Op papier ziet het er beter uit: het lerarentekort in het voortgezet onderwijs daalde van 5,1% naar 3,5% tussen 2024 en 2025. Maar achter dat getal gaat een minder rooskleurig verhaal schuil. Leraren rapporteren juist meer werkdruk, burn-outklachten nemen toe en een groot deel van het tekort is simpelweg onzichtbaar gemaakt. Wat is hier aan de hand?
Inhoudsopgave
- De cijfers: tekort gedaald, maar hoe?
- Het verborgen tekort
- Werkdruk en burn-out: de harde kant van de paradox
- Wat drijft de werkstress?
- Waarom dit belangrijk is
- Conclusie
De cijfers: tekort gedaald, maar hoe?
Op 1 oktober 2025 telde het voortgezet onderwijs een landelijk tekort van ongeveer 2.200 fte, ofwel 3,5% van de totale arbeidsplaatsen. Een jaar eerder was dat nog 3.800 fte (5,1%). De daling klinkt als goed nieuws, maar de oorzaak verdient een kanttekening.
Een deel van de daling komt doordat tijdelijke posities zijn weggevallen. Tijdens de coronaperiode kregen scholen extra budget via het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) voor kleinere klassen en extra ondersteuning. Nu dat geld op is, verdwijnen de bijbehorende functies. Er zijn dus niet méér leraren gekomen. Er zijn gewoon minder plekken om in te vullen.
Het verborgen tekort
Van het totale tekort is 66% onzichtbaar. Scholen posten geen vacature, maar lossen het intern op: huidige collega’s draaien extra uren, klassen worden samengevoegd en professionele ontwikkelingstijd wordt geschrapt. Statistisch daalt het tekort daarmee, maar de druk op het zittende team neemt juist toe.
Het gevolg is een school die functioneert op minimum, waar de marge voor uitval of ziekte vrijwel nul is. Krapte in het systeem is niet verdwenen, maar wel minder zichtbaar geworden.
Werkdruk en burn-out: de harde kant van de paradox
Leraren in het voortgezet onderwijs zijn over het algemeen tevreden over hun werk: 94% zegt met plezier op school te werken en de tevredenheid over het salaris steeg van 58% naar 74%. Maar die tevredenheid staat naast een hardnekkig burn-outprobleem.
Meer dan een kwart van het personeel in het vo kampt met burn-outklachten — het hoogste aandeel van alle beroepssectoren. Externe factoren zoals administratieve lasten, toenemende regeldruk en leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, drijven de werkstress op. Maatregelen die scholen nemen om werkdruk te verlichten worden door een groeiend deel van de leraren als onvoldoende beoordeeld.
Meer tips?
Wat drijft de werkstress?
Leraren noemen een combinatie van factoren:
- Administratieve lasten en toenemende verantwoordingsdruk richting overheden en besturen
- Leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften — een meerderheid van leraren geeft aan dat meer dan 10% van hun klas extra ondersteuning nodig heeft, een hoog aandeel vergeleken met andere landen
- Begeleiding van zij-instromers, die in recordaantallen het onderwijs instromen maar intensieve coaching vragen van ervaren collega’s
- Schrappen van ontwikkeltijd als noodgreep bij personeelstekort, waardoor ruimte voor scholing en herstel wegvalt
- Intimidatie en verbaal geweld door leerlingen als terugkerende stressfactor
De verwachting van analisten is bovendien dat de tekortcijfers vanaf 2026 weer scherp zullen stijgen, als de demografische druk op het VO toeneemt en de tijdelijke verlichting door NPO-wegval verdwijnt.
Waarom dit belangrijk is
Voor iedereen die werkt aan professionele ontwikkeling in het onderwijs maakt deze paradox de urgentie concreet. De druk op leraren stijgt, terwijl de formele ruimte voor scholing krimpt. Dat vraagt om trainingsaanbod dat compact, direct toepasbaar en laagdrempelig is — geschikt voor leraren die weinig tijd hebben maar het hard nodig hebben.
Specifieke groeigebieden zijn zichtbaar: begeleiding van zij-instromers, klassenmanagement bij heterogene groepen, omgaan met leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften, en burn-outpreventie. Scholen die nu investeren in gerichte professionele ondersteuning bouwen veerkracht in voor de verwachte tekortpiek die eraan komt.
Conclusie
Het dalende lerarentekort is geen teken van herstel — het is een statistisch artefact dat een toenemende druk op leraren maskeert. Zolang het verborgen tekort wordt opgelost met noodgrepen en ontwikkeltijd als eerste wordt geofferd, blijft de werkdruk structureel te hoog. Scholen en schoolleiders doen er goed aan die schijnbare verbetering kritisch te lezen en te blijven investeren in de mensen die het onderwijs dagelijks dragen.
Bronnen
- Upwijs – Paradox: het lerarentekort daalt, maar de werkdruk stijgt
- VO-raad – Leraren meer tevreden, maar externe factoren stuwen werkstress
- VO-raad – Tijdelijke afname tekorten met grote regionale verschillen
- AOb – Personeel voortgezet onderwijs kampt vaker met burn-out
- AOb – Leraren meer tevreden over arbeidsvoorwaarden, maar wel veel werkstress
- OCW in cijfers – Werkdruk onderwijspersoneel PO, VO en MBO
- AVS – Meeste burn-outklachten in het onderwijs






