Steeds meer docenten in Nederland gebruiken kunstmatige intelligentie om toetsen en opdrachten na te kijken. NOS deed onderzoek naar hoe dit in de praktijk werkt — en welke risico’s er kleven aan het delegeren van een kerntaak aan een algoritme. De uitkomsten zijn relevant voor elke school die nadenkt over AI in het dagelijks onderwijs.
Inhoudsopgave
- Hoe werkt AI-nakijken in de praktijk?
- Tijdsbesparing als concreet voordeel
- De didactische keerzijde
- Europese AI-wet: vertraging maar geen afstel
- Waarom dit belangrijk is voor trainingen in het onderwijs
- Conclusie
Hoe werkt AI-nakijken in de praktijk?
Docenten die AI inzetten voor nakijken, laden leerlingenwerk en een beoordelingsmodel in een systeem. De AI doet vervolgens een voorstel voor een puntentoekenning per antwoord. De leraar controleert het voorstel en keurt het goed of past het aan.
Een docent die NOS sprak, omschreef het als “een onderwijsassistent die een eerste schifting doet.” De leraar houdt daarmee tijd over voor de inhoudelijke beoordeling van formulering en redenering.
Tijdsbesparing als concreet voordeel
Nakijken is tijdrovend. Voor drukbezette docenten — zeker in een sector met aanhoudend hoge werkdruk — kan een AI-tool die het routinewerk overneemt een merkbaar verschil maken. Sommige docenten geven aan dat ze de gewonnen tijd gebruiken voor begeleiding, voorbereiding of het geven van uitgebreidere individuele feedback.
De didactische keerzijde
Felienne Hermans, hoogleraar vakdidactiek informatica aan de Vrije Universiteit Amsterdam, plaatst kritische kanttekeningen. Nakijken levert docenten waardevolle informatie op over hoe leerlingen denken en redeneren. Wie dat overlaat aan AI, verliest een belangrijk didactisch moment, stelt ze.
Hermans wijst ook op de human-in-the-loop-verplichting die in aankomende wetgeving is opgenomen: de leraar blijft eindverantwoordelijk en moet het AI-oordeel controleren. “Als je alles alsnog moet controleren, is het niet efficiënter,” aldus Hermans tegenover NOS.
Meer tips?
Europese AI-wet: vertraging maar geen afstel
Nakijken met AI valt onder de categorie hoog-risicogebruik in de Europese AI-verordening. De invoering van die regels — die scholen verplichtingen opleggen rondom transparantie en menselijk toezicht — is onlangs uitgesteld naar 2027. Scholen hebben dus tijdelijk wat meer ruimte, maar de wetgeving komt er.
Dat betekent dat scholen die nu starten met AI-nakijken, vroeg of laat moeten voldoen aan formele eisen. Voorbereiding en scholing zijn daarvoor een voorwaarde.
Waarom dit belangrijk is voor trainingen in het onderwijs
De opkomst van AI in het nakijkproces stelt nieuwe eisen aan docenten — niet alleen technisch, maar ook didactisch en ethisch. Vragen als wanneer mag ik AI inzetten?, hoe interpreteer ik een AI-voorstel kritisch? en wat verlies ik als ik dit uitbesteed? zijn vragen die professionele ontwikkeling vereisen.
Voor trainingsaanbieders in het onderwijs liggen hier concrete kansen: docenten hebben behoefte aan praktische handvatten, niet aan abstracte theorie. Trainingen die AI-gebruik verbinden aan didactische kwaliteit en wettelijke kaders, sluiten direct aan bij wat scholen nu nodig hebben.
Conclusie
AI als nakijkhulp wint terrein in Nederlandse klassen. De voordelen zijn reëel, maar de didactische en juridische vraagstukken zijn dat ook. Scholen die dit verantwoord willen doen, hebben leraren nodig die hierover geïnformeerd en getraind zijn — ruim vóórdat de Europese AI-wet van kracht wordt.






