Home » Er bestaat geen script voor een lastig oudergesprek, wel een structuur die altijd werkt | Blog

Er bestaat geen script voor een lastig oudergesprek, wel een structuur die altijd werkt | Blog

  • Beoordeeld met een 8,9
  • 16 + jaar ervaring
  • CRKBO gecertificeerd

Gemiddelde
beoordeling

8.9

In bijna elke mentortraining die we als September Onderwijs geven, horen we dezelfde situatie terug. Een startende docent, een paar maanden aan het werk, vertelt over haar zevende oudergesprek van de week. Niet zomaar een tienminutengesprek, maar ouders die er bitter in gaan: hun kind dreigt te blijven zitten en wat hen betreft ligt dat aan school.

Op zo’n moment is de starter helemaal op zichzelf aangewezen. Want voor dit moment is de docent nooit opgeleid. Het mentoraat zit niet in de lerarenopleiding: je leert lesgeven, niet hoe je een gesprek voert met ouders die boos, verdrietig of wantrouwend tegenover je zitten. En toch is dit vanaf dag één gewoon onderdeel van de baan.

Wie op een school of bij een huisacademie verantwoordelijk is voor professionalisering, herkent dit patroon waarschijnlijk direct. In enquêtes, evaluaties en gesprekken met leidinggevenden komt telkens dezelfde leerbehoefte naar boven: help onze startende mentoren met het voeren van gesprekken. Vooral de moeilijke.

De hoop op een stappenplan

Soms liggen de verwachtingen van een training voor mentoren een beetje uiteen. Mensen komen binnen met de stille hoop op een protocol. Een stappenplan. “Als de ouder A zegt, doe jij B.” Het liefst een infographic die je vlak voor het gesprek nog even scant, zoals een script bij de klantenservice.

Dat zou natuurlijk ontzettend fijn zijn. Een script geeft houvast op een moment dat je je onzeker voelt. Maar hier zit ook het risico: ouders houden zich niet aan jouw stappenplan. Een gesprek dat je probeert te sturen volgens een vast stramien, voelt voor de ander precies zo: gestuurd. En dat is het snelste recept voor het scenario dat iedereen wil vermijden, twee kampen tegenover elkaar.

Wat startende mentoren wél nodig hebben is structuur plus vaardigheid. Structuur vertelt je waar je bent in het gesprek en wat daar nodig is. Vaardigheid stelt je in staat om binnen die structuur te bewegen, ook als het gesprek een onverwachte wending neemt. Hieronder delen we een paar inzichten uit onze mentortraining die je direct aan je startende mentoren kunt meegeven.

Vier houvasten voor een lastig oudergesprek

1

Kop: contact maken, doel benoemen, agenda samen bepalen. Open met het gedeelde doel, dat zet ouders naast je in plaats van tegenover je.

Romp: ter zake komen, luisteren, samenvatten, doorvragen, en het verloop bewaken.

Staart: samenvatten, afspraken maken, taken verdelen. Zonder staart voelt een gesprek zonder resultaat.

Gebruik de 5-secondenregel: laat na een vraag of antwoord vijf seconden stilte vallen. Dat geeft bedenktijd en brengt rust.
2

Elk gesprek heeft twee lagen. Boven de waterlijn: inhoud, procedures, afspraken. Onder de waterlijn: relatie, interactie, gevoelens.

Zolang de onderstroom niet gezien wordt, komt geen enkel inhoudelijk argument aan. Benoem daarom wat je ziet: “ik merk dat u zich zorgen maakt.”

Blijf zelf emotioneel vrij: de emotie van de ouder mag er zijn, zonder dat jij erin meegetrokken wordt.
3

Het slechtnieuwsgesprek volgt een aangescherpte volgorde: korte inleiding, dan het nieuws zelf (helder, zonder omwegen), dan eerst de emoties opvangen, en pas daarna argumenten, oplossingen en afronden.

De valkuil: argumenteren terwijl de emotie nog hoog zit. Dat voelt voor de ouder als een nieuwe klap.

Contra-intuïtief onder spanning, dus juist deze volgorde vooraf oefenen.
4

De leerling is eigenaar van de eigen ontwikkeling en leidt het gesprek; mentor en ouder ondersteunen en coachen.

De cirkeltechniek helpt hierbij: binnencirkel voor wat al goed gaat, buitencirkel voor wat de leerling nog wil bereiken. Sluit af met: wat wil je als eerste naar binnen brengen?

Begin bij wat er al ís, niet bij wat ontbreekt. Dat verandert de toon van tekort naar groei.

Houvast één: kop, romp, staart

Elk oudergesprek, ook het meest lastige gesprek, heeft dezelfde onderliggende structuur. Wie die kent, hoeft nooit meer te improviseren over de vorm van het gesprek en houdt daardoor aandacht over voor de inhoud. In onze training tekenen we hem als een vis.

  • De kop is contact maken, het doel van het gesprek benoemen en samen de agenda bepalen. Klinkt logisch, wordt onder spanning vaak overgeslagen. Juist bij een lastig gesprek loont het om te openen met het gedeelde doel: “We willen allebei dat het beter gaat met Sophie.” Dat ene zinnetje zet ouders naast je in plaats van tegenover je.
  • De romp is het eigenlijke gesprek: ter zake komen, vragen stellen en luisteren (de klassieke drieslag Luisteren, Samenvatten, Doorvragen), en het verloop van het gesprek bewaken.
  • De staart is samenvatten, afspraken maken en taken verdelen. Een gesprek zonder staart voelt voor ouders als een gesprek zonder resultaat, en dat is vaak de kiem van het vólgende lastige gesprek.

Dwars door alle drie de fases heen loopt een regel die verrassend veel verschil maakt: de 5-secondenregel. Na een vraag of een antwoord vijf seconden stilte laten vallen voelt voor een startende mentor als een eeuwigheid, en is voor het gesprek pure winst. Stilte geeft bedenktijd, vooral aan de ander, en brengt rust in een gesprek dat anders gejaagd wordt. Stilte is geen ongemak dat je moet opvullen, het is een gesprekstechniek.

Houvast twee: kijk onder de waterlijn

Waarom ontsporen oudergesprekken eigenlijk? Zelden op de inhoud. Een gesprek heeft altijd twee lagen, zoals een ijsberg. Boven de waterlijn zit de bovenstroom: de inhoud, de procedures, de afspraken. Daar gaat het gesprek over. Onder de waterlijn zit de onderstroom: de relatie, de interactie, de gevoelens. Dat is wat er tussen de gesprekspartners gebeurt.

Startende mentoren zijn onder spanning geneigd om vol op de bovenstroom te blijven: nog een argument, nog een cijfer, nog een uitleg van de procedure. Maar als ouders boos of verdrietig zijn, zit het probleem niet boven de waterlijn. Je kunt argumenteren wat je wilt, zolang de onderstroom niet gezien wordt, komt de boodschap niet aan.

Het krachtigste gereedschap is dan ook: benoem de onderstroom. “Ik merk dat u zich echt zorgen maakt” of “ik heb het gevoel dat we tegenover elkaar komen te staan, en dat is niet wat ik wil” doet in een geladen gesprek vaak meer dan welk inhoudelijk argument dan ook. In onze training vatten we dit samen in een set bouwstenen voor constructieve communicatie: heet welkom, begrens waar nodig, zet de ander op één, neem de leiding, bewaar het helikopterview, houd de grote lijn vast in plaats van te verzanden in details, en blijf zelf emotioneel vrij. Dat laatste is misschien wel het moeilijkste: de emotie van de ouder mag er zijn, zonder dat jij erin meegetrokken wordt.

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Houvast drie: het slechtnieuwsgesprek heeft een eigen volgorde

Voor één gesprekstype geldt de kop-romp-staartstructuur in aangescherpte vorm: het slechtnieuwsgesprek. Denk aan het gesprek waarin je vertelt dat een andere school waarschijnlijk beter past, of dat het gedrag van een leerling echt moet veranderen. Hier maken startende mentoren steevast dezelfde twee fouten: het nieuws eindeloos uitstellen met een lange aanloop, of direct in de argumenten schieten zodra de ouder emotioneel reageert.

De volgorde die werkt bestaat uit zes stappen: een korte aanvang en inleiding, dan het slechte nieuws zelf, de klap, helder en zonder omwegen, vervolgens eerst de emoties opvangen, en pas daarna de argumenten uiteenzetten, oplossingen bespreken en afronden.

De cruciale les zit in die derde stap. Wie argumenten geeft terwijl de emotie nog hoog zit, praat tegen een muur. Erger nog, elk argument voelt voor de ouder als een nieuwe klap. Eerst erkennen wat het nieuws met de ouder doet (en hier komt die 5-secondenregel weer van pas), dan pas uitleggen waarom. Die volgorde is contra-intuïtief onder spanning, en juist daarom moet je hem geoefend hebben vóór het echte gesprek.

Houvast vier: maak de leerling eigenaar

Steeds meer scholen werken met driehoeksgesprekken: leerling, ouders en mentor samen aan tafel. Een mooie vorm, mits de rollen kloppen. Het uitgangspunt: de leerling is eigenaar van de eigen ontwikkeling en leider van het gesprek, mentor en ouder ondersteunen en coachen. In de praktijk zie je vaak het omgekeerde: de volwassenen praten óver de leerling, die er zwijgend bij zit. Of de ouder neemt het gesprek over, of de leerling klapt dicht. Dat zijn precies de situaties waar mentoren mee moeten leren omgaan.

Een concrete techniek die hierbij helpt, en die ook in één-op-één mentorgesprekken goud waard is, is de cirkeltechniek. Teken een binnencirkel en een buitencirkel. Laat de leerling in de binnencirkel schrijven waar die tevreden over is, trots op is, goed in is. Kleine dingen tellen mee. In de buitencirkel komt wat de leerling nog anders wil: wat wil je bereiken, wat moet er anders? Sluit af met de vraag: wat wil je als eerste van de buitencirkel naar de binnencirkel brengen?

De kracht van deze techniek zit in de volgorde: je begint bij wat er al ís (bereikte progressie) in plaats van bij wat er ontbreekt. Dat verandert de toon van het hele gesprek, van tekort naar groei, en het geeft de leerling letterlijk de pen in handen.

Waarom één studiemiddag niet genoeg is

Alles hierboven is te lezen in tien minuten en te leren in geen tien uur. Gespreksvaardigheid ontwikkel je in een cyclus: oefenen in een veilige setting (in drietallen, met een observant erbij), uitproberen in de echte praktijk, en terugkomen om te reflecteren op wat er gebeurde. In onze trainingen heet dat een transferactie: na elke bijeenkomst een concrete opdracht, voer een gesprek met een leerling of ouder en zet één van de besproken technieken in, die bij de volgende bijeenkomst wordt nabesproken. Daardoor leer je het meest.

Voor scholen en academies die dit willen organiseren, betekent dat concreet: plan de eerste bijeenkomst vóór het gesprekkenseizoen. Op de meeste scholen piekt het aantal oudergesprekken in november en december. Een training in oktober geeft mentoren gereedschap precies op het moment dat ze het nodig hebben, en het gesprekkenseizoen wordt hun oefenterrein. Plan vervolgens een terugkommoment in januari, als de gesprekkenreeks achter de rug is en iedereen verse casuïstiek uit de eigen praktijk meebrengt. Werk daarbij met casuïstiek van de deelnemers zelf: het gesprek dat iemand vorige week echt voerde is oneindig veel leerzamer dan een bedachte casus.

En organiseer daarnaast iets op school zelf: duo-mentorschap waarbij een starter gekoppeld wordt aan een ervaren mentor, of een buddysysteem. Een bovenschoolse training en begeleiding op de werkvloer versterken elkaar: de training geeft de kapstok, de ervaren collega laat zien hoe die kapstok in jullie specifieke context werkt.

Wat je een startende mentor eigenlijk geeft

Uiteindelijk gaat het niet om gesprekstechniek als doel op zich. Het gaat erom dat die startende docent van eind november niet meer met knikkende knieën het lokaal in loopt voor gesprek nummer zeven, maar met het vertrouwen: ik ken de structuur van dit gesprek, ik weet wat ik moet doen als de emoties oplopen, en als het spannend wordt onder de waterlijn, weet ik hoe ik dat bespreekbaar maak.

Dat vertrouwen is niet alleen goed voor de mentor. Het is goed voor de ouders, die zich gehoord voelen in plaats van bestreden. En het is goed voor de leerling om wie het allemaal draait, want een mentor en ouders die naast elkaar staan, kunnen samen veel meer dan twee kampen tegenover elkaar.

—

De technieken in deze blog, kop-romp-staart, de 5-secondenregel, boven- en onderstroom, de stappen van het slechtnieuwsgesprek en de cirkeltechniek, komen rechtstreeks uit onze mentortraining: een traject van meerdere bijeenkomsten met transferacties tussendoor, waarin ook oplossingsgericht coachen, het voorkomen van pestgevallen, de-escaleren en het onderscheid tussen zelf oppakken of doorverwijzen naar zorg aan bod komen. September Onderwijs verzorgt deze training voor scholen en huisacademies, met veel ruimte voor oefenen met eigen casuïstiek. Benieuwd hoe zo’n traject er voor jouw school of academie uit kan zien? Neem gerust contact met ons op.

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Gerelateerde trainingen

Misschien vind je dit ook interessant?