Home » Met deze tips wordt jouw school een lerende organisatie | Blog

Met deze tips wordt jouw school een lerende organisatie | Blog

  • Beoordeeld met een 8,9
  • 16 + jaar ervaring
  • CRKBO gecertificeerd

Gemiddelde
beoordeling

8.9

Scholen staan voor grote uitdagingen. Kansenongelijkheid, toenemende diversiteit, mentale druk op kinderen en snelle technologische verandering vragen om scholen die flexibel zijn en blijven leren. Maar hoe bouw je aan zo’n school? En waar begin je?

Waarom lerende scholen het verschil maken

Tijdens de coronapandemie werd het al zichtbaar. Scholen verschilden enorm in hoe goed ze konden omgaan met plotselinge verandering. Scholen die werkten als lerende organisatie konden sneller schakelen, van elkaar leren en hun onderwijs aanpassen. Dat is geen toeval. Het is het resultaat van een cultuur die structureel is opgebouwd.

Onderzoek laat zien dat scholen die werken volgens de principes van de lerende organisatie niet alleen hun onderwijskwaliteit verbeteren, maar ook aantrekkelijker zijn voor leraren. Er is minder verloop, meer werkplezier en betere leerresultaten.

“Scholen die meer een lerende organisatie zijn, bleken duidelijk in het voordeel. Grote verschillen werden zichtbaar in de mate waarin er werd geleerd en flexibel kon worden ingesprongen op nieuwe, complexe vraagstukken.” Kennisagenda NRO, thema School als lerende organisatie (Ros, 2022)

Wat is een lerende organisatie?

Een lerende organisatie is een school die het vermogen heeft zich routinematig te veranderen en aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Dat lukt doordat medewerkers, individueel en samen, voortdurend leren om hun visie te realiseren (Kools, 2020).

Het gaat dus niet om losse nascholingsdagen of incidentele projecten. Het leren is ingebed in de dagelijkse praktijk. Drie niveaus spelen daarin altijd een rol: het individuele leren van medewerkers, het leren van teams samen en het leren van de organisatie als geheel.


Het model van de lerende organisatie

Onderzoeker Marco Kools (2020) ontwikkelde op basis van uitgebreide literatuurstudie een model met acht dimensies, verdeeld over vier domeinen: waarden, leren, kennis en organisatie. De OECD gebruikt dit model in internationaal vergelijkend onderzoek. In Nederland vormt het de basis voor de toolbox van de PO-Raad voor besturen en scholen. Neeleman en Ros (2025) werkten dit model verder uit tot 7 hoofddimensies met in totaal 35 subdimensies. Daarmee biedt het model nu ook concrete handvatten voor de dagelijkse schoolpraktijk.

De acht dimensies van een lerende school

De dimensies hangen met elkaar samen. Een zwakke plek in één dimensie beïnvloedt de andere. Maar omgekeerd geldt ook: werk je aan één dimensie, dan heeft dat vaak een positief effect op de rest. Klik op een dimensie om de bijbehorende subdimensies te bekijken en bedenk: waar liggen bij jouw school de kansen?

Het model van Neeleman en Ros (2025) beschrijft 7 dimensies met in totaal 35 subdimensies van een lerende organisatie. Klik op een dimensie om te zien wat er concreet onder valt.

  • 1.1Gezamenlijke visie op leren
  • 1.2Betrekken van stakeholders
  • 1.3Visie op inclusief onderwijs
  • 1.4Visie stuurt handelen
  • 1.5Evaluatie en bijstelling
  • 2.1Cultuur van professionele ontwikkeling
  • 2.2Professionalisering in lijn met teamdoelen
  • 2.3Reflectie op eigen handelen
  • 2.4Nieuwe kennis en vaardigheden
  • 2.5Professionele ontwikkeling erkennen en benutten
  • 3.1Samenwerken
  • 3.2Veilig klimaat
  • 3.3Tijd om samen te leren
  • 3.4Feedback vragen
  • 3.5Gezamenlijke reflectie
  • 4.1Samenwerking met ouders
  • 4.2Samenwerking met zorg- en welzijnsorganisaties
  • 4.3Samenwerking met kennispartners
  • 4.4Samenwerkingsverbanden en bovenschoolse leernetwerken
  • 4.5Samenwerking in de onderwijsketen
  • 5.1Gegevens over kwaliteit onderwijs
  • 5.2Kennis uit onderzoek
  • 5.3Monitoren en evalueren
  • 5.4Openstaan voor alternatieve zienswijzen
  • 5.5Innovatieve houding
  • 6.1Leercultuur stimuleren
  • 6.2Evidence-informed werken stimuleren
  • 6.3Differentiëren in taken en rollen
  • 6.4Leiderschap stimuleren op basis van expertise
  • 6.5Consistent in beleid
  • 7.1Stimulerend professionaliseringsbeleid
  • 7.2Tijd en middelen voor leren en ontwikkelen
  • 7.3Heldere communicatie
  • 7.4Transparante en participatieve besluitvorming
  • 7.5Ondersteunende digitale systemen

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Wat betekent elke dimensie in de praktijk?

De zeven dimensies zijn geen abstracte beleidstermen. Ze beschrijven concreet gedrag: wat je ziet in de gangen, in het teamoverleg, in de klas en in de agenda van de schoolleider. Hieronder vertalen we elke dimensie naar de praktijk.

1. Waarden: begin met een gedragen visie

Veel scholen hebben een mooie visie. Het probleem is dat die visie vaak niet terugkomt in de dagelijkse keuzes. De overlegagenda gaat over organisatorische zaken. Professionalisering wordt gekozen op aanbod, niet op visie. En als er een nieuw initiatief langskomt, doet de school gewoon mee, zonder te checken of het past.

Een gedragen visie stuurt het handelen. Dat betekent: als je een nieuwe methode overweegt, toets je die aan de visie. Als je tijd vrijmaakt voor professionalisering, koppel je dat terug aan wat de school wil bereiken. En als de visie niet meer klopt bij wie de school nu is, stel je hem bij, samen met het team.

“Ik denk dat ik het voorbeeld moet zijn: doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Mensen vertrouwen geven. Iedereen doet ertoe.”
Schoolleider, gepubliceerd in BSM (Ros & Heldens, 2024)

Probeer dit: Leg de schoolvisie naast de agenda van de laatste drie teamvergaderingen. Hoeveel van wat er besproken werd, hangt direct samen met wat de school belangrijk vindt over leren? Als het antwoord “weinig” is, is dat een goed startpunt voor een gesprek.

2. Leren van onderwijsprofessionals: professionalisering als dagelijkse gewoonte

In veel scholen is professionalisering iets wat je doet op studiedagen of via een cursus die iemand zelf kiest. In een lerende organisatie is het anders: leren gebeurt elke week, op de werkvloer, verbonden aan wat het team wil verbeteren.

Dat vraagt om een cultuur waarin het normaal is om te zeggen: “Dit lukt me nog niet goed, kan ik bij jou meekijken?” En om een schoolleider die dat gedrag voorleeft. Als leraren zien dat ook de schoolleider iets nieuws uitprobeert en dat bespreekbaar maakt, ontstaat er ruimte voor iedereen om te leren.

Probeer dit: Vraag in een teamvergadering: wie heeft de afgelopen maand iets geleerd van een collega? Laat een paar mensen dat delen. Dit kleine ritueel, elke vergadering herhaald, bouwt langzaam aan een cultuur waarin leren normaal is.

3. Teamleren en samenwerken: samen sterker dan alleen

Samenwerken gaat op veel scholen over afstemmen: wie doet wat, wanneer is de toets, hoe verdelen we de groepen. Dat is nodig, maar het is nog geen teamleren. Teamleren betekent dat leraren samen nadenken over hoe leerlingen leren, dat ze elkaars lessen bekijken en dat ze durven zeggen wat ze moeilijk vinden.

Dat vraagt om psychologische veiligheid. Leraren die bang zijn om afgerekend te worden op wat niet gaat, leren niet van elkaar. Als schoolleider creëer je die veiligheid door zelf kwetsbaar te zijn, door nieuwsgierig te reageren in plaats van beoordelend en door fouten te behandelen als informatie, niet als falen.

Probeer dit: Reserveer in elke PLG of werkgroep tien minuten aan het begin voor de vraag: wat heb jij deze week geprobeerd en wat leerde je daarvan? Niet als evaluatie, maar als gewoonte. Zo normaliseer je het delen van leren.


Over feedbackcultuur

Effectieve feedbackprocessen zijn een van de meest complexe onderdelen van de lerende organisatie. De sleutel zit in het vragen om feedback, niet alleen in het geven ervan. Als leraren zelf om feedback vragen, ligt het eigenaarschap bij hen. Goede feedbackprocessen zorgen er bovendien voor dat professionals elkaars expertise, waarden en drijfveren beter leren kennen.

4. Samenwerken met partners: leren voorbij de schoolmuren

Scholen die alleen naar binnen kijken, missen kansen. Ouders weten wat er thuis speelt. Zorg- en welzijnspartners zien wat leraren niet zien. Hogescholen en kennispartners brengen onderzoekskennis mee die je zelf niet hebt. En collega’s van andere scholen lossen soms precies hetzelfde probleem op, maar dan anders.

Samenwerken met partners gaat niet over extra vergaderingen plannen. Het gaat over structureel de buitenwereld naar binnen halen: een onderzoeker uitnodigen bij een teambijeenkomst, ouders betrekken bij het verbeteren van communicatie, of een leraar laten meelopen op een andere school.

Probeer dit: Vraag twee leraren om één keer per jaar een kijkje te nemen bij een andere school en terug te komen met drie observaties. Niet als schoolbezoek, maar als leerervaring. Wat doen zij anders? Wat zou hier kunnen werken?

5. Kennis: bouw aan een onderzoekscultuur

Veel scholen hebben data: leerlingresultaten, tevredenheidsonderzoeken, observatieverslagen. Maar die data worden vaak gebruikt om te rapporteren, niet om van te leren. In een lerende organisatie stelt het team vragen aan de data: waarom scoren onze leerlingen op dit onderdeel lager? Wat hebben wij geprobeerd en wat werkte?

Een onderzoekscultuur betekent ook dat je durft te experimenteren. Dat je een aanpak uitprobeert in één groep, bijhoudt wat je ziet en op basis daarvan besluit of je het breder invoert. Niet alles tegelijk, niet voor altijd, maar bewust en lerend.

Probeer dit: Kies één vraagstuk dat nu speelt in jouw school, bijvoorbeeld: waarom haken leerlingen af bij begrijpend lezen? Laat een kleine groep leraren die vraag onderzoeken, bespreek de bevindingen met het team en besluit samen wat je gaat uitproberen. Zo begint een onderzoekscultuur.

6. Lerend en gespreid leiderschap: wie het weet, mag het zeggen

In veel scholen beslist de directeur. Dat is begrijpelijk, maar het heeft een prijs: leraren voelen zich uitvoerders, niet mede-eigenaren. Gespreid leiderschap draait het om: wie ergens verstand van heeft, krijgt de ruimte om daarin de leiding te nemen.

Dat betekent in de praktijk: de leraar die alles weet van formatief evalueren traint zijn collega’s daarin. De intern begeleider die een knelpunt ziet rond overgang PO-VO neemt het initiatief om dat aan te pakken. De schoolleider stuurt niet op de inhoud, maar schept de voorwaarden en bewaart de samenhang.

Probeer dit: Maak een lijst van de expertise die er in jouw team zit en die nu niet of nauwelijks benut wordt. Koppel daar een concrete vraag aan: wie kan ons helpen beter te worden op dit punt? Geef die persoon de ruimte en de tijd om dat te doen.

“Het is niet zo dat onze schoolleider alles bepaalt. Wij worden bij alles betrokken en er wordt veel verantwoordelijkheid bij ons neergelegd. Als je die verantwoordelijkheid voelt, wordt je betrokkenheid sterker en wil je ook een stapje meer doen.”Intern begeleider, geciteerd in BSM (Ros & Heldens, 2024)

7. Organisatie: zorg voor de juiste randvoorwaarden

Je kunt een mooie leercultuur willen, maar als het rooster geen ruimte biedt voor samenwerking, als vergaderingen altijd vol zitten met mededelingen en als leraren het gevoel hebben dat ze over niets mee mogen beslissen, dan lukt het niet. De structuur van de school maakt leren mogelijk of onmogelijk.

Kijk kritisch naar de overlegstructuur: hoeveel tijd is er voor echte gesprekken over onderwijs? Hoe worden besluiten genomen en wie is daarbij betrokken? Is er budget voor professionalisering dat aansluit bij wat het team wil leren? Kleine aanpassingen in de structuur kunnen grote effecten hebben op hoe vanzelfsprekend leren wordt.

Probeer dit: Scan de agenda van de komende vijf teamvergaderingen. Hoeveel tijd is er voor inhoudelijk gesprek over onderwijs en leren? Als dat minder dan de helft is, is dat een kans. Schrap twee vaste agendapunten en gebruik die tijd voor een gezamenlijk leergesprek.

Waar begin je? Vijf concrete stappen

De ontwikkeling naar een lerende organisatie is geen project met een eindpunt. Het is een reis. Er bestaat geen snelkoppeling en geen enkelvoudige oplossing. Maar je hoeft ook niet overal tegelijk aan te werken. Dit zijn vijf vertrekpunten die je direct kunt gebruiken.

  • Maak een eerlijke analyse. Gebruik het analyseformulier van de PO-Raad of de spiegelkaarten om per dimensie in beeld te brengen waar de school staat. Betrek je team daarbij. De analyse is het gesprek.
  • Kies één dimensie als startpunt. Bepaal samen waar de meeste winst te behalen valt. Scholen starten nooit op nul. Bouw voort op wat er al is. Een verbetering in één dimensie werkt door in de andere.
  • Maak leren zichtbaar in de structuur. Reserveer structureel tijd voor PLG’s, voor reflectieve dialoog en voor het werken met onderzoeksresultaten. Leren dat geen plek heeft in het rooster, verdwijnt.
  • Investeer in een feedbackcultuur. Train medewerkers in het vragen om feedback. Zorg als schoolleider dat je zelf ook feedback ontvangt en laat zien wat je daarmee doet. Psychologische veiligheid is een voorwaarde.
  • Geef leiderschap weg. Identificeer teacher leaders en geef hen ruimte om hun expertise in te zetten. Stimuleer eigenaarschap bij leraren. Dat vraagt om vertrouwen en om een schoolleider die leiderschap durft te delen.


Lerende organisaties en onderwijskwaliteit

De Staat van het Onderwijs 2026 bevestigt wat onderzoek al langer laat zien: in scholen waar goed wordt samengewerkt en waar een lerende cultuur zichtbaar is, behalen leerlingen betere resultaten. Een lerende organisatie is geen organisatiedoel op zichzelf. Het is de weg naar beter onderwijs voor elk kind.

De rol van de schoolleider

Leiderschap is de lijm die alle dimensies bij elkaar houdt. Onderzoek is helder: duurzame onderwijsontwikkeling heeft alleen kans van slagen wanneer de schoolleiding overtuigd is van de relevantie én bereid is er consistent aandacht aan te besteden.

Lerend leiderschap betekent dat je als schoolleider zelf een lerende houding voorleeft, andere leiders in de school ontwikkelt en het leren van de hele organisatie bewust stuurt. Dat is meer dan sturen op individuele functioneringsgesprekken. Het gaat om het creëren van een cultuur waarin onderzoeken, experimenteren en reflecteren de gewoonste zaak van de wereld zijn.

Dr. Annemarie Neeleman (lectoraat Onderwijskundig leiderschap, Hogeschool Rotterdam) stelt de centrale vraag als volgt: “hoe kan lerend leiderschap bijdragen aan de realisatie van integraal, duurzaam en kennisgedreven lerende onderwijsorganisaties?” Dat is geen abstract vraagstuk. Het is wat elke schoolleider elke dag in de praktijk brengt, of juist niet.

Bronnen en meer lezen

Ros, A. & Heldens, H. (2024). De school als lerende organisatie. BSM vakblad voor schoolleiders, 5/2024.
Ros, A. & Heldens, H. (2024). Leiding geven aan het leren van professionals. BSM vakblad voor schoolleiders, 5/2024.
Ros, A. (2022). Kennisagenda Onderwijs, thema: De school als lerende organisatie. NRO.
Neeleman, A. & Ros, A. (2025). De 35 subdimensies van de lerende organisatie. Hogeschool Rotterdam.
Neeleman, A. (2024). Lerend leiderschap in de lerende school. Openbare les lectoraat Onderwijskundig leiderschap, Hogeschool Rotterdam.
Kools, M. (2020). Schools as learning organisations. Proefschrift. Erasmus Universiteit Rotterdam.
PO-Raad (2024). Lerende organisaties in het PO. poraad.nl.
Inspectie van het Onderwijs (2026). De Staat van het Onderwijs 2026.
Watkins, K. & Marsick, V. (1996). In action: Creating the learning organization. ASTD Press.

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Gerelateerde trainingen

Misschien vind je dit ook interessant?