Met de training ‘Zicht op de les: observeren kun je leren’ slaan onderwijsonderzoeker Hannah Bijlsma en onderwijskundig ontwerper Barbara Raadsen van September Onderwijs een brug tussen wetenschap en praktijk. Hun gezamenlijke missie: scholen helpen om doelgericht naar leskwaliteit te kijken en die daadwerkelijk te verbeteren.
“Wat een leraar doet in de klas, is allesbepalend voor wat leerlingen leren,” begint Hannah. “We weten uit onderzoek dat er grote verschillen zijn tussen leraren. Daarom wil je zicht hebben op wat er in de klas gebeurt. Door gericht naar lessen en lerarengedrag te kijken, kun je ervoor zorgen dat iedere leraar beter wordt.”
Van theorie naar praktijk
Om scholen daarbij te helpen schreef ze het boek Zicht op de les, waarin ze de wetenschappelijke basis voor doelgerichte lesobservaties uitwerkt. Hannah laat zien hoe je leskwaliteit systematisch in kaart brengt, welke meetmethoden er zijn, hoe je je voorbereidt op een observatie en hoe je de data vervolgens analyseert en interpreteert. “Maar alleen theorie is niet genoeg”, benadrukt ze. “Onderzoek laat zien wat werkt, maar implementatie vraagt om meer dan alleen kennis. Ik wil dat het ook echt in de praktijk terechtkomt.
Dat is juist waar onderwijsadvies- en trainingsbureau September Onderwijs sterk in is. Barbara: “Wij gaan de scholen in en begeleiden teams om de theoretische kennis uit Zicht op de les echt toe te passen in hun praktijk.” Die praktische insteek is hard nodig: “Elke leraar moet de kans krijgen om de beste versie van zichzelf te worden. Dat gebeurt nu te weinig, bijvoorbeeld omdat lesobservaties nog niet goed genoeg ingezet worden.”
Zonde, vindt ook Hannah. In haar werk ziet ze wat er gebeurt als scholen daar bewust op inzetten. “Beter worden in je vak levert juist veel werkplezier op, en het zorgt ervoor dat leraren behouden blijven in het onderwijs. Een goed kwaliteitsproces geeft leraren de ruimte om zich te ontwikkelen. Iedereen is ergens goed in en minder goed in. Het vraagt openheid om dat te bespreken, te laten zien en om hulp te vragen.”
Doelgericht observeren
Toch komt die ontwikkeling in de praktijk nog lastig van de grond. “Kwaliteitsverbetering blijft te vaak hangen in plannen en beleid,” zegt Hannah. “Veel scholen willen wel verbeteren, maar hebben onvoldoende zicht op wat er in de klas gebeurt. Ze kopen allerlei professionaliseringen in of organiseren studiedagen, terwijl ze eigenlijk niet weten aan welke knoppen ze moeten draaien. Dat weet je namelijk alleen als je ziet wat er in de klas gebeurt.”
Observeren dus, maar dat blijkt minder eenvoudig dan het klinkt. Hannah: “Lesobservatie vraagt om een duidelijke en gezamenlijke visie op leskwaliteit. Gedragsverandering is supermoeilijk, zeker bij leraren die vaak verschillende ideeën hebben over wat goed onderwijs is. Dan wordt het lastig om samen gericht te verbeteren.” Voordat je gaat observeren, moet je dus goed weten met welk doel je observeert en waarop je gaat letten. “Wat verstaan jullie onder goed onderwijs en wat betekent dat concreet in de klas? Denk aan hoe een leraar leerlingen feedback geeft, differentieert en de lesdoelen expliciet maakt.” zegt ze. “Pas als je je visie kunt vertalen naar zichtbaar gedrag van leraren, kun je doelgericht observeren en feedback geven die echt helpt.”
Meer tips?
Gedeeld kwaliteitsbesef
Daarbij speelt veiligheid een belangrijke rol. “Observeren roept bij veel leraren spanning op,” zegt Barbara. “Het is essentieel om teams goed mee te nemen. Waarom observeren we? Wat willen we verbeteren?” Hannah vult aan: “Dat gedeelde kwaliteitsbesef is belangrijk. Het zorgt dat een observatie niet als beoordeling voelt. Het gesprek gaat dan minder over jou als persoon en meer over wat je doet in de klas. Dat maakt het veiliger om je open te stellen.”
Wat de training oplevert
Barbara benadrukt dat observeren niet het doel, maar een middel is. In de training leren schoolleiders, kwaliteitscoördinatoren en ib’ers hoe ze dat middel bewust inzetten. In twee trainingsdagen werken ze aan hun eigen praktijk. Tussen de bijeenkomsten is er tijd om in de eigen context van de school aan de slag te gaan met een transferopdracht. Barbara legt uit: “Wat ga je observeren, hoe vaak, door wie en met welk instrument? Je kijkt kritisch naar je eigen school. Is onze visie scherp? Hebben we concreet gemaakt welk gedrag we willen zien in de klas? Je maakt dan direct de vertaalslag naar de praktijk en merkt wat werkt en waar het nog schuurt.”
Wat verandert er daarna? “Deelnemers gaan bewuster kijken naar hun eigen handelen en dat van collega’s,” zegt Barbara. “Ze zien ook dat goede observaties voorbereiding vragen en dat je daar tijd voor moet maken. Daarbij ervaren teams dat observeren anders voelt. Ze worden meegenomen in het proces en begrijpen beter waarom het gebeurt. Daardoor neemt de spanning af.”
Betere leraren, beter onderwijs
Hannah ziet hetzelfde. “Als het concreet wordt, ontstaat er ruimte voor een open gesprek. Het gaat niet meer over beoordelen, maar over ontwikkelen.” En dat is precies het doel. “Je wilt naar een situatie waarin leraren tegen elkaar zeggen: kom maar kijken,” zegt Barbara. “Omdat ze een nóg betere leraar willen worden.” Of zoals Hannah het samenvat: “Uiteindelijk wil je dat elke leerling goed onderwijs krijgt. En dat begint met zicht hebben op wat er in de klas gebeurt.”
Wil je samen met jouw team met een doelgerichte blik naar leskwaliteit leren kijken? Meld je aan voor de training ‘Zicht op de les: observeren kun je leren’ van September Onderwijs.
Hannah Bijlsma is onderzoeker, leerkracht en auteur van ‘Zicht op de les’. Barbara Raadsen is onderwijskundig ontwerper bij September Onderwijs en ontwikkelde samen met Hannah de trainingen Zicht op de les: observeren kun je leren, Zicht op de les: van visie naar leraargedrag en Zicht op de les: motiverende gespreksvoering. September Onderwijs helpt scholen met praktische onderwijstrainingen en advies en begeleiding om leskwaliteit te verbeteren en teams te professionaliseren.






