De docent als verhalenverteller in het digitale tijdperk. Hoe doe je dat?
030 265 7658 September Onderwijs

De docent als verhalenverteller in het digitale tijdperk

“Hoe zorg ik er voor dat mijn leerlingen écht naar me luisteren?!” Als trainer Storytelling bij September Onderwijs krijg ik vaak deze vraag van mijn cursisten. Tiktok, Youtube, Instagram, Fortnite of zelfs de nieuwe buitenboordbeugel van Lisa; bijna alles lijkt interessanter voor jongeren dan jouw verhaal over kansberekening, de Franse revolutie of het klimaatbeleid van de EU.

Zeker nu ten tijde van de Covid-19 crisis en het sociaal isolement waar de meeste van ons zich in bevinden én waarin docenten en leerlingen veel tijd achter hun scherm doorbrengen, is het van belang om extra aandacht te schenken aan de kracht van het verhaal. Een goed verhaal kan een leerling weer helemaal bij de les halen en hem/haar motiveren om met de stof aan de slag te gaan. En het kan jou als docent weer terugbrengen naar de kern van je beroep: het overdragen van kennis en aanzetten tot leren door het vertellen van een sterk verhaal. 

In deze blog vertel ik je over hoe je als docent (digital) storytelling kan inzetten om je leerlingen geboeid te krijgen (en houden) in je les.

Een kleine disclaimer: uiteraard zul je altijd leerlingen hebben die, om wat voor reden dan ook, niet kunnen of willen luisteren naar jouw verhaal. Maar komt dit door jou? Of speelt er op dat moment iets dat belangrijker is en dus meer aandacht vraagt in het hoofd van dat kind? Mijn punt is dan ook: storytelling is een krachtig middel dat zelfs de meest afwezige of ongeconcentreerde kinderen bij de les kan houden. Maar het is uiteraard geen wondermiddel of dé oplossing voor alle uitdagingen in je les. 

Allereerst: wat is digital storytelling precies? Heel simpel: via digitale media een verhaal vertellen aan je studenten. 

Iets uitgebreider: we hebben het hier over een multimediale benadering om een verhaal te delen. De verhalenverteller combineert verschillende media zoals video, fotografie, geluid, tekst of muziek en een voice-over (bijvoorbeeld je eigen stem) om je verhaal in een digitaal mediaformaat te delen met je leerlingen. Dus in een filmpje, audiobestand of live presentatie. 

In deze blog deel ik graag drie tips die je kunt toepassen in het creëren van je verhaal voor je eerstvolgende les. Veel leesplezier gewenst!

Tip 1: Show, don’t tell!

Een van de beste manieren om de aandacht van je leerlingen te vangen, is het oproepen van beelden en het activeren van de zintuigen. We ervaren de wereld tenslotte door middel van onze zintuigen en herinneren ons vaak ook dingen door middel van zintuigen. Denk maar eens na hoe sterk een bepaalde geur een herinnering aan vroeger kan oproepen. Een verhaal dat onze zintuigen ‘activeert’ is veel makkelijker te consumeren dan een ‘droge’ beschrijving van een handeling. Een kort voorbeeld:

‘Ik at een zout dropje.’

versus

‘Het dropje was zo zout dat mijn mond samenkneep.’

Een goed verhaal is een verhaal waarin het verbeeldingsvermogen van je leerlingen zoveel mogelijk wordt geactiveerd. In plaats van het publiek te vertellen: ‘Ik was bang’, kun je met het gebruik van zintuiglijke beschrijvingen als ‘zweterige handpalmen’, ‘knikkende knieën’ en ‘trillende armen’ veel dichter in de buurt komen van wat die angst dan precies is. 

Maar niet alleen in taal kun je beelden oproepen, je kunt uiteraard ook bestaande of zelf gecreëerde beelden toevoegen aan je verhaal! 

—> Zoek je rechtenvrije afbeeldingen? Probeer eens unsplash.com 

—> Een alternatief voor powerpoint? Probeer eens  www.haikudeck.com voor presentaties met een hoogwaardig design en sterke focus op beeld. 

—> Zoek je een platform waar je allerlei media in kan samenbrengen? https://www.powtoon.com/

—> Supersnel een filmpje in elkaar zetten? Kijk eens naar https://animoto.com/

—> Een verhaal vertellen aan de hand van een storyboard met animaties? Maak het hier https://www.storyboardthat.com/

—> Tip: houd het simpel! Voor een voice-over kan je bijvoorbeeld gewoon de dictafoon van je smartphone gebruiken. Gebruik de middelen die je voorhanden hebt en de software die voor jou het beste werkt. 

Tip 2: In- en uitknippen

Elk verhaal kent een begin, midden en een eind. Maar de hamvraag is: waar begint je verhaal? Hier geldt ‘kwaliteit boven kwantiteit’. Je kan een uitvoerige introductie geven waarin je alle context geeft waarbinnen het verhaal zich afspeelt, maar dit werkt vaak meer afleidend en vertragend dan dat het iets toevoegt. Daarom is het aan te raden goed na te denken over je ‘inknip moment’. Dat is het moment waar je verhaal begint. Denk maar eens aan een scène uit een film of serie: het moment waarop de scène begint is vaak vlak voor het ‘hoogtepunt’ van die scene. Stel jezelf de vraag: wat is het meest spannende moment om je verhaal te beginnen, zonder daarbij de kern van het verhaal te verliezen? 

Dit geldt uiteraard ook voor het einde: loop je het verhaal helemaal uit, totdat alle eindjes aan elkaar zijn gebreid? Of laat je je toehoorders achter met een cliffhanger?

Oefening

We oefenen er even mee! Lees het verhaal hieronder en bedenk wat een goed inknip moment zou zijn.

Marie is een jonge vrouw, woonachtig in Delft. Ze is alleenstaand, en gaat in haar vrije tijd graag paardrijden. Zij heeft een tweelingzus, Elsa. Elsa woont in Amsterdam samen met haar vriend en zoontje. Marie en Elsa groeiden samen op in Alkmaar, maar zijn, toen ze gingen studeren, allebei uit huis vertrokken en op kamers gegaan in de stad waar ze nu wonen. 

Soms, als Marie met een warme kop thee in haar raamkozijn zit na een lange dag werken, mist ze Elsa. Al die jaren waren ze onafscheidelijk; samen spelen, dezelfde kleren aan, hetzelfde speelgoed, dezelfde school. Ook toen ze ouder werden en beide een andere smaak ontwikkelden, andere vriendengroepen opzochten en los van elkaar op vakantie gingen, voelde het alsof ze samen één waren. Zou het komen doordat ze een eeneiige tweeling zijn? Of komt het doordat ze gewoon zoveel tijd hebben doorgebracht in hun jeugd? ‘Nu is ons leven zo anders, zo losgekoppeld van elkaar’, dacht Marie. 

Marie had Elsa al maanden niet gesproken. Niet eens een whatsappje. Marie snapte ook wel dat het leven met een jong kind en een fulltime baan niet niets is, en dat zij makkelijk spreken had met haar vrijgezelle leventje. Maar toch deed het pijn. Waarom had haar tweelingzus al die tijd geen contact met haar opgenomen?

Terwijl Marie in gedachten verzonken uit het raam staarde, ging plots haar telefoon. Het was Ben, de vriend van Elsa. ‘Zit je?’ vroeg Ben aan Marie. Marie hoorde aan de stem van Ben dat er iets niet in orde was. ’Hoe bedoel je, zit je? Ja, ik zit, ik zit in het raamkozijn. Hoezo?’ vroeg ze twijfelend aan Ben. ‘Het gaat om je zus. Om Elsa. Ze is… ze is verdwenen, Marie.’

En? Is het je gelukt een mooi inknip moment te vinden, zonder af te doen aan de kern van het verhaal? Als je goed leest, zie je dat je zelfs in de één na laatste alinea kunt inknippen, zonder cruciale informatie te verliezen. 

Tip 3: Kwaliteit boven kwantiteit

Wil je een verhaal vertellen aan je leerlingen om de lesstof of het thema te introduceren? Less is more! Ga voor een verhaal van maximaal 5 minuten. Een overdaad aan informatie kan zelfs de meest geïnteresseerde leerling lam slaan. Probeer dus niet alle stof uit je les in je verhaal te verwerken, maar kies één focuspunt van wat er in je gehele les aan bod gaat komen. Dit komt sterker over dan dat je de hele inhoud over probeert te brengen in 5 minuten.

Kies er bijvoorbeeld voor je verhaal te vertellen vanuit het standpunt van een ‘protagonist’ (een hoofdrol, personage). En kijk of het je lukt met een pakkende openingszin en/of beeld te starten, iets dat meteen prikkelt en vragen oproept. Hieronder twee voorbeelden van het begin van een verhaal dat wordt gebruikt ter introductie van een geschiedenisles over het Marxisme. 

“We gaan het vandaag hebben over een man die als student niets liever deed dan dronken worden en op de vuist gaan met medestudenten. Een man die trots was geen rooie cent te hebben aan het eind van zijn leven en maar 11 mensen op zijn eigen begrafenis had.”

Of

“We gaan het vandaag hebben over het Marxisme, een economisch en sociaal systeem dat gebaseerd is op de politieke en economische theorieën van Karl Marx en Friedrich Engels.”

Welk van de twee voorbeelden roept vragen bij je op? Welk voorbeeld nodigt uit tot actief luisteren, tot nieuwsgierigheid? En wat vind je ervan dat het eerste citaat ingaat op het persoonlijke leven van Marx zonder nog iets te melden over zijn denkwijzen en nalatenschap? 

Ook als het aankomt op de digitale media die je gebruikt, geldt hetzelfde devies. Ga voor kwaliteit: liever een paar krachtige beelden van goede kwaliteit dan een overdaad aan knipsels in lage kwaliteit die je snel van het internet afplukt. Liever één goed verstaanbare stem dan een collage van voice-overs, interviews en geluidsfragmenten. Tot slot: denk goed na over het einde van je verhaal: vaak is dit de brug naar het behandelen van de lesstof of de opdracht. Het einde van je verhaal kan meteen een koppeling zijn naar wat je van de leerling verwacht. 

Dit waren mijn drie tips om je digitale storytelling skills naar een hoger niveau te tillen. In deze blog ben ik ingegaan op hoe jij als docent digital storytelling kan toepassen in je les, maar het is ook een heel effectief en creatief leermiddel voor leerlingen om zelf mee aan de slag te gaan. Laat ze zelf eens een digital story maken over je eerstvolgende lesonderwerp!

Meer inspiratie nodig?

Zie hier, hier , hier en hier wat voorbeelden van (digital) storytelling.

Leerlingen zelf aan de slag laten gaan met digital storytelling? Kijk eens hier en hier naar inspirerende voorbeelden. 

Meer weten over storytelling? Kijk eens hier en hier.

Of volg een cursus Storytelling bij September Onderwijs!

Door: Puck van Dijk, trainer bij September Onderwijs

Wil je meer weten over dit onderwerp?

Neem dan gerust contact met ons op!

  info@septemberonderwijs.nl
 (030) 265 7658