Home » Onderwijskwaliteit onder druk in Nederland: wat de Staat van het Onderwijs 2026 betekent voor schoolleiders

Onderwijskwaliteit onder druk in Nederland: wat de Staat van het Onderwijs 2026 betekent voor schoolleiders

  • Beoordeeld met een 8,9
  • 16 + jaar ervaring
  • CRKBO gecertificeerd

Gemiddelde
beoordeling

8.9

De Inspectie van het Onderwijs presenteerde op 15 april 2026 de jaarlijkse Staat van het Onderwijs. De boodschap is helder en urgent: de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs staat structureel onder druk. Basisvaardigheden verslechteren, kwaliteitszorg schiet tekort en te veel schoolleiders komen onvoldoende toe aan hun kerntaak. Tegelijk wijst het rapport nadrukkelijk naar de schoolleider als de belangrijkste hefboom voor verbetering — mits zij de ruimte krijgen die ze nodig hebben.

De harde cijfers: wat zegt het rapport?

De inspectie onderzocht dit jaar 1.208 scholen en afdelingen — en deed dat voor het eerst sinds 2017 als echte doorsnede van het Nederlandse onderwijs, ook bij scholen waar geen zorgwekkende signalen bestonden. De uitkomsten liegen er niet om.

Van alle onderzochte scholen en afdelingen ontving 16 procent een onvoldoende beoordeling en 2 procent het oordeel ‘zeer zwak’. Nog pregnanter is het beeld rondom basisvaardigheden: meer dan de helft van alle scholen ontvangt een herstelopdracht voor taal, rekenen of burgerschap. In het voortgezet onderwijs loopt dat percentage op tot bijna drie kwart.

In het primair onderwijs voldoet 85% van de scholen aan de basiskwaliteit, maar herstel verloopt traag. Er blijven nieuwe onvoldoende of zeer zwakke scholen bijkomen. In het voortgezet onderwijs is 77% van de afdelingen voldoende beoordeeld, 21% onvoldoende en 2% zeer zwak. Praktijkonderwijs scoort het best (90% voldoende), vmbo-b/k het zwakst (71%).

Basisvaardigheden: stabilisatie in PO, verslechtering in VO

De resultaten voor taal en rekenen in het basisonderwijs zijn gestabiliseerd — en weer terug op het niveau van vóór corona. Dat klinkt als goed nieuws, maar de inspectie nuanceert dit: stabilisatie is niet hetzelfde als verbetering, en de prestaties liggen nog altijd onder het gewenste niveau.

In het voortgezet onderwijs is het beeld zorgelijker. De prestaties op leesvaardigheid en woordenschat dalen al enkele jaren op rij. Ook rekenen-wiskunde laat een negatieve ontwikkeling zien. Bij burgerschap is het beeld het meest alarmerend: maar liefst 65% van de middelbare scholen ontving een herstelopdracht. Het onderwijs rondom burgerschap is op te veel scholen “niet doelgericht, samenhangend en herkenbaar”, aldus de inspectie.

Kwaliteitszorg: het blinde vlekkenprobleem

Een rode draad in het rapport is de zwakke kwaliteitszorg bij scholen én besturen. De drie kwaliteitszorgstandaarden — visie en doelen (SKA1), uitvoering en kwaliteitscultuur (SKA2), en evaluatie en verantwoording (SKA3) — zijn de vaakst onvoldoende beoordeelde standaarden in het volledige waarderingskader.

Bij 32% van de VO-afdelingen scoort SKA3 (evaluatie, verantwoording en dialoog) onvoldoende. SKA2 is bij 25% onvoldoende, SKA1 bij 20%. Dit patroon is veelzeggend: scholen bewaken en verbeteren hun onderwijs niet stelselmatig genoeg.

Ook op bestuurlijk niveau is dit zichtbaar. Ongeveer een kwart tot een vijfde van de onderzochte besturen ontving een onvoldoende. Bij 40 besturen waren alle drie de kwaliteitszorgstandaarden de afgelopen vier schooljaren onvoldoende. De conclusie van de inspectie: kwaliteitsontwikkeling is niet alleen een vraagstuk op schoolniveau, maar ook een bestuursvraagstuk.

De schoolleider als sleutelspeler — maar overvraagd

Het meest opvallende thema in de Staat van het Onderwijs 2026 is de expliciete focus op de schoolleider. Inspecteur-generaal Alida Oppers benoemt de schoolleider als “drijvende kracht voor onderwijskwaliteit.” Of het nu gaat om de inhoudelijke kwaliteit, passende plaatsing of kwaliteitszorg: de schoolleider heeft een cruciale rol.

Maar er is een fundamenteel probleem: een derde van de schoolleiders komt onvoldoende toe aan onderwijskundig leiderschap. De oorzaken zijn bekend — hoge werkdruk, een breed takenpakket en een zware administratieve lastendruk. Schoolleiders geven zelf aan wat zij nodig hebben: minder regeldruk en meer tijd voor hun kernwerk.

De inspectie roept besturen expliciet op om schoolleiders die ruimte te bieden. Minister Rianne Letschert en staatssecretaris Judith Tielen onderschrijven in hun reactie dit belang. Tielen: “De schoolleider vervult een sleutelrol in onderwijsontwikkeling en kwaliteitsverbetering. Schoolleiders maken met hun onderwijskundige visie het verschil en verdienen ruimte en ondersteuning.”

Grote regionale verschillen: de postcode bepaalt de kansen

Een tweede grote lijn in het rapport zijn de groeiende regionale ongelijkheden. De inspectie concludeert dat het uitmaakt waar een leerling opgroeit en naar school gaat. In de Randstad ontvangen leerlingen vaker een kansrijk schooladvies dan in meer landelijke of perifere gebieden. Leerlingen die in aanmerking komen voor bijstelling van hun advies maar dit niet ontvangen, wonen relatief vaker in wijken met een lagere sociaaleconomische status.

Tegelijk laat het rapport zien dat context niet allesbepalend is. Scholen die doelgericht en ambitieus werken aan kwaliteitsverbetering laten zien dat ook onder complexe omstandigheden goede resultaten mogelijk zijn. De inspectie pleit voor de benadering die onderwijsonderzoeker Iliass El Hadioui de “Zwarte Zwanen-aanpak” noemt: scholen die bewust omgaan met hun leerlingpopulatie en structureel hoge verwachtingen hanteren.

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Sociale media en welzijn: een nieuwe uitdaging voor scholen

Een opvallend onderdeel van het rapport is de aanbeveling rondom sociale media. De inspectie roept de overheid op om een verbod op sociale media voor kinderen jonger dan 15 jaar te verkennen. Aanleiding zijn de stijgende meldingen van geweld en intimidatie op scholen — het aantal schorsingen wegens fysiek geweld nam toe met 14%, naar 6.248 gevallen — en de vastgestelde rol van sociale media daarin.

Inspectiedirecteur Rogier Oet stelt dat een groot deel van schoolruzies begint op sociale media en daardoor “onzichtbaar is voor docenten.” Het rapport signaleert ook bredere welzijnsproblemen: verslechterende executieve vaardigheden bij leerlingen, meer hulpvragen in het mbo, en de naweeën van de coronaperiode. Scholen worden hierin, aldus de inspectie, te zwaar belast. “Leraren zijn geen hulpverleners.”

Dit sluit aan bij coalitieakkoord Jetten, dat al eerder een minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media heeft voorgesteld.

Wat betekent dit concreet voor schoolleiders?

De Staat van het Onderwijs 2026 bevat een duidelijke boodschap voor schoolleiders in het primair en voortgezet onderwijs:

Bescherm tijd voor onderwijskundig leiderschap. Inventariseer welke taken elders belegd kunnen worden. Maak hierover expliciete bestuurlijke afspraken.

Versterk de kwaliteitscyclus. SKA3 — evaluatie, verantwoording en dialoog — is de vaakst onvoldoende beoordeelde standaard. Leg structureel vast hoe oordelen, data en signalen worden besproken met het team, intern toezicht en medezeggenschap.

Maak burgerschapsonderwijs concreet. Meer dan de helft van alle scholen kreeg een herstelopdracht voor burgerschap. Zorg dat het aanbod doelgericht, samenhangend en herkenbaar is in de dagelijkse praktijk.

Gebruik regionale context als spiegel, niet als excuus. Het rapport maakt duidelijk dat scholen met vergelijkbare contexten sterk kunnen verschillen in uitkomsten. Ambitie en systematisch handelen maken het verschil.

Neem AI en digitale veiligheid serieus. De Staat van de Ouder 2026, gepresenteerd op 14 april, laat zien dat meer dan de helft van de VO-leerlingen AI gebruikt voor schoolwerk, terwijl driekwart van de ouders niet weet hoe de school hiermee omgaat. Communiceer hier proactief over.

Reacties uit de sector

De VO-raad onderschrijft de bevindingen maar voegt een kanttekening toe: de verantwoordelijkheid voor meer ruimte voor schoolleiders ligt niet alleen bij besturen, maar ook bij de overheid. “De aanvraag en financiële verantwoording van subsidieregelingen staat hoog in het lijstje van taken die zorgen voor administratieve lastendruk,” aldus de VO-raad in een reactie. Ook nieuwe wetgeving in combinatie met open normen zou leiden tot extra druk op schoolleiders.

VOS/ABB stelt dat het rapport een duidelijke oproep is aan besturen om de schoolleider actief te ondersteunen en ruimte te creëren. “Kwaliteitsontwikkeling vraagt om samenhang tussen bestuur, schoolleiding en team.”

Achtergrond: de bredere context

De Staat van het Onderwijs 2026 verschijnt in een bewogen onderwijslandschap. Het nieuwe kabinet-Jetten heeft de 1,5 miljard aan onderwijsbezuinigingen van het vorige kabinet teruggedraaid, al gaan de besparingen voor 2026 zelf nog gewoon door. De wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting — die gemeenten verplicht tot integrale huisvestingsplannen — werd begin april 2026 besproken in de Tweede Kamer. En de cao-strijd rondom OMO, de grootste scholenkoepel van Nederland, laat zien hoe arbeidsmarktspanningen ook op schoolbestuurlijk niveau doorwerken.

In dit klimaat is de boodschap van de inspectie niet alleen een diagnose, maar ook een appel: het onderwijs kan en moet beter. En de schoolleider staat daarin centraal — als die de ruimte krijgt die nodig is.

Bronnen

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Misschien vind je dit ook interessant?