Pedagogisch-didactisch handelen ontwikkel je door systematisch te werken aan je instructievaardigheden, je klassenmanagement en de manier waarop je feedback geeft en verwerkt. Dat klinkt misschien abstract, maar in de praktijk is het een heel concreet proces: je brengt in kaart waar je nu staat, stelt doelen, oefent met bewezen methodes en zorgt dat nieuwe gewoontes beklijven. In dit artikel loop je stap voor stap door dat proces, zodat je morgen al verder kunt in de klas.

Breng je huidige didactisch handelen in kaart

Voordat je iets kunt verbeteren, moet je weten waar je nu staat. Veel startende docenten slaan deze stap over omdat ze het gevoel hebben dat ze “gewoon meer moeten doen”. Maar zonder een eerlijk startpunt weet je niet wat je al goed doet en waar je energie het meeste rendement oplevert.

  1. Vraag een collega of leidinggevende om een lesbezoek te plannen en noteer daarna samen drie concrete observaties over je instructiegedrag.
  2. Neem jezelf op tijdens een les (ook je telefoon op een lessenaar werkt prima) en kijk terug met de vraag: hoe reageer ik op leerlingen die iets niet begrijpen?
  3. Gebruik een eenvoudig reflectieformulier met vragen als: Hoe structureer ik mijn uitleg? Hoe activeer ik leerlingen? Hoe ga ik om met verschillen in de klas?

Na deze stap heb je een realistisch beeld van je pedagogisch-didactisch handelen op dit moment. Je ziet welke patronen je al beheerst en welke gewoontes je wilt aanpakken. Dat is je vertrekpunt voor alles wat volgt.

Stel concrete ontwikkeldoelen voor je lespraktijk

Met je beginsituatie in beeld kun je gerichte doelen stellen. Vaag blijven werkt hier niet: “beter worden in differentiëren” is geen doel, het is een wens. Een goed ontwikkeldoel is specifiek genoeg om te weten wanneer je het bereikt hebt.

  1. Kies maximaal twee aandachtspunten uit je zelfanalyse. Meer tegelijk aanpakken levert zelden duurzame verandering op.
  2. Formuleer elk doel in gedragstermen: wat doe jij concreet anders in de klas? Bijvoorbeeld: “Ik gebruik aan het einde van elke instructiefase een exitticket om te checken of leerlingen de stof begrijpen.”
  3. Koppel een tijdslijn aan je doel: wanneer ga je dit voor het eerst uitproberen en wanneer evalueer je of het werkt?

Concrete doelen geven houvast op drukke schooldagen. Je hoeft niet meer na te denken over wat je wilt verbeteren, je weet al wat je die les gaat oefenen. Dat scheelt mentale energie en verhoogt de kans dat je het ook echt doet.

Pas bewezen instructiemethodes toe in de klas

Er zijn meerdere instructiemethodes die aantoonbaar werken voor pedagogisch-didactisch handelen in de klas. De meest gebruikte en best onderbouwde zijn expliciete directe instructie (EDI), activerende werkvormen en formatief handelen. Je hoeft ze niet allemaal tegelijk te implementeren, maar het loont om er bewust mee te oefenen.

Expliciete directe instructie

Bij EDI geef je les in kleine, logische stappen met veel interactie. Je controleert na elke stap of leerlingen het begrijpen voordat je verdergaat. Begin klein: kies één les per week waarbij je bewust de EDI-structuur volgt (activeren van voorkennis, modelen, begeleid oefenen, zelfstandig oefenen).

Activerende werkvormen

Activerende werkvormen zorgen ervoor dat leerlingen niet passief luisteren maar actief meedoen. Denk aan think-pair-share, een korte discussie in tweetallen, of een snelle verwerkingsopdracht na je uitleg. Kies een werkvorm die past bij je leerdoel en oefen die eerst tot hij vanzelf gaat.

Formatief handelen

Formatief handelen draait om continu zicht houden op het leerproces van je leerlingen. Stel jezelf tijdens de les drie vragen: Waar staat deze leerling nu? Waar moet hij naartoe? En wat is mijn volgende stap als docent? Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn: een duim omhoog of omlaag, een mini-whiteboard of gewoon een gerichte vraag aan een leerling werkt al.

Na een paar weken bewust oefenen merk je dat deze methodes steeds meer automatisch gaan. Je pedagogisch-didactisch handelen wordt zichtbaar sterker zonder dat je elke les opnieuw hoeft na te denken over de structuur.

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Verwerk feedback structureel in je lespraktijk

Feedback ontvangen is één ding, er ook echt iets mee doen is een tweede. Veel docenten horen na een lesbezoek wat beter kan, maar zonder structuur verdwijnt die informatie in de drukte van de dag.

  1. Schrijf na elk lesbezoek of feedbackgesprek één concreet actiepunt op dat je de volgende les gaat uitproberen. Niet vijf punten, één.
  2. Koppel je actiepunt aan een specifiek moment in de les: “Bij de instructiefase ga ik twee gerichte vragen stellen in plaats van de klas te vragen wie het snapt.”
  3. Evalueer na die les kort: wat merkte je? Werkte het? Wat doe je de volgende keer anders?

Dit kleine ritueel zorgt ervoor dat feedback geen momentopname blijft maar een motor voor echte ontwikkeling wordt. Je bouwt zo stap voor stap een repertoire op van technieken die voor jou en jouw klas werken.

Houd je groei vast met borging en herhaling

Nieuwe vaardigheden beklijven niet vanzelf. Dat is geen zwakte, dat is gewoon hoe leren werkt. Borging betekent dat je bewust inbouwt dat je nieuwe gewoontes blijft herhalen totdat ze automatisch zijn.

  1. Plan elke vier tot zes weken een kort reflectiemoment in je agenda: kijk terug op je doelen en check of je ze nog actief toepast.
  2. Zoek een collega of mentor met wie je regelmatig even bespreekt wat je oefent. Dat hoeft geen formeel gesprek te zijn, een kwartier bij de koffie is genoeg.
  3. Herhaal bewust de technieken die je hebt geleerd, ook als je het gevoel hebt dat je ze al beheerst. Automatisering vraagt meer herhaling dan je denkt.

Borging is wat het verschil maakt tussen een training die je iets heeft geleerd en een training die je lespraktijk blijvend heeft veranderd. Zonder herhaling en reflectie vervalt je gedrag na verloop van tijd naar oude patronen, ook als je het beter weet.

Meet je voortgang en stel je aanpak bij

Groei in pedagogisch-didactisch handelen is niet altijd zichtbaar op de dag zelf. Soms merk je pas na weken dat iets echt is gaan zitten. Toch is het nuttig om je voortgang regelmatig te meten, zodat je je aanpak kunt bijsturen als iets niet werkt.

  1. Vergelijk je lessen van nu met je beginpunt: gebruik hetzelfde reflectieformulier dat je in stap één invulde en kijk wat er is veranderd.
  2. Vraag leerlingen om korte feedback: wat helpt hen het meeste bij jouw uitleg? Zelfs een snelle anonieme vraag via een briefje levert waardevolle informatie op.
  3. Bespreek je voortgang met een collega of coach en vraag specifiek: zie jij verandering in mijn aanpak ten opzichte van een paar maanden geleden?

Als iets niet werkt, is dat geen reden om te stoppen maar een signaal om je aanpak aan te passen. Misschien past een techniek niet bij jouw klas, of heb je meer herhaling nodig. Bijsturen is geen falen, het is precies hoe goede docenten werken.

Hoe wij helpen met didactisch coachen

Bij September Onderwijs bieden we het Didactisch Coachen Programma aan voor docenten die hun pedagogisch-didactisch handelen structureel willen versterken. Het is een masterclass met borgingstraject, wat betekent dat je niet alleen leert maar ook begeleiding krijgt om het geleerde daadwerkelijk in te slijten in je dagelijkse lespraktijk.

Wat je van ons programma kunt verwachten:

  • Planmatige en gestructureerde coaching die direct aansluit op jouw lespraktijk
  • Concrete technieken om het denkproces van leerlingen te activeren en motivatie te verhogen
  • Feedback die je helpt groeien zonder dat je je onzeker hoeft te voelen
  • Een borgingstraject zodat nieuwe vaardigheden ook echt beklijven
  • Begeleiding door ervaren trainers die weten hoe het er in de klas aan toe gaat

We werken al meer dan 15 jaar samen met scholen door heel Nederland en hebben een gemiddelde beoordeling van 8,9. Wil je weten of ons programma bij jouw situatie past? Neem gerust contact met ons op en we denken graag met je mee.

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Misschien vind je dit ook interessant?