Pedagogisch-didactisch handelen implementeren doe je door stap voor stap te werken: begin met een eerlijke nulmeting van je huidige aanpak, kies één focusgebied, vertaal dat naar concrete acties in de les en bouw van daaruit verder. Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen. Een gestructureerde aanpak waarbij je klein begint en regelmatig reflecteert, zorgt ervoor dat nieuwe gewoonten ook echt beklijven.

Of je nu net begint als docent of al een paar jaar voor de klas staat, je pedagogisch-didactisch handelen verder ontwikkelen voelt soms als een berg die je in één keer moet beklimmen. Dat hoeft niet. In dit artikel doorloop je zes concrete stappen die je helpen om structureel en zonder overweldiging te groeien in je didactisch handelen.

Breng je huidige pedagogisch-didactisch handelen in kaart

Voordat je iets verandert, wil je weten waar je nu staat. Een eerlijke nulmeting is het startpunt van elke gerichte ontwikkeling. Zonder dat beeld werk je op gevoel, en dat maakt het lastig om te zien of je daadwerkelijk vooruitgaat.

  1. Schrijf na drie lessen op wat goed ging en wat stroef liep. Denk aan instructiemomenten, overgangen, omgaan met gedrag en de mate waarin leerlingen actief betrokken waren.
  2. Vraag een collega of mentor om één les bij te wonen en kort te observeren. Geef aan waar jij zelf benieuwd naar bent, zodat de feedback gericht is.
  3. Vergelijk je observaties met een eenvoudig kader voor pedagogisch-didactisch handelen, zoals de domeinen van OP3: klassenmanagement, pedagogisch klimaat, didactisch handelen en differentiatie.

Na deze stap heb je een concreet beeld van je sterke punten en de gebieden waar nog winst te halen is. Dat beeld is je vertrekpunt voor de rest van dit proces.

Kies één focusgebied om mee te beginnen

Uit je nulmeting komen waarschijnlijk meerdere aandachtspunten naar voren. De verleiding is groot om alles tegelijk aan te pakken, maar dat werkt averechts. Kies bewust één focusgebied en werk dat grondig uit voordat je verder gaat.

Stel jezelf de vraag: welk gebied heeft op dit moment de meeste impact op mijn lessen? Als leerlingen structureel afhaken tijdens instructiemomenten, pak dan eerst je instructievaardigheden aan. Als de sfeer in de klas onrustig is, begin je met klassenmanagement. Prioriteer op basis van effect, niet op basis van wat het makkelijkst is.

  1. Schrijf je gekozen focusgebied op en formuleer één concrete leervraag, bijvoorbeeld: “Hoe zorg ik dat leerlingen tijdens mijn instructie actief nadenken in plaats van passief luisteren?”
  2. Zoek twee of drie praktische bronnen of technieken die direct op dit gebied ingaan, zoals expliciete directe instructie of activerende werkvormen.
  3. Bepaal een tijdsframe van twee tot vier weken om alleen op dit gebied te oefenen.

Je weet dat je de juiste keuze hebt gemaakt als je leervraag specifiek genoeg is om er morgen al iets mee te doen in de klas.

Vertaal theorie naar concrete acties in de les

Met je focusgebied en leervraag helder, is het tijd om theorie om te zetten naar iets wat je daadwerkelijk kunt doen tijdens de les. Theorie blijft abstract zolang je het niet koppelt aan een specifiek moment in jouw lesopbouw.

  1. Neem één techniek uit je gekozen focusgebied, bijvoorbeeld het stellen van open vragen om het denkproces van leerlingen te activeren.
  2. Bepaal op welk exact moment in je lesopbouw je deze techniek gaat toepassen: aan het begin als activatie, tijdens de instructiefase of aan het einde als afsluiting.
  3. Schrijf twee of drie concrete voorbeeldzinnen of handelingen op die je letterlijk kunt gebruiken. Hoe specifieker, hoe beter je het kunt uitvoeren onder druk.
  4. Plan de techniek in je eerstvolgende les en noteer achteraf in twee zinnen hoe het ging.

Na dit stapje heb je theorie omgezet in een herhaalbare actie. Dat is het moment waarop leren echt begint.

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Bouw een persoonlijk oefenritme in je lesweek

Eenmalig iets uitproberen is niet genoeg om een nieuwe gewoonte te ontwikkelen. Pedagogisch-didactisch handelen verbeteren vraagt om herhaling en regelmaat. Een persoonlijk oefenritme helpt je om die herhaling te organiseren zonder dat het extra energie kost.

Koppel je oefenmomenten aan iets wat je al doet. Gebruik de vijf minuten na je laatste les op dinsdag om kort te reflecteren. Schrijf elke vrijdagochtend één leerpunt op voor de week erna. Kleine, vaste momenten werken beter dan grote blokken die je steeds uitstelt.

  1. Kies twee vaste momenten per week: één om voor te bereiden (welke techniek pas ik toe?) en één om terug te kijken (wat merkte ik?).
  2. Gebruik een eenvoudig format voor je reflectie: wat deed ik, wat zag ik bij leerlingen, wat doe ik volgende keer anders?
  3. Houd dit minimaal drie weken vol voordat je conclusies trekt over wat werkt en wat niet.

Na drie weken consistent oefenen merk je dat de techniek minder bewuste aandacht vraagt. Dat is het signaal dat het begint te landen.

Gebruik feedback om je handelen bij te sturen

Zelfreflectie is waardevol, maar heeft een blinde vlek: je ziet alleen wat je zelf opmerkt. Feedback van buitenaf, van een collega, een coach of zelfs leerlingen, geeft je informatie die je anders mist.

  1. Vraag een collega om één specifiek aspect te observeren tijdens een les, gekoppeld aan je leervraag. Geef een gerichte observatieopdracht mee, zodat de feedback concreet en bruikbaar is.
  2. Stel leerlingen een korte, directe vraag aan het einde van de les: “Wat hielp jou vandaag om goed mee te komen?” of “Wat was onduidelijk?” Twee minuten zijn genoeg.
  3. Vergelijk de feedback met je eigen observaties en stel op basis daarvan één aanpassing vast voor de volgende les.

Feedback is geen eindoordeel, het is informatie. Gebruik het om bij te sturen, niet om te oordelen over jezelf. Elke aanpassing die je maakt op basis van concrete feedback is een stap vooruit in je pedagogisch-didactisch handelen.

Verbreed je aanpak naar andere deelgebieden

Als je merkt dat je eerste focusgebied steeds vanzelfsprekender wordt in de les, is het tijd om je blik te verbreden. Niet door alles tegelijk op te pakken, maar door bewust een volgend deelgebied te kiezen en hetzelfde proces opnieuw te doorlopen.

  1. Keer terug naar je nulmeting en bekijk welk deelgebied nu de meeste aandacht vraagt.
  2. Formuleer een nieuwe leervraag en doorloop de stappen opnieuw: theorie vertalen naar actie, een oefenritme inbouwen en feedback ophalen.
  3. Breng de verbinding aan tussen deelgebieden. Sterk klassenmanagement maakt ruimte voor betere differentiatie. Goede instructie versterkt formatief handelen. Zie je aanpak als een samenhangend geheel dat je stap voor stap opbouwt.

Na een aantal cycli van dit proces merk je dat je pedagogisch-didactisch handelen als geheel sterker is geworden, niet omdat je alles tegelijk hebt aangepakt, maar omdat je systematisch en gericht hebt geoefend.

Hoe wij helpen met didactisch coachen

De stappen in dit artikel geven je een stevige basis om zelfstandig aan de slag te gaan. Wil je daarbij ook gerichte begeleiding en feedback van een ervaren coach? Dan kan ons Didactisch Coachen programma bij September Onderwijs je daarin verder helpen.

Het programma is een masterclass met borgingstraject en richt zich specifiek op planmatig en gestructureerd coachen en feedback geven. Wat je daarin leert:

  • Hoe je het denkproces van leerlingen actief stimuleert met gerichte vragen en feedbackmomenten
  • Hoe je coachingsgesprekken opbouwt die motivatieverhogend en leerbevorderend werken
  • Hoe je nieuwe vaardigheden borgt in je dagelijkse lespraktijk, zodat ze ook op de lange termijn beklijven
  • Praktische oefeningen en concrete voorbeelden die je direct kunt toepassen

Het programma is onderdeel van ons bredere aanbod aan professionaliseringsactiviteiten en wordt aangeboden inclusief borging, zodat wat je leert ook echt landt in de klas. Wil je weten of dit bij jou past? Neem contact met ons op en we kijken samen wat de beste stap is voor jouw situatie.

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Misschien vind je dit ook interessant?