Het GROW-model is een gestructureerde coachingsmethode die bestaat uit vier stappen: Goal (doel), Reality (realiteit), Options (opties) en Way forward (vervolgstap). Bij didactisch coachen help je docenten hiermee om hun eigen leerdoelen te formuleren, hun huidige situatie te analyseren, verschillende mogelijkheden te verkennen en concrete actieplannen te maken. Het model zorgt ervoor dat docenten zelf tot inzichten komen in plaats van dat je als coach oplossingen aanreikt.
Wat betekent GROW precies en waar komt het vandaan?
GROW staat voor Goal, Reality, Options en Way forward. Het model werd in de jaren tachtig ontwikkeld door John Whitmore en Graham Alexander als praktische coachingstructuur. Het is populair geworden omdat het een duidelijke, logische volgorde biedt voor coachingsgesprekken zonder ingewikkelde theorieën.
In het onderwijs werkt GROW bijzonder goed omdat docenten gewend zijn aan gestructureerde aanpakken. Het model helpt je om gesprekken te voeren die leiden tot concrete verbeteringen in de klas. Je hoeft geen therapeutische achtergrond te hebben om het toe te passen.
Het succes van GROW ligt in de eenvoud. Je volgt gewoon de vier letters en stelt bij elke stap de juiste vragen. Hierdoor blijf je gefocust op wat de docent wil bereiken en hoe hij daar komt, zonder dat je zelf alle antwoorden hoeft te hebben.
Hoe pas je de G van Goal toe bij het coachen van docenten?
Bij Goal help je docenten om concrete, haalbare doelen te formuleren die zij zelf willen bereiken. Je stelt vragen zoals “Wat wil je anders doen in je lessen?” of “Hoe zou je willen dat je klas reageert?” Het doel moet specifiek en meetbaar zijn.
Een goed doel in didactisch coachen klinkt bijvoorbeeld zo: “Ik wil dat mijn leerlingen meer vragen stellen tijdens de uitleg” of “Ik wil rustiger reageren als leerlingen door elkaar praten”. Een minder goed doel is vaag zoals “Ik wil betere lessen geven”.
Let erop dat het doel van de docent zelf komt. Als jij als coach denkt dat hij beter moet differentiëren, maar hij wil werken aan klassenmanagement, dan begin je met zijn doel. Alleen zo ontstaat er echte motivatie om te veranderen.
Wat houdt de R van Reality in bij didactisch coachen?
Reality betekent dat je de huidige situatie objectief in kaart brengt zonder oordeel te vellen. Je helpt de docent om eerlijk te kijken naar wat er nu gebeurt in zijn lessen. Stel vragen zoals “Wat gebeurt er precies als leerlingen door elkaar praten?” of “Hoe reageer je dan?”
Belangrijk bij deze stap is dat je nieuwsgierig blijft en niet gaat beoordelen. Je wilt dat de docent zelf ontdekt wat er speelt. Gebruik vragen die beginnen met “wat”, “hoe” en “wanneer” in plaats van “waarom” – dat voelt minder als een verhoor.
Help de docent om patronen te herkennen. Misschien merkt hij op dat leerlingen vooral onrustig worden na de pauze, of dat hij sneller geïrriteerd raakt aan het einde van de dag. Deze inzichten vormen de basis voor effectieve oplossingen.
Hoe help je docenten Options te ontdekken in het coachingsproces?
Bij Options laat je docenten zelf verschillende mogelijkheden bedenken zonder direct oplossingen aan te dragen. Je stelt vragen zoals “Wat zou je kunnen proberen?” of “Welke aanpak heeft eerder gewerkt?” Het gaat erom dat zij creatief nadenken over alternatieven.
Moedig docenten aan om eerst zelf ideeën te genereren voordat je eventueel suggesties doet. Vraag door: “Wat nog meer?” of “Welke andere mogelijkheid zie je?” Vaak komen de beste oplossingen van henzelf omdat die het beste passen bij hun stijl en situatie.
Als docenten vastlopen, kun je helpen door te vragen naar eerdere successen: “Wanneer ging het wel goed in je klas? Wat deed je toen anders?” Of laat hen nadenken over collega’s: “Hoe zou docent X dit aanpakken?” Zo kom je tot praktische opties die echt uitvoerbaar zijn.
Wat is de Way forward stap en hoe maak je die concreet?
Way forward is waar je van ideeën naar concrete actieplannen gaat. Je helpt de docent kiezen welke optie hij wil uitproberen en maakt afspraken over wanneer, hoe en met welke leerlingen hij dit gaat doen. Zonder deze stap blijft het bij goede bedoelingen.
Maak het actieplan zo specifiek mogelijk. In plaats van “Ik ga meer structuur aanbrengen” wordt het “Ik hang maandag een dagprogramma op het bord en verwijs daar drie keer per les naar”. Vraag ook: “Wat heb je nodig om dit te kunnen doen?” en “Welke obstakels verwacht je?”
Plan altijd een vervolgmoment in. Spreek af wanneer jullie evalueren hoe het ging. Dit kan een week later zijn, of na een bepaald aantal lessen. Zo blijft de docent gemotiveerd en kun je bijsturen als het niet werkt zoals verwacht.
Hoe September Onderwijs helpt met didactisch coachen
Wij integreren het GROW-model in onze didactisch coachen trainingen omdat het docenten en teamleiders praktische tools geeft voor effectieve coachingsgesprekken. Ons programma combineert theorie met veel oefening, zodat je het model echt onder de knie krijgt.
Wat wij bieden:
- Masterclass didactisch coachen met focus op het GROW-model
- Praktijkoefeningen met rollenspellen en feedbackronden
- Borgingstraject om geleerde vaardigheden te verankeren
- Coaching on the job voor teamleiders die collega’s willen begeleiden
- Maatwerk dat aansluit op jullie schoolcultuur en specifieke uitdagingen
Het programma is ontworpen voor teamleiders die hun collega’s willen ondersteunen zonder de relatie te beschadigen. Je leert hoe je coachingsgesprekken voert die echt leiden tot verandering in de klas.
Wil je weten hoe didactisch coachen met het GROW-model jullie team kan helpen? Neem dan contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek over de mogelijkheden.



