✓ Beoordeeld met een 8,9

✓ 10+ jaar ervaring

✓ CRKBO gecertificeerd

Gemiddelde
beoordeling

8.9

Welke modellen gebruik je bij didactisch coachen?

Bij didactisch coachen gebruik je gestructureerde modellen zoals GROW, CLEAR en SBI om docenten effectief te begeleiden in hun professionele ontwikkeling. Deze modellen bieden een duidelijke structuur voor coachingsgesprekken en helpen je om gerichte vragen te stellen die reflectie en groei stimuleren. Het GROW-model (Goal, Reality, Options, Will) is het meest toegepaste model voor onderwijssituaties omdat het docenten helpt hun eigen leerdoelen te ontdekken en concrete acties te formuleren.

Wat is didactisch coachen en waarom gebruik je modellen?

Didactisch coachen is een planmatige en gestructureerde manier om docenten te begeleiden bij hun professionele ontwikkeling. Het stimuleert het denkproces van de docent op een wijze die motivatieverhogend en leerbevorderend werkt. Modellen geven je als coach houvast en zorgen voor consistente, effectieve gesprekken.

Het grote verschil met gewone feedback is dat didactisch coachen de docent zelf laat ontdekken wat er beter kan. Je stelt vragen in plaats van antwoorden te geven. Dit maakt dat docenten eigenaarschap voelen over hun ontwikkeling en gemotiveerder zijn om veranderingen door te voeren.

Gestructureerde coachingsmodellen helpen je om:

  • Gesprekken doelgericht en efficiënt te voeren
  • De juiste vragen op het juiste moment te stellen
  • Consistent te zijn in je coachingsaanpak
  • Docenten zelf tot inzichten te laten komen
  • Concrete vervolgacties af te spreken

Welke basismodellen kun je gebruiken voor didactisch coachen?

De drie meest gebruikte coachingsmodellen in het onderwijs zijn GROW, CLEAR en SBI. Elk model heeft zijn eigen focus en is geschikt voor verschillende coachingssituaties. GROW gebruik je vooral voor ontwikkelgesprekken, CLEAR voor complexere situaties en SBI voor concrete feedback op gedrag.

Het GROW-model bestaat uit vier stappen: Goal (doel), Reality (huidige situatie), Options (mogelijkheden) en Will (actie). Dit model gebruik je wanneer je een docent wilt helpen bij het bereiken van een specifiek leerdoel of het oplossen van een onderwijskundige uitdaging.

Het CLEAR-model heeft vijf fasen: Contracting (afspraken), Listening (luisteren), Exploring (verkennen), Action (actie) en Review (evaluatie). Je gebruikt dit model voor diepgaandere coachingstrajecten waarbij je meer tijd hebt voor verkenning en reflectie.

Het SBI-model (Situation, Behavior, Impact) is eigenlijk een feedbackmodel dat je goed kunt combineren met coaching. Je beschrijft de situatie, het gedrag en de impact daarvan. Daarna ga je coachend verder met vragen over alternatieven en vervolgacties.

Hoe pas je het GROW-model toe bij didactische coaching?

Het GROW-model volg je stap voor stap tijdens je coachingsgesprek. Begin met Goal (wat wil je bereiken?), ga naar Reality (waar sta je nu?), verken Options (wat zijn je mogelijkheden?) en sluit af met Will (wat ga je doen?). Elke stap heeft specifieke vragen die je helpen het gesprek te sturen.

Bij Goal help je de docent een helder doel te formuleren. Stel vragen zoals: “Wat wil je anders doen in je lessen?” of “Hoe merk je dat je dit doel hebt bereikt?” Zorg dat het doel concreet en haalbaar is.

In de Reality-fase verken je de huidige situatie. Vraag door op wat er nu gebeurt: “Hoe pak je dit nu aan?” of “Wat merk je bij je leerlingen?” Help de docent een realistisch beeld te krijgen van de uitgangssituatie.

Bij Options brainstorm je samen over mogelijkheden. Stel open vragen zoals: “Welke alternatieven zie je?” of “Wat zou je kunnen proberen?” Laat de docent zelf ideeën aandragen voordat je suggesties doet.

Met Will maak je het concreet. Vraag: “Wat ga je precies doen?” en “Wanneer begin je hiermee?” Spreek duidelijke vervolgafspraken af en plan een moment om te evalueren.

Wat is het verschil tussen feedbackmodellen en coachingsmodellen?

Feedbackmodellen zoals SBI geven informatie over gedrag en prestaties, terwijl coachingsmodellen zoals GROW de ander helpen zelf tot inzichten en oplossingen te komen. Bij feedback vertel je wat je hebt gezien, bij coaching stel je vragen om reflectie te stimuleren.

Feedback gebruik je wanneer je concrete informatie wilt geven over wat je hebt waargenomen. Je beschrijft gedrag en de impact daarvan. Dit is nuttig voor directe correcties of het bevestigen van goed gedrag. Feedback is meer sturend en informatief.

Coaching zet je in wanneer je iemand wilt helpen groeien en ontwikkelen. Je stelt vragen die de ander aan het denken zetten en helpen bij het ontdekken van nieuwe mogelijkheden. Coaching is meer ondersteunend en ontwikkelgericht.

In de praktijk combineer je beide vaak. Je begint bijvoorbeeld met SBI-feedback over een les die je hebt gezien, en gaat dan coachend verder met GROW om te verkennen hoe de docent dit kan verbeteren. Deze combinatie werkt goed omdat je eerst concreet bent over wat je zag, en daarna de docent helpt zelf oplossingen te bedenken.

Kies voor feedback wanneer er duidelijke verbeterpunten zijn die je direct kunt benoemen. Kies voor coaching wanneer de docent zelf moet ontdekken wat er nodig is of wanneer je het eigenaarschap bij de ander wilt leggen.

Welke vragen stel je bij elk coachingsmodel?

Effectieve coachingsvragen zijn open, nieuwsgierig en helpen de ander nadenken. Per coachingsmodel heb je specifieke vragentypen die passen bij die fase van het gesprek. Goede vragen beginnen vaak met “wat”, “hoe” of “welke” en nodigen uit tot reflectie.

Voor het GROW-model gebruik je deze vragen:

  • Goal: “Wat wil je bereiken?” “Hoe ziet succes eruit?” “Wat is belangrijk voor je?”
  • Reality: “Wat gebeurt er nu precies?” “Hoe ervaar je dit?” “Wat merk je bij je leerlingen?”
  • Options: “Welke mogelijkheden zie je?” “Wat zou je kunnen proberen?” “Wat zijn alternatieven?”
  • Will: “Wat ga je doen?” “Wanneer begin je?” “Hoe zorg je dat het lukt?”

Bij het CLEAR-model stel je deze vragen:

  • Contracting: “Waar willen we het over hebben?” “Wat is jouw vraag?”
  • Listening: “Vertel eens meer…” “Hoe is dat voor je?”
  • Exploring: “Wat betekent dit voor je?” “Hoe kijk je daar tegenaan?”
  • Action: “Wat zijn je mogelijkheden?” “Wat spreekt je aan?”
  • Review: “Wat neem je mee?” “Hoe kijk je terug op dit gesprek?”

Vermijd gesloten vragen die je met ja of nee kunt beantwoorden. Stel ook geen suggestieve vragen zoals “Vind je niet dat…?” Deze vragen sturen te veel en belemmeren de eigen reflectie van de docent.

Hoe September onderwijs helpt met didactisch coachen

Wij bieden een volledig didactisch coachen programma met praktische training en borgingstraject. Je leert niet alleen de theorie, maar oefent direct met concrete situaties uit jouw onderwijspraktijk. Ons programma zorgt ervoor dat je de coachingsmodellen daadwerkelijk gaat toepassen en beklijden.

Wat je krijgt in ons programma:

  • Masterclass in verschillende coachingsmodellen (GROW, CLEAR, SBI)
  • Praktische oefeningen met rollenspellen en echte cases
  • Borgingstraject met follow-up coaching en intervisie
  • Concrete tools en vragenlijsten die je direct kunt gebruiken
  • Begeleiding bij het implementeren in je team

We passen de training altijd aan jouw specifieke situatie aan. Of je nu teamleider bent die collega’s wilt coachen, of coach die je vaardigheden wilt verdiepen – we zorgen dat je met vertrouwen coachingsgesprekken kunt voeren die echt impact hebben.

Benieuwd hoe wij je kunnen helpen met didactisch coachen? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek over de mogelijkheden voor jouw situatie.

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Vraag onze brochure aan

Bekijk ons cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Coachtechnieken en werkvormen

Misschien vind je dit ook interessant?