Praktische werkvormen om te differentiëren zijn onder andere niveaugroepen, keuzeopdrachten, open vragen met meerdere instapniveaus en het gebruik van hulpkaarten of verrijkingsopdrachten. Differentiëren hoeft niet ingewikkeld te zijn: kleine aanpassingen in je bestaande lessen maken al een groot verschil. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over differentiëren in de klas, van de eerste stappen tot slimme manieren om het vol te houden.
Welke soorten differentiatie zijn er in de klas?
Er zijn drie hoofdvormen van differentiatie in de klas: differentiatie naar inhoud (wat leerlingen leren), naar proces (hoe ze leren) en naar product (hoe ze laten zien wat ze geleerd hebben). Daarnaast kun je differentiëren naar tempo, naar leerstrategieën of naar de mate van begeleiding die een leerling nodig heeft.
In de praktijk zie je deze vormen vaak terugkomen:
- Naar niveau: basisopdrachten voor alle leerlingen, met verdiepings- of verrijkingsopdrachten voor wie klaar is
- Naar tempo: leerlingen werken in hun eigen tempo door dezelfde stof, met meer of minder tijd per onderdeel
- Naar leervoorkeur: verschillende werkvormen voor hetzelfde doel, zoals lezen, luisteren of samenwerken
- Naar ondersteuningsbehoefte: sommige leerlingen werken zelfstandig, anderen krijgen een hulpkaart of extra uitleg
Het goede nieuws: je hoeft niet alle vormen tegelijk toe te passen. Begin met één vorm die goed past bij jouw vak en jouw klas.
Wat zijn de makkelijkste werkvormen om mee te beginnen?
De makkelijkste werkvormen om mee te beginnen zijn keuzeopdrachten, hulpkaarten en verrijkingsopdrachten. Deze aanpassingen kosten weinig voorbereiding en kun je eenvoudig toevoegen aan lessen die je al geeft. Ze vragen geen complete lesherstructurering, maar geven leerlingen wel direct meer ruimte om op hun eigen niveau te werken.
Concreet kun je morgen al beginnen met:
- Hulpkaarten: een A5-kaartje met stappenplan of sleutelwoorden voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben
- Verrijkingsopdrachten: een extra opdracht klaarleggen voor leerlingen die snel klaar zijn, zodat niemand op elkaar hoeft te wachten
- Keuzetaken: leerlingen kiezen uit twee of drie varianten van dezelfde opdracht, met een lichtere en een zwaardere versie
- Variabele instructietijd: geef sommige leerlingen extra uitleg terwijl anderen al zelfstandig aan de slag gaan
Deze werkvormen passen goed bij schoolbrede onderwijsontwikkeling, maar je kunt ze ook gewoon morgen zelf uitproberen in je eigen klas.
Hoe differentieer je tijdens klassikale instructie?
Tijdens klassikale instructie differentieer je door bewust te variëren in de vragen die je stelt, de mate van ondersteuning die je biedt en de manier waarop je leerlingen laat reageren. Niet elke leerling heeft dezelfde instructietijd nodig, en dat hoef je ook niet te doen alsof dat wel zo is.
Praktische manieren om dit in je instructie te verwerken:
- Stel vragen op verschillende niveaus: begin met reproductievragen, bouw op naar toepassings- en analysevragen
- Gebruik gerichte vragen: stel makkelijkere vragen aan leerlingen die moeite hebben, uitdagendere aan leerlingen die het al snappen
- Geef na de klassikale instructie een korte zelfstandige startopdracht, zodat je tijdens de verwerking tijd hebt voor een mini-instructie aan een kleine groep
- Gebruik non-verbale signalen of whiteboards zodat je snel ziet wie het begrijpt en wie niet
Het doel is niet om voor elke leerling een aparte les te geven, maar om binnen jouw instructie ruimte te maken voor verschillende niveaus.
Welke werkvormen werken voor zowel sterke als zwakke leerlingen tegelijk?
Werkvormen die voor zowel sterke als zwakke leerlingen tegelijk werken, zijn open opdrachten, samenwerkingsopdrachten met rolverdeling en scaffolded taken. Deze werkvormen hebben een lage instapdrempel maar geen plafond: elke leerling kan meedoen op zijn eigen niveau.
De bekendste voorbeelden zijn:
- Open vragen: een vraag waarbij meerdere antwoorden goed zijn, afhankelijk van het denkniveau van de leerling
- Expertgroepen: leerlingen worden expert in een deelonderwerp en leren dat aan anderen, waardoor sterke en zwakke leerlingen allebei een zinvolle rol hebben
- Scaffolded opdrachten: één opdracht met een basisversie en uitbreidingsstappen, zodat leerlingen zo ver gaan als ze kunnen
- Think-pair-share: eerst zelf nadenken, dan overleggen met een klasgenoot, dan klassikaal delen; werkt voor elk niveau
Meer tips?
Hoe gebruik je formatief handelen bij het differentiëren?
Formatief handelen helpt je om op het juiste moment te differentiëren, omdat je continu zicht hebt op waar leerlingen staan. In plaats van achteraf te reageren op een toets, pas je je les aan op basis van wat je nu ziet en hoort in de klas.
Concreet werkt dat zo: je stelt een gerichte vraag of geeft een korte check-in-opdracht, en op basis van de reacties besluit je wie meer uitleg nodig heeft en wie door kan. Dat is differentiëren op maat, in real time.
Handige formatieve technieken die differentiëren ondersteunen:
- Exit tickets aan het einde van de les: leerlingen schrijven op wat ze begrepen hebben en wat nog niet
- Duimstand of whiteboards: snelle check waarbij je direct ziet hoe de klas ervoor staat
- Gerichte observatie tijdens zelfstandig werken: loop rond met een gerichte vraag in je hoofd
- Leerlingengesprekken: een kort gesprekje van twee minuten levert meer inzicht op dan een hele toets
Formatief handelen en differentiëren versterken elkaar: hoe beter je weet waar leerlingen staan, hoe gerichter je kunt aansluiten bij hun behoeften. Meer weten over trainingen rondom formatief handelen kan je hierbij verder helpen.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij differentiëren in de klas?
De meest gemaakte fout bij differentiëren in de klas is dat docenten proberen voor elke leerling een aparte les te maken. Dat is niet haalbaar en ook niet nodig. Andere veelgemaakte fouten zijn leerlingen permanent in vaste niveaugroepen plaatsen en differentiatie alleen zien als iets voor zwakke leerlingen.
Fouten die je wilt vermijden:
- Overcompliceren: drie niveaugroepen met drie aparte lessen is voor de meeste docenten niet vol te houden
- Stigmatiseren: als leerlingen altijd in dezelfde groep zitten, voelen ze dat aan; wissel af en varieer in groeperingsvormen
- Alleen naar beneden differentiëren: ook sterke leerlingen hebben uitdaging nodig, niet alleen de leerlingen met achterstanden
- Differentiëren zonder doel: pas je aanpak aan op basis van wat je wilt bereiken, niet uit gewoonte of omdat het moet van de inspectie
Hoe houd je differentiëren vol zonder extra werkdruk?
Je houdt differentiëren vol door het slim te integreren in wat je al doet, in plaats van er iets nieuws naast te bouwen. De sleutel is kleine, herhaalbare aanpassingen die je kunt inbedden in je bestaande lessen zonder elke keer opnieuw het wiel uit te vinden.
Praktische tips om de werkdruk laag te houden:
- Maak een vaste map met hulpkaarten en verrijkingsopdrachten per thema, zodat je ze steeds opnieuw kunt gebruiken
- Bouw differentiatie in tijdens de verwerking, niet tijdens de instructie: dat kost minder voorbereiding
- Werk samen met collega’s om materialen te delen: wat jij maakt voor jouw klas, kan een collega ook gebruiken
- Begin klein: één aanpassing per les is genoeg om verschil te maken
Differentiëren hoeft geen extra uur voorbereiding te kosten. Als je het slim opzet, wordt het een vanzelfsprekend onderdeel van hoe je lesgeeft. Wil je hier concrete stappen voor afspreken? Neem gerust contact met ons op.
Hoe September Onderwijs helpt bij differentiëren in de klas
Differentiëren is een vaardigheid die je ontwikkelt door te doen, te reflecteren en bij te sturen. Precies daar helpen wij bij. September Onderwijs biedt praktijkgerichte begeleiding voor docenten die willen groeien in hun didactisch handelen, zonder dat het ten koste gaat van hun werkdruk of hun eigen stijl.
Wat we bieden:
- Didactisch Coachen Programma: een masterclass met borgingstraject gericht op planmatig coachen en feedback geven, zodat je het denkproces van leerlingen structureel stimuleert
- Lesbezoeken met gerichte feedback: we kijken mee in jouw klas en geven concrete, opbouwende terugkoppeling
- Maatwerk trainingen: afgestemd op jouw school, jouw vak en jouw leerlingen
- Borging via intervisie en coaching: zodat wat je leert ook echt beklijft in de dagelijkse praktijk
We werken samen met meer dan 500 scholen in Nederland en zijn CRKBO- en NRTO-gecertificeerd. Benieuwd wat we voor jouw school kunnen betekenen? Vraag een vrijblijvende offerte aan en we denken graag met je mee.


