Home » 3 inzichten voor het motiveren van studenten in het mbo | Blog

3 inzichten voor het motiveren van studenten in het mbo | Blog

  • Beoordeeld met een 8,9
  • 16 + jaar ervaring
  • CRKBO gecertificeerd

Gemiddelde
beoordeling

8.9

Een student die de schouders ophaalt. Iemand die op zijn telefoon kijkt terwijl jij uitleg geeft. Een groep die niet in beweging komt, ook al heb je de opdracht drie keer uitgelegd. Motivatie is in het mbo een van de meest gehoorde uitdagingen. En tegelijk ook de uitdaging waar je het meeste invloed op hebt.

Motivatie is geen eigenschap die studenten bij binnenkomst al dan niet meebrengen. Het ontstaat in de les. Of juist niet. En dat heeft alles te maken met wat jij doet als docent of instructeur. In deze blog delen we drie inzichten die we meegeven tijdens onze training didactisch coachen en leerlingen coachen.

1. Motivatie heeft drie brandstofsoorten

De zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci is een van de meest onderzochte motivatietheorieen ter wereld. De kern is eenvoudig: mensen zijn van nature gemotiveerd om te leren en te groeien. Maar alleen als er aan drie basisbehoeften wordt voldaan.

  • Verbondenheid. Voelt de student zich gezien? Weet jij wie hij is buiten de opleiding? Een student die zich niet gezien voelt, investeert geen energie. Dat is geen onwil. Dat is een basisbehoefte die niet gevuld wordt.
  • Autonomie. Heeft de student het gevoel dat hij zelf keuzes maakt? Dat gaat niet om volledige vrijheid. Het gaat om eigenaarschap. Over de aanpak, de volgorde, de manier waarop hij werkt.
  • Competentie. Ervaart de student dat hij vooruitgaat? Dat zijn inspanning iets oplevert? Dat gevoel van ‘ik kan dit’ is geen luxe. Het is brandstof voor elk volgend moment.

Als docent of instructeur heb je direct invloed op alle drie. Niet door grote ingrepen, maar door kleine keuzes die je elke les maakt.


Dit kun je morgen direct toepassen

  • Leer de naam van elke student. Gebruik die naam ook echt.
  • Geef studenten keuze in de aanpak: laat ze zelf bepalen in welke volgorde ze werken, zolang het doel helder is.
  • Benoem vooruitgang specifiek. Niet ‘goed gedaan’, maar: ‘Vorige week liep je hier vast, nu pak je het zelf op. Dat is echt gegroeid.’
  • Vraag aan het begin van de les wat een student vandaag wil bereiken. Dat is autonomie in actie.
  • Gebruik uitnodigende taal. Niet: ‘Je moet dit op deze manier doen.’ Maar: ‘Ik wil je vragen om…’

“Motivatie is geen vast gegeven. Het ontstaat, of juist niet, in de les. Als docent heb je daar meer invloed op dan je denkt.”

— Cor Brandwijk, trainer September Onderwijs

2. Wat jij verwacht, wordt werkelijkheid

In 1968 deden Rosenthal en Jacobson een experiment dat onderwijs voorgoed veranderde. Ze vertelden leerkrachten welke leerlingen ‘veelbelovend’ waren. Die leerlingen waren willekeurig gekozen. Maar aan het einde van het jaar presteerden ze daadwerkelijk beter.

Niet omdat ze slimmer waren. Maar omdat hun leerkrachten meer vragen stelden, langer wachtten op een antwoord, doorvroegen als het fout ging en specifieker feedback gaven. Die leerkrachten deden dat niet bewust. Ze hadden gewoon hogere verwachtingen. En dat zat in alles wat ze deden.

Dit staat bekend als het Pygmalion-effect en gaat over hoge verwachtingen. En het werkt ook omgekeerd. Lage verwachtingen zijn net zo zichtbaar in je gedrag. In de beurt die je doorgeeft als het antwoord fout is. In de opdracht die je makkelijker maakt omdat je denkt dat een student het toch niet kan. In de stilte als iemand niets zegt en jij het antwoord zelf maar geeft.

Hoe zien hoge verwachtingen er in de praktijk uit?

Hoge verwachtingen zijn niet iets wat je zegt. Het is iets wat je doet.

  • Je geeft de beurt niet door als een student het antwoord niet weet. Je vraagt door.
  • Je wacht na een vraag. Geef drie seconden bij gesloten vragen, tien seconden bij open vragen. Die stilte voelt ongemakkelijk. Maar daarin gebeurt het nadenken.
  • Je geeft feedback op aanpak en leerhouding, niet alleen op het eindresultaat. ‘Je hebt dit keer eerst de stappen overlopen voor je begon. Dat werkte.’
  • Je maakt groei zichtbaar. ‘Vergelijk dit met wat je drie weken geleden maakte. Zie je het verschil?’
  • Je gebruikt taal die vertrouwen uitstraalt. ‘Dit is moeilijk. En daarom zijn we hier.’

“Het gaat niet om druk opleggen. Het gaat om vertrouwen uitstralen. Dat jij gelooft dat deze student verder kan komen.”

— Uit de training Studenten Motiveren, September Onderwijs

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

3. Als een student afhaakt: begin met verbinden, niet met corrigeren

Je kent het moment. Een student zit er bij maar doet niets. Je vraagt of hij begrijpt wat de opdracht is. Hij haalt zijn schouders op. Je kunt dan de druk opvoeren. Je kunt het negeren. Maar er is een derde weg die veel beter werkt.

In motiverende gespreksvoering, een methode die we gebruiken in onze trainingen, begin je altijd met verbinden. Contact maken. Ruimte geven aan wat er is. Pas daarna richt je het gesprek op wat je wilt bereiken.

Dat klinkt groter dan het is. In de les gaat het om kleine dingen. Even naast iemand gaan staan. Een directe, rustige vraag stellen. Niet oordelen over wat je ziet, maar nieuwsgierig zijn naar wat erachter zit.


Vier vragen die het gesprek openen

  • “Je ziet er vandaag minder enthousiast uit. Wat is er aan de hand?”
  • “Wat wil je bereiken aan het einde van deze les? Wat zou je tevreden maken?”
  • “Je zei eerder dat je dit vak eigenlijk wel interessant vindt. Wat maakt het op dit moment moeilijk?”
  • “Wat is een kleine stap die je nu kunt zetten? Wat heb je daarvoor nodig van mij?”

Het verschil tussen deze vragen en een correctie zit in de richting. Een correctie gaat over wat er niet goed gaat. Deze vragen gaan over wat de student zelf wil. En als een student zelf verwoordt waarom hij iets wil leren, is de kans dat hij het ook doet veel groter.

Dit vraagt van jou als docent of instructeur iets. Namelijk dat je even stopt met het werk overnemen. Bij IW Noord-Holland zagen instructeurs al na een paar bijeenkomsten wat er veranderde. Ze stelden meer vragen, gaven niet direct antwoorden en lieten studenten langer zelf nadenken. Het resultaat: meer betrokkenheid bij studenten, meer ontspanning bij instructeurs.

et is wat elke schoolleider elke dag in de praktijk brengt, of juist niet.

Bronnen en meer lezen

Ryan, R.M. & Deci, E.L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation. American Psychologist, 55(1), 68-78.
Rosenthal, R. & Jacobson, L. (1968). Pygmalion in the Classroom. Holt, Rinehart and Winston.
Hattie, J. (2012). Visible Learning for Teachers. Routledge.
Miller, W.R. & Rollnick, S. (2013). Motivational Interviewing (3rd ed.). Guilford Press.
September Onderwijs (2025). Klantcase IW Noord-Holland. septemberonderwijs.nl/meer-grip-op-motivatie-bij-iw-noord-holland-blog
September Onderwijs. Training Studenten Motiveren & Training Didactisch Coachen. septemberonderwijs.nl

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Gerelateerde trainingen

Misschien vind je dit ook interessant?