Het EDI-model bestaat uit 8 fasen: oriëntatie, activering van voorkennis, instructie, begeleide inoefening, zelfstandige inoefening, samenvatting, toepassing en sluiting. Samen vormen deze stappen een gestructureerde lesopbouw die ervoor zorgt dat leerlingen nieuwe leerstof écht begrijpen en kunnen toepassen. Elke fase heeft een duidelijk doel en bouwt voort op de vorige. Hieronder lopen we alle fasen stap voor stap door.
Hoe verloopt een EDI-les stap voor stap?
Een EDI-les volgt een vaste, logische volgorde van 8 fasen die samen één geheel vormen. De opbouw begint bij het activeren van wat leerlingen al weten, bouwt stap voor stap op naar nieuwe leerstof en sluit af met een moment van reflectie en consolidatie. Elke fase heeft een specifieke functie binnen het geheel van expliciete directe instructie.
De 8 EDI-fasen op een rij:
- Oriëntatie op het lesdoel
- Activering van voorkennis
- Instructie van nieuwe leerstof
- Begeleide inoefening samen met de klas
- Zelfstandige inoefening door leerlingen individueel
- Samenvatting van de kernpunten
- Toepassing in nieuwe contexten
- Sluiting met terugblik op het lesdoel
Wat het EDI-model zo krachtig maakt, is dat het niet zomaar een recept is dat je klakkeloos volgt. Het is een structuur die ruimte laat voor jouw eigen stijl als docent, terwijl het leerlingen houvast geeft. Zeker voor ervaren docenten die hun aanpak willen versterken met bewezen didactische inzichten, biedt de EDI-lesopbouw een stevige basis om op te bouwen.
Wat houdt de oriëntatiefase in bij EDI?
De oriëntatiefase is de openingsfase van een EDI-les, waarin je als docent het lesdoel helder en expliciet communiceert. Je vertelt leerlingen niet alleen wát ze gaan leren, maar ook waarom dat relevant is. Dit geeft richting aan de les en activeert de aandacht van leerlingen vanaf het begin.
In de praktijk betekent dit dat je het lesdoel letterlijk op het bord schrijft en hardop bespreekt. Geen vaag “vandaag gaan we iets doen met breuken”, maar concreet: “Na deze les kun je breuken optellen met verschillende noemers.” Dat klinkt simpel, maar het verschil in focus bij leerlingen is merkbaar.
De oriëntatie duurt kort, maar is allesbepalend voor de rest van de les. Het is het kompas waarop je aan het einde van de les terugvalt bij de sluiting.
Hoe werkt de instructiefase binnen het EDI-model?
De instructiefase is het hart van het EDI-model: hier leg je de nieuwe leerstof uit op een gestructureerde, stapsgewijze manier. Je denkt hardop, modelleert het denkproces en laat leerlingen zien hoe een expert het aanpakt. Dit heet ook wel “ik doe voor, jij kijkt toe”.
Tijdens de instructie gebruik je bewust korte, heldere uitleg met concrete voorbeelden. Je controleert tussendoor of leerlingen het begrijpen door gerichte vragen te stellen aan de hele groep, niet alleen aan de leerlingen die hun vinger opsteken. Zo houd je zicht op het begrip van de hele klas.
Wat de instructiefase onderscheidt van traditionele uitleg, is de mate van bewustzijn over het eigen denkproces. Je maakt impliciet denken expliciet. Dat is precies wat leerlingen nodig hebben om nieuwe stof te begrijpen, zeker als ze nog geen referentiekader hebben.
Wat is het verschil tussen begeleide en zelfstandige inoefening?
Begeleide inoefening is het moment waarop docent en leerlingen samen oefenen, waarbij de docent nog actief stuurt en ondersteunt. Zelfstandige inoefening is de fase daarna, waarin leerlingen de leerstof zelfstandig verwerken zonder directe hulp van de docent. Het verschil zit in de mate van ondersteuning en de verantwoordelijkheid die bij de leerling ligt.
Begeleide inoefening: samen oefenen
Tijdens de begeleide inoefening werk je als klas samen aan oefenopgaven. Je loopt als docent door de klas, stelt vragen en geeft directe feedback. Leerlingen ervaren hoe het voelt om de stof toe te passen, maar met een vangnet. Dit is de fase van “wij doen het samen”.
Zelfstandige inoefening: leerlingen aan het werk
Bij zelfstandige inoefening laten leerlingen zien wat ze zelf kunnen. Ze werken individueel aan opgaven die aansluiten op de instructie. Als docent observeer je, signaleer je waar leerlingen vastlopen en beslis je of je individueel bijstuurt of de hele klas even terughaalt. Dit is ook het moment waarop je als docent zicht krijgt op wie de stof écht heeft begrepen.
Meer tips?
Welke rol speelt formatief handelen in de EDI-fasen?
Formatief handelen loopt als een rode draad door alle EDI-fasen heen. Het gaat om het continu peilen van begrip bij leerlingen, zodat je als docent op elk moment weet waar de klas staat en wat de volgende stap moet zijn. Formatief handelen en expliciete directe instructie versterken elkaar sterk.
Binnen de EDI-stappen zie je formatief handelen op verschillende momenten terug:
- Tijdens de instructie: gerichte vragen aan de hele klas om begrip te checken
- Bij begeleide inoefening: observeren en directe feedback geven
- Tijdens zelfstandige inoefening: rondlopen en signaleren wie extra ondersteuning nodig heeft
- Bij de sluiting: terugkijken op het lesdoel en leerlingen laten verwoorden wat ze geleerd hebben
Meer weten over hoe formatief handelen werkt in de dagelijkse lespraktijk? Via onze onderwijsontwikkeltrajecten gaan we hier dieper op in.
Waarom is de sluitingsfase cruciaal voor beklijving?
De sluitingsfase is cruciaal voor beklijving omdat het de fase is waarin leerlingen de nieuwe leerstof koppelen aan het lesdoel en samenvatten wat ze hebben geleerd. Zonder een bewuste afsluiting verdampt veel van wat in de les is opgebouwd. De sluiting zet de kennis als het ware “vast” in het geheugen.
In de sluitingsfase keer je terug naar het lesdoel uit de oriëntatiefase. Je vraagt leerlingen om te verwoorden wat ze hebben geleerd en hoe dit aansluit op wat ze al wisten. Dit kan mondeling, schriftelijk of via een korte verwerkingsopdracht.
Veel docenten slaan de sluitingsfase over omdat de tijd opraakt. Dat is begrijpelijk, maar het is wel zonde. Juist de laatste twee minuten van een les bepalen voor een groot deel hoeveel leerlingen de volgende dag nog weten. Bouw de sluiting daarom bewust in als vast onderdeel van je lesplanning, niet als optionele afsluiting.
Hoe pas je de 8 EDI-fasen aan op jouw eigen lesstijl?
De 8 EDI-fasen zijn een structuur, geen keurslijf. Je past het EDI-model aan op jouw eigen lesstijl door de fasen te gebruiken als leidraad, maar de invulling af te stemmen op jouw vak, jouw klas en jouw manier van lesgeven. Ervaren docenten die al jaren voor de klas staan, merken vaak dat ze elementen van EDI al onbewust toepassen.
De kunst is om de fasen bewust te maken en te verfijnen. Dat betekent niet dat je alles anders moet doen. Het betekent dat je kijkt waar in jouw lessen de structuur al sterk is en waar winst te halen valt. Misschien is jouw instructie al heel helder, maar sluit je de les zelden bewust af. Of je geeft prima begeleide inoefening, maar de overgang naar zelfstandig werken gaat te snel.
Een goede manier om dit inzichtelijk te maken, is door je lessen te laten observeren door een collega of coach. Niet als beoordeling, maar als spiegel. Zo zie je welke EDI-stappen je al sterk beheerst en waar je nog iets te winnen hebt. Kijk ook eens naar ons aanbod van professionaliseringstrainingen voor concrete handvatten.
Hoe September Onderwijs helpt met EDI in de klas
Wij helpen docenten om het EDI-model niet alleen te begrijpen, maar ook écht toe te passen in hun eigen lespraktijk. Dat doen we op een manier die past bij wie jij al bent als docent, met respect voor je ervaring en ruimte voor jouw stijl.
Wat je van ons kunt verwachten:
- Praktijkgerichte aanpak: theorie vertalen naar concrete lessen die je de volgende dag al kunt gebruiken
- Didactisch coachingsprogramma: een masterclass met borgingstraject gericht op planmatig coachen en feedback geven, zodat het EDI-model écht beklijft in je dagelijkse werk
- Lesbezoeken en intervisie: begeleiding op de werkvloer, niet alleen in een trainingsruimte
- Maatwerk per school: we stemmen het programma af op jullie specifieke context en doelen
Wil je weten hoe een traject eruit ziet voor jou of jouw team? Vraag een offerte aan of neem direct contact op voor een vrijblijvend gesprek. We denken graag met je mee.


