Doelen stellen bij didactisch coachen vraagt om specifieke, meetbare afspraken die aansluiten bij de behoeften van de docent. Je maakt vage intenties zoals “beter lesgeven” concreet door SMART-criteria toe te passen en de docent actief te betrekken bij het doelstellingsproces. Goede coachingdoelen zijn realistisch, tijdgebonden en regelmatig evalueerbaar voor blijvende ontwikkeling.
Wat is het verschil tussen vage en concrete doelen bij didactisch coachen?
Vage doelen zijn algemene intenties zonder duidelijke actie of meetbaarheid, zoals “ik wil beter lesgeven” of “meer differentiëren”. Concrete doelen beschrijven specifiek gedrag dat je kunt observeren en meten, bijvoorbeeld “leerlingen drie minuten langer zelfstandig laten werken voordat ik hulp geef”.
Het verschil zit in de specificiteit en observeerbaarheid. Een vaag doel als “meer aandacht voor zwakkere leerlingen” wordt concreet door te formuleren: “elke les minimaal twee persoonlijke vragen stellen aan leerlingen die moeite hebben met de stof”. Dit maakt het doel direct toepasbaar in de praktijk.
Om vage doelen om te zetten naar concrete actieplannen, stel je deze vragen:
- Wat ga je precies anders doen in de klas?
- Hoe kun je dit gedrag waarnemen?
- Wanneer ga je dit toepassen?
- Hoe weet je dat het werkt?
Een praktische tip: gebruik actiewerkwoorden zoals “vragen stellen”, “feedback geven” of “instructie aanpassen” in plaats van algemene termen zoals “verbeteren” of “meer aandacht geven”.
Hoe maak je doelen SMART bij coachingsgesprekken met docenten?
SMART-doelen bij didactisch coachen zijn Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. Je formuleert bijvoorbeeld: “Komende vier weken geef ik aan het einde van elke les drie leerlingen persoonlijke feedback op hun werk” in plaats van “ik ga meer feedback geven”.
De SMART-criteria toegepast op coachingdoelen:
Specifiek: Beschrijf exact welk gedrag de docent gaat vertonen. “Tijdens de instructie controleer ik begrip door minimaal vijf gerichte vragen te stellen aan verschillende leerlingen.”
Meetbaar: Maak het observeerbaar. “Ik noteer dagelijks hoeveel leerlingen zelfstandig aan de slag gaan na mijn uitleg zonder extra vragen te stellen.”
Acceptabel: Zorg dat het doel aansluit bij wat de docent wil bereiken. Vraag: “Past dit bij jouw manier van lesgeven en wat je wilt ontwikkelen?”
Realistisch: Houd rekening met de huidige situatie. Begin klein en bouw op. “Deze week probeer ik het in twee lessen, volgende week in alle lessen.”
Tijdgebonden: Stel een duidelijke periode vast. “Na drie weken evalueren we samen of dit nieuwe gedrag automatisch gaat.”
Welke soorten doelen kun je stellen bij didactisch coachen?
Bij didactisch coachen onderscheid je vier hoofdcategorieën doelen: lesgeefdoelen (instructie en uitleg), klassenmanagementdoelen (structuur en gedrag), didactische vaardigheden (differentiatie en activering) en professionele ontwikkeling (reflectie en samenwerking). Elke categorie vraagt om een andere aanpak en timing.
Lesgeefdoelen richten zich op de kwaliteit van instructie. Voorbeelden zijn: duidelijkere uitleg geven, meer controleren of leerlingen de stof begrijpen, of effectievere voorbeelden gebruiken. Deze doelen werk je het beste uit met concrete lesactiviteiten.
Klassenmanagementdoelen gaan over structuur en overzicht. Denk aan: snellere overgangen tussen activiteiten, duidelijkere regels hanteren, of rustiger reageren op storend gedrag. Deze doelen hebben vaak direct effect op de werksfeer.
Didactische vaardigheden omvatten technieken om alle leerlingen te bereiken. Bijvoorbeeld: verschillende niveaus aanbieden, meer variatie in werkvormen, of leerlingen actiever betrekken. Deze doelen vragen om planning en voorbereiding.
Professionele ontwikkeling richt zich op groei als vakman. Dit kunnen doelen zijn zoals: reflecteren op lessen, samenwerken met collega’s, of nieuwe methoden uitproberen. Deze doelen ondersteunen langetermijnontwikkeling.
Hoe betrek je de docent bij het stellen van coachingdoelen?
Docenten betrek je actief door open vragen te stellen over hun eigen leerbehoeften en hen te laten kiezen uit mogelijke ontwikkelpunten. Begin met: “Waar wil je de komende periode aan werken?” en “Wat zou je helpen om je lessen nog effectiever te maken?” Dit creëert eigenaarschap van het coachingproces.
Vraagstellingen die eigenaarschap creëren:
- “Wat ging goed in je les en waar zie je kansen?”
- “Welke situatie in de klas zou je graag anders aanpakken?”
- “Wat heb je al geprobeerd en wat werkte wel/niet?”
- “Hoe zou je merken dat dit doel behaald is?”
Om weerstand te voorkomen, sluit je aan bij de behoeften van de docent. Luister naar wat hen bezighoudt en koppel coachingdoelen aan hun eigen uitdagingen. Vermijd het opleggen van doelen en maak samen keuzes uit verschillende mogelijkheden.
Praktische methoden om doelen te laten aansluiten:
- Laat de docent zelf prioriteiten aangeven
- Bouw voort op wat al goed gaat
- Start met kleine, haalbare stappen
- Verbind doelen aan concrete lessituaties
Wanneer en hoe evalueer je de gestelde coachingdoelen?
Evalueer coachingdoelen na twee tot drie weken voor de eerste check en plan een uitgebreidere evaluatie na zes tot acht weken. Gebruik korte gesprekken van 15-20 minuten om voortgang te bespreken en eventuele aanpassingen te maken. Regelmatige evaluatie houdt de ontwikkeling op koers.
Timing van evaluatiemomenten:
- Tussenevaluatie na 2-3 weken: “Hoe gaat het met je nieuwe aanpak?”
- Hoofdevaluatie na 6-8 weken: uitgebreide bespreking van resultaten
- Doorlopende check-ins: korte gesprekjes tijdens lesbezoeken
Voor het meten van voortgang gebruik je concrete indicatoren. Vraag naar specifieke voorbeelden: “Kun je een situatie beschrijven waarin je dit nieuwe gedrag toepaste?” of “Wat merk je aan de reacties van leerlingen?”
Technieken om doelen bij te stellen:
- Analyseer samen wat wel en niet werkt
- Pas de aanpak aan zonder het hoofddoel te veranderen
- Maak doelen kleiner als ze te ambitieus blijken
- Voeg nieuwe elementen toe als het doel te makkelijk is
Gebruik evaluatiegesprekken ook om nieuwe doelen te formuleren die voortbouwen op behaalde resultaten.
Hoe September onderwijs helpt met didactisch coachen
Wij begeleiden scholen met ons didactisch coachen programma dat zich richt op planmatige coaching en het stellen van effectieve ontwikkeldoelen. Onze aanpak combineert praktische tools met persoonlijke begeleiding om duurzame verandering te realiseren.
Onze concrete methodiek voor doelstelling:
- Leerbehoefteanalyse om individuele ontwikkelpunten in kaart te brengen
- SMART-doelen formuleren die aansluiten bij de praktijk van elke docent
- Praktische tools en sjablonen voor coachingsgesprekken
- Begeleiding bij lesbezoeken en feedbackmomenten
- Borgingstraject om nieuwe vaardigheden te laten beklijden
Voordelen van onze aanpak:
- Maatwerk dat past bij jouw schoolcultuur en team
- Ervaren trainers met meer dan 15 jaar onderwijsexpertise
- Combinatie van training, coaching en praktische toepassing
- Concrete oefeningen die direct inzetbaar zijn
- Follow-up begeleiding voor duurzame implementatie
Wil je weten hoe wij jouw team kunnen ondersteunen bij didactisch coachen en effectieve doelstelling? Neem dan contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek over de mogelijkheden voor jouw school.



