Praktische werkvormen voor formatief handelen
Home » Hoe je als schoolleider startende leraren verder helpt | Blog

Hoe je als schoolleider startende leraren verder helpt | Blog

  • Beoordeeld met een 8,9
  • 16 + jaar ervaring
  • CRKBO gecertificeerd

Gemiddelde
beoordeling

8.9

Het eerste jaar van een startende docent is vaak een achtbaan van emoties. Er is enthousiasme en frisse energie, maar ook onzekerheid en stress. Het is dan ook niet voor niets dat een aanzienlijk deel van de beginnende docenten binnen enkele jaren het onderwijs alweer verlaat. Juist in deze fase maakt begeleiding het verschil. Juist in deze kwetsbare periode maakt goede begeleiding het verschil tussen afhaken en doorgroeien. In deze blog lees je hoe de ontwikkeling van een startende docent verloopt en hoe coaching daaraan bijdraagt

De meeste beginnende docenten starten met hetzelfde gevoel: hier heb ik zin in. Je kent je vak, je wilt iets betekenen, je hebt ideeën over hoe je het anders of beter wilt doen dan je zelf ooit hebt meegemaakt. Misschien zelfs een beetje idealisme. En dan sta je daar. Voor dertig paar ogen. De deur dicht, het lokaal van jou. En dan?

Alles tegelijk

Lesgeven is geen baan waarin je rustig kunt opbouwen. Je leert niet eerst uitleggen, dan orde houden en pas later omgaan met groepsdynamiek. Je moet het allemaal tegelijk doen. Uitleg geven terwijl je ziet dat iemand achterin afhaakt. Ingrijpen zonder de sfeer te breken. Onthouden wie gisteren boos was, wie thuis iets moeilijks meemaakt en wie altijd stil is maar alles hoort. Ondertussen wordt er impliciet verwacht dat je ongeveer hetzelfde kunt als een collega met twintig jaar ervaring. Waar die docent handelt vanuit routine en intuïtie, kost jou vrijwel elke beslissing nog bewuste aandacht en energie.

De eerste fase van het docentschap draait daarom minder om perfecte didactiek en meer om oriëntatie. Je zoekt je weg in systemen die je niet zelf hebt ontworpen, een cultuur die je nog moet leren begrijpen en onuitgesproken verwachtingen. Al snel leer je dat kennis van wat je onderwijst niet voldoende is. Je moet leren omgaan met gedrag, relaties, ouders, vergaderingen en administratie. En dit vaak allemaal tegelijk.

Uitleg geven
Orde houden
Groepsdynamiek
Ingrijpen zonder sfeer te breken
Leerlingen kennen
Gedrag begrijpen
Ouders
Vergaderingen
Administratie
Schoolcultuur leren

En dan begint te twijfel

Veel beginnende docenten belanden na hun eerste enthousiaste weken in wat in de overlevingsfase wordt genoemd. De werkelijkheid blijkt complexer dan verwacht. De kloof tussen het ideaalbeeld en de dagelijkse praktijk wordt zichtbaar, en daarmee ook de twijfel: kan ik dit wel? Je begint van alles te overdenken.

Heb ik dit wel goed gedaan?
Was ik misschien te streng?
Of niet streng genoeg?
Had ik dit anders moeten aanpakken?

Je begint je steeds meer onzeker te voelen. vooral als je jezelf met andere docenten vergelijkt. Want waarom gaat het bij hun wél goed? Het gat tussen wie je als docent wil zijn en wie je nu bent, voelt dan ontzettend groot.

Welkom in de leerkuil

Die verwarring is normaal. Het hoort zelfs bij professionele groei. Door te ontdekken wat je allemaal niet weet wordt je bewust onbekwaam. Het zegt niets over de bekwaamheid van de docent, maar alles over de ontwikkeling.

Bij September Onderwijs geven we dan ook de voorkeur aan het model van de leerkuil in plaats van overlevingsfase. Dit omdat taal sterk beïnvloedt hoe mensen hun eigen ontwikkeling zien, en hoe organisaties hen ondersteunen. De term overlevingsfase suggereert dat startende docenten vooral moeten volhouden. Het legt de nadruk op doorzetten, op niet kopje-onder gaan.

De leerkuil vertelt een ander verhaal. Een leerkuil impliceert dat verwarring en twijfel geen tekenen zijn van falen, maar ruimte bieden om te leren. Het is de plek waar ontwikkeling plaatsvindt. Gooi de kuil dus niet dicht. Maak het begaanbaar.

Daarnaast benadrukt de leerkuil iets belangrijks: je hoeft er niet alleen uit te klimmen. Met gerichte coaching, het stellen van de juiste vragen en ruimte om te reflecteren, komen docenten niet alleen aan de andere kant. Ze komen er sterker uit, met meer zelfvertrouwen en professioneel bewustzijn.

De vier leerfasen van Maslow

Iedere docent doorloopt herkenbare leerfasen. Klik op een fase om te zien wat die inhoudt.

Klik op een fase voor uitleg

Bewust onbekwaam
Bewust bekwaam
Onbewust onbekwaam
Onbewust bekwaam

Je weet (nog) niet wat je niet weet. Het idealisme is groot, maar de complexiteit van het lesgeven is nog niet zichtbaar. Dit is het startpunt van iedere docent.

Van starter naar professioneel vertrouwen

Hoewel iedere loopbaan uniek is, laat onderzoek zien dat veel docenten een herkenbare professionele ontwikkeling doormaken. Veel docenten bewegen zich, vaak zonder het zelf te merken, door een aantal ontwikkelfases. Docenten die hierin goed worden begeleid, blijven minder lang hangen in onzekerheid en groeien merkbaar sneller naar de fases waarin rust, overzicht en professioneel vertrouwen ontstaan. Ze ervaren opnieuw waarom ze ooit voor het onderwijs kozen.

Na de eerste, intensieve jaren ontstaat er geleidelijk meer ruimte. Waar een starter aanvankelijk vooral bezig is met het draaiend houden van de les, verschuift de aandacht langzaam naar de kwaliteit ervan. Uiteindelijk bereikt een docent een punt waarop er professioneel vertrouwen is. Docenten kunnen verder te kijken dan het eigen lokaal, zonder de verbinding met leerlingen te verliezen.

De reis naar vakbekwaam

Aan het einde van de opleiding is een docent startbekwaam. Dat betekent niet dat alles al vanzelf gaat, maar dat de basis er is om verantwoord les te geven. De echte ontwikkeling begint daarna pas. Lesgeven leer je niet alleen uit boeken of tijdens stages. Het ontstaat in de praktijk. In de klas. In de momenten waarop iets anders loopt dan gepland. Het verschil tussen een startbekwame en een vakbekwame docent zit dan ook niet in méér kennis, maar in hoe die kennis wordt ingezet.

Een vakbekwame docent:

  • beschikt over een breed handelingsrepertoire
  • kan zelfstandig keuzes maken in complexe situaties
  • en handelt steeds vaker zonder alles bewust te hoeven overdenken

Vakbekwaamheid is geen eindpunt. Het is geen niveau dat je bereikt en vervolgens behoudt. Iedere nieuwe klas, iedere nieuwe context kan je weer even terugbrengen naar startbekwaam gedrag. Ontwikkeling blijft dus altijd in beweging. Daarom is het belangrijk om begeleiding niet alleen te richten op het overleven van het eerste jaar, maar juist op de fase daarna. Want juist daar ontstaat het verschil tussen iemand die het redt… en iemand die het vak echt beheerst.

Van starter naar professional

Veel docenten doorlopen herkenbare ontwikkelfasen. Klik op een fase om te zien wat de docent ervaart, waar de aandacht ligt en hoe coaching daarin een rol speelt.

1
Idealistische start
2
Overlevingsfase
3
Grip op het lesgeven
4
De leerling centraal
5
Blik naar buiten

Idealistische start

Nog geen praktijkervaring, maar wel enthousiasme, frisse energie en ideeën. Je kent je vak en wilt iets betekenen.

Kenmerken

  • Veel idealisme en energie
  • Nog geen praktijkervaring
  • Kloof tussen verwachting en werkelijkheid nog onzichtbaar
  • Focus op vakinhoud en eigen voorbereiding

Rol van coaching

Helpt verwachtingen realistisch te maken. Bespreekt onzekerheden en bereidt de docent voor op wat er werkelijk komt kijken bij lesgeven.

Overlevingsfase

De werkelijkheid blijkt complexer dan verwacht. Twijfel neemt toe. Dit is geen teken van falen — het is de plek waar ontwikkeling plaatsvindt.

Kenmerken

  • Praktijkschok en toenemende onzekerheid
  • Orde houden, administratie en klassenmanagement kosten veel energie
  • Vergelijken met ervaren collega’s
  • Elke beslissing kost nog bewuste aandacht

Rol van coaching

Biedt structuur, routines en succeservaringen. Stelt de juiste vragen, geeft ruimte voor twijfel en helpt docenten zien wat al wél werkt. De kuil dichtgooien helpt niet — begaanbaar maken wel.

Grip op het lesgeven

Basisroutines staan. Er ontstaat rust en ruimte om bewuster te kijken naar de kwaliteit van de les.

Kenmerken

  • Minder energie kwijt aan overleven
  • Aandacht verschuift naar didactiek en werkvormen
  • Meer overzicht in de klas
  • Behoefte aan verdieping en experimenteren

Rol van coaching

Ondersteunt bij didactische keuzes en helpt de docent experimenteren en reflecteren op wat werkt. Lesbezoeken met observatie op leervraag zijn nu bijzonder effectief.

De leerling centraal

Lesgeven loopt soepel. Er ontstaat cognitieve ruimte om écht te kijken naar wat individuele leerlingen nodig hebben.

Kenmerken

  • Aandacht voor pedagogisch maatwerk
  • Bewust omgaan met differentiatie
  • Vraag: begrijpt deze leerling de stof écht?
  • Meer professioneel zelfvertrouwen

Rol van coaching

Helpt analyses maken van wat er in de klas gebeurt en vergroot de effectiviteit van het handelen. Coaching richt zich op verdieping en op het verbinden van observaties aan leeruitkomsten.

Blik naar buiten

De docent kijkt verder dan het eigen lokaal. Teamontwikkeling, beleid en schoolbreed leren worden onderdeel van de professionele identiteit.

Kenmerken

  • Betrokkenheid bij team en schoolbeleid
  • Interesse in kennisdeling met collega’s
  • Verbinding met bredere visie op onderwijs
  • Rol als informele begeleider van anderen

Rol van coaching

Ondersteunt bij leiderschap, kennisdeling en visieontwikkeling. De docent wordt niet alleen begeleid, maar draagt ook zelf bij aan het leren van het team.

Fase 1 van 5

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Succeservaringen opdoen

Wat starters nodig hebben, zijn geen grootse interventies, maar zicht op vooruitgang. Een les die iets rustiger verloopt. Een leerling die wél meedoet. Dat zijn signalen dat er echt geleerd wordt. Die successen worden echter pas betekenisvol wanneer ze worden herkend en besproken. Anders worden ze overschaduwd door wat er nog niet lukt. Dat vraagt om tijd, aandacht en een omgeving waarin ruimte is voor twijfel.

Wie goed wordt begeleid, groeit niet alleen sneller, maar ook met meer vertrouwen. Daarom zien we coaching bij September Onderwijs als een vast onderdeel van het leerproces. Wat in een training wordt verkend, krijgt een vervolg in de praktijk. Dat begint met echt luisteren. Niet meteen een oplossing aandragen. Eerst begrijpen wat er speelt, daarna samen een persoonlijke leervraag formuleren. Die verschilt per docent en per klas. Er is geen standaardroute.

Soms sluit een coach aan met een lesbezoek. Niet om te beoordelen, maar om samen te kijken naar wat er gebeurt in de klas en wat dat doet met leerlingen. In het gesprek daarna staat ontwikkeling centraal: wat werkt al, waar zit ruimte en wat is een haalbare volgende stap?

Een coach kan ook aansluiten met een lesbezoek. De coach observeer dan gericht op de leervraag en let op zichtbaar gedrag en effect op leerlingen. Wanneer haken leerlingen aan? Waar verlies je tempo? Op welk moment ontstaat onrust? Na de les volgt het gesprek. Ook daarin staat veiligheid centraal. De insteek is ontwikkelingsgericht, niet beoordelend. Wat gaat al goed, waar zit ruimte en wat is een haalbare volgende stap?

Het is belangrijk dat de coaching aansluit bij de fase waar de docent zich nu in bevindt. De eerste periode heeft een docent bijvoorbeeld behoefte aan herhaling, vertraging en geduld. Uitleg moet vaker worden gegeven, situaties meerdere keren worden benoemd en ervaringen samen worden teruggekeken. Pas na verloop van tijd ontstaat er ruimte om verbanden te zien en zelfstandig betekenis te geven. Coaching die hierbij aansluit, helpt starters om niet te verdwalen in alles wat nieuw is, maar stap voor stap te leren kijken.

Coaching zonder oordeel

Steeds vaker wordt gewezen op het belang van gerichte coaching, waarbij het dagelijkse handelen in de klas centraal staat. In deze benadering observeert een coach concrete lessituaties en bespreekt samen met de docent kleine, haalbare verbeteringen.

Deze vorm van coaching wordt instructional coaching genoemd. Een vorm van begeleiding waarbij een ervaren collega of coach een docent ondersteunt in het verbeteren van concreet lesgedrag. Je kijkt dus naar echte lessen, echte situaties en interacties met leerlingen. Startende docenten zien zo precies wat werkt en wat niet, en leren stap voor stap verbeteringen door te voeren.

Een voorbeeld: een starter heeft te maken met onrust in de klas. In plaats van algemene adviezen observeert een coach precies wanneer leerlingen afhaken. Samen introduceren ze een kleine interventie, bijvoorbeeld een check of controle-van-begrip vraag na drie minuten uitleg.

Het is belangrijk om te benoemen dat het hier niet om een beoordeling gaat. Coaches luisteren actief, stellen vragen en nemen ervaringen serieus. Startende docenten voelen zich daardoor erkend in hun uitdagingen én hun successen. Dit is cruciaal in de leerkuil, want juist daar kunnen twijfels en onzekerheid het grootst zijn.

Leiderschap dat ruimte biedt

Het is opvallend hoe vaak uit onderzoek naar docentuitval dezelfde factoren naar voren komen: gebrek aan steun, beperkte feedback en weinig samenwerking. Andersom geldt ook: scholen met een duidelijke visie op leren, waarin begeleiding structureel is ingebed, blijken aantrekkelijker voor docenten en behouden hun personeel langer.

Schoolleiders spelen hierin een grotere rol dan vaak wordt gedacht. Zij maken ruimte. Letterlijk. Tijd in roosters. Aandacht in gesprekken. Is er tij in het rooster voor begeleiding, of komt het ‘erbij’? Is begeleiding gekoppeld aan beoordeling, of juist niet? Wordt leren besproken in de teamkamer, of alleen alleen het falen? Is er plek voor twijfel, of alleen voor daadkracht?

“Welke structuren hebben wij als school ingericht om leren mogelijk te maken?”

Leren gebeurt niet in stilte

Veel starters krijgen te horen: “Je mag altijd aankloppen als je vragen hebt!” Het is goed bedoeld, maar het legt de verantwoordelijkheid alsnog bij de starter. Leren werkt beter wanneer het georganiseerd is. Maak reflectie en coaching onderdeel van het werk, niet iets voor na schooltijd. Juist het gesprek over onderwijs is ontzettend belangrijk. Niemand wordt een goede docent door foutloos te beginnen. Je wordt er een door te struikelen, bij te stellen en opnieuw te proberen. Maar dan het liefst wel met iemand naast je die zorgt dat je het niet alleen hoeft te doen.

Twijfel hoort bij leren. Bij September Onderwijs kijken we daarom anders naar die eerste jaren voor de klas. Het is een periode waarin de juiste basis wordt gelegd. Coaching is daarbij geen extraatje, maar onderdeel van de dagelijkse klaspraktijk, op het niveau dat bij de docent past.


Benieuwd hoe dit er op jullie school uit kan zien?

September Onderwijs ondersteunt scholen met trajecten waarin training en coaching direct aan elkaar zijn gekoppeld. Altijd praktijkgericht, met ruimte voor de leervraag van de docent en met lesobservaties als ondersteuning.

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Gerelateerde trainingen

Misschien vind je dit ook interessant?