeurt. Ze gebruiken daarvoor gestandaardiseerde observatie-instrumenten die zijn afgeleid van het inspectiekader onderwijs.

Tijdens een lesbezoek let de inspecteur op een reeks concrete gedragingen: hoe structureert de docent de les, hoe activeert hij of zij leerlingen, hoe wordt omgegaan met verschillen in de klas en in hoeverre nemen leerlingen eigenaarschap over hun eigen leerproces? De beoordeling is altijd gebaseerd op meerdere lessen en meerdere docenten, nooit op een enkel moment.

Na afloop van de observaties wordt de school geïnformeerd over de bevindingen. Wanneer de inspectie vaststelt dat het pedagogisch-didactisch handelen structureel tekortschiet, volgt een oordeel van “onvoldoende” op OP3. Dat oordeel heeft directe gevolgen voor het toezichtarrangement van de school.

Welke aspecten vallen er precies onder OP3?

OP3 omvat alle aspecten van het pedagogisch-didactisch handelen van de docent. Het gaat om de manier waarop een leraar de les inricht, leerlingen instrueert, begeleidt en motiveert. Dit is een breed domein dat meerdere deelcompetenties omvat die samen de kwaliteit van de les bepalen.

De volgende aspecten vallen onder OP3:

  • Klassenmanagement: de mate waarin de docent een veilig en gestructureerd leerklimaat creëert
  • Expliciete directe instructie (EDI): heldere uitleg, het activeren van voorkennis en het controleren van begrip
  • Differentiatie: het afstemmen van de les op verschillende niveaus en behoeften van leerlingen
  • Activerende werkvormen: het betrekken van alle leerlingen bij het leerproces, niet alleen de actieve deelnemers
  • Formatief handelen: het continu peilen waar leerlingen staan en de les daarop aanpassen
  • Eigenaarschap bij leerlingen: de mate waarin leerlingen zelf regie nemen over hun leren

Al deze aspecten zijn met elkaar verweven. Een docent die sterk is in instructie maar nauwelijks differentieert, zal toch moeite hebben om een voldoende op OP3 te halen. De inspectie kijkt naar het geheel.

Wat is het verschil tussen OP2 en OP3?

OP2 gaat over het leerklimaat op school en in de klas, terwijl OP3 specifiek gaat over het pedagogisch-didactisch handelen van de docent. Kort gezegd: OP2 beschrijft de sfeer en veiligheid, OP3 beschrijft de kwaliteit van het lesgeven zelf.

OP2 omvat aspecten als sociale veiligheid, de relatie tussen leerlingen onderling en tussen leerling en leraar, en het welbevinden van leerlingen op school. Het is de basis waarop goed onderwijs kan plaatsvinden. OP3 bouwt daarop voort: het gaat om de didactische keuzes die een docent maakt, de manier van instrueren en het stimuleren van leerlingen om actief te denken en te leren.

In de praktijk beïnvloeden OP2 en OP3 elkaar sterk. Een klas met een onveilig klimaat maakt het moeilijker om effectief te differentiëren of leerlingen eigenaarschap te laten nemen. Omgekeerd draagt een docent die activerend lesgeeft en leerlingen serieus neemt, ook bij aan een positief leerklimaat. Toch zijn het aparte beoordelingscriteria met elk hun eigen indicatoren.

Waarom scoort een school onvoldoende op OP3?

Een school scoort onvoldoende op OP3 wanneer het pedagogisch-didactisch handelen van docenten structureel niet voldoet aan de verwachtingen van de inspectie. Dit is zelden het gevolg van één probleem, maar meestal een combinatie van factoren die door de jaren heen zijn gegroeid.

Veelvoorkomende oorzaken zijn:

  1. Gebrek aan gedeeld beeld: Docenten en schoolleiders hebben geen gezamenlijke visie op wat goede leskwaliteit inhoudt, waardoor verbeteringen niet structureel worden doorgevoerd.
  2. Onvoldoende differentiatie: Lessen zijn te veel gericht op het gemiddelde, waardoor leerlingen aan de boven- en onderkant onvoldoende worden bediend.
  3. Passief leerklimaat: Leerlingen zijn weinig betrokken en nemen zelf geen regie over hun leerproces.
  4. Beperkte feedbackcultuur: Docenten geven weinig gerichte feedback en er is nauwelijks formatief handelen zichtbaar in de les.
  5. Gebrek aan borging: Verbeteringen worden ingezet na een signaal van de inspectie, maar beklijven niet omdat er geen structurele opvolging is.

Wat deze oorzaken gemeen hebben, is dat ze zelden op individueel docentniveau liggen. Meestal gaat het om een schoolbrede cultuur of een gebrek aan systematische begeleiding en professionalisering.

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Hoe verbeter je OP3 binnen een schooljaar?

OP3 verbeteren binnen een schooljaar is mogelijk, mits je gestructureerd werkt met concrete doelen, regelmatige lesobservaties en gerichte feedback aan docenten. Een willekeurige reeks losse trainingen is daarvoor niet genoeg. Het vraagt om een planmatige aanpak die theorie direct verbindt aan de dagelijkse lespraktijk.

Een effectieve aanpak bestaat uit de volgende stappen:

  1. Nulmeting: Breng de huidige stand van het pedagogisch-didactisch handelen in kaart via lesbezoeken en gesprekken met docenten.
  2. Gedeeld beeld ontwikkelen: Zorg dat het hele team begrijpt wat goede leskwaliteit inhoudt en welke concrete gedragingen daarbij horen.
  3. Prioriteiten stellen: Kies twee of drie focuspunten per docent of team, in plaats van alles tegelijk te willen verbeteren.
  4. Trainen en oefenen: Zet gerichte professionaliseringsactiviteiten in, gericht op de gekozen focuspunten zoals EDI, differentiatie of formatief handelen.
  5. Lesbezoeken met feedback: Plan regelmatige lesbezoeken waarbij docenten constructieve, ontwikkelgerichte feedback ontvangen.
  6. Borgen: Combineer trainingen met intervisie en coaching zodat nieuwe vaardigheden niet na een paar weken wegzakken.

De sleutel zit in consistentie. Scholen die binnen een schooljaar zichtbare verbetering boeken, zijn scholen die de ontwikkeling van leskwaliteit als een doorlopend proces behandelen, niet als een eenmalig project.

Welke rol speelt de schoolleider bij het verbeteren van OP3?

De schoolleider is de belangrijkste aanjager van verbetering op OP3. Zonder actieve betrokkenheid en sturing vanuit de leiding beklijven verbeteringen in leskwaliteit nauwelijks, hoe goed de trainingen ook zijn. De schoolleider bepaalt de koers, creëert de randvoorwaarden en houdt de focus vast.

Concreet betekent dit dat de schoolleider een gedeeld beeld van goede leskwaliteit moet uitdragen en bewaken. Dat vraagt om regelmatig aanwezig te zijn bij lesbezoeken, niet als beoordelaar maar als lerende leider. Het vraagt ook om het creëren van een veilige omgeving waarin docenten fouten mogen maken en van elkaar kunnen leren.

Daarnaast heeft de schoolleider een cruciale rol in het borgen van verbeteringen. Door professionalisering te verankeren in de schoolcultuur, tijd en ruimte te geven voor intervisie en de schoolontwikkeling te koppelen aan concrete doelen, zorgt de leider ervoor dat verbeteringen niet tijdelijk zijn maar structureel worden doorgevoerd.

Wanneer is externe begeleiding bij OP3 zinvol?

Externe begeleiding bij OP3 is zinvol wanneer een school merkt dat interne inspanningen onvoldoende resultaat opleveren, wanneer er een concreet verbetertraject nodig is na een onvoldoende van de inspectie, of wanneer de schoolleider behoefte heeft aan een objectieve blik van buiten op de leskwaliteit.

Een externe begeleider brengt onafhankelijkheid mee, wat intern vaak moeilijk te realiseren is. Docenten reageren anders op feedback van een ervaren externe trainer dan op feedback van een collega of leidinggevende. Bovendien heeft een gespecialiseerde organisatie ervaring met vergelijkbare situaties op andere scholen, waardoor de aanpak direct aansluit op de praktijk.

Externe begeleiding is ook waardevol als er weerstand is binnen het team. Een neutrale partij kan het gesprek over leskwaliteit op een andere manier voeren, zonder de bestaande verhoudingen te belasten. Dat maakt het makkelijker om een groeigericht klimaat te ontwikkelen in plaats van een defensieve houding.

Hoe wij helpen bij het verbeteren van OP3

Met meer dan 15 jaar ervaring in het begeleiden van scholen in PO, VO en MBO weten wij wat er nodig is om OP3 structureel te verbeteren. Onze aanpak is praktijkgericht, maatgericht en altijd gericht op duurzame resultaten, niet op tijdelijke verbeteringen voor de inspectie.

Wat wij concreet bieden:

  • Planmatige lesobservaties waarbij ervaren trainers het pedagogisch-didactisch handelen in kaart brengen en directe, constructieve feedback geven
  • Teamtrainingen op maat, gericht op thema’s als EDI, differentiatie, formatief handelen en activerende werkvormen
  • Didactisch coachen van individuele docenten, afgestemd op hun persoonlijke ontwikkeldoelen
  • Borging via intervisie en coaching, zodat nieuwe vaardigheden beklijven en zichtbaar worden in de klas
  • Begeleiding van de schoolleider bij het ontwikkelen van een gedeeld beeld van leskwaliteit binnen het team

Wij zijn CRKBO en NRTO-gecertificeerd en behalen een gemiddelde beoordeling van 8,9. Een traject is bij ons pas afgerond als de concrete doelen zijn bereikt. Wil je weten wat wij voor jouw school kunnen betekenen? Vraag een vrijblijvende offerte aan of neem direct contact op met ons team.

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Misschien vind je dit ook interessant?