Als leerkracht heb je elke dag directe invloed op hoe je leerlingen zich ontwikkelen en groeien. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat jouw verwachtingen als docent een bewezen effect hebben op leerprestaties en motivatie van leerlingen. Het is daarom cruciaal om hoge verwachtingen te koesteren voor alle leerlingen. Maar hoe implementeer je deze hoge verwachtingen concreet in je dagelijkse lespraktijk en schoolomgeving?
Wat zijn hoge verwachtingen in het onderwijs en de klas?
Hoge verwachtingen in het onderwijs betekenen dat een docent of leerkracht oprecht gelooft dat alle leerlingen zich kunnen ontwikkelen en hun leerdoelen kunnen bereiken, ongeacht hun startpunt, mits zij de juiste ondersteuning en uitdaging krijgen.
Hoge verwachtingen uiten zich door:
- Uitdagende taken aan te bieden die aansluiten bij het niveau van de leerling.
- Precieze feedback te geven, zodat leerlingen weten hoe ze kunnen verbeteren.
- Kansen te bieden om zelfstandig te leren, in plaats van leerlingen te snel te helpen of te veel aanwijzingen te geven.
Leerlingen leren namelijk wanneer ze worden uitgedaagd én ondersteund.
Verder lezen: video over hoge verwachtingen in de les
Bekijk de video van professor Christine Rubie Davies over Hoge Verwachtingen.
Welke misvattingen bestaan er over hoge verwachtingen in het onderwijs?
Het hebben van hoge verwachtingen houdt in dat je gelooft dat leerlingen groeien, ongeacht waar ze starten. Dit betekent dus niet dat elke leerling een vwo-diploma moet halen, maar dat ieder binnen zijn of haar eigen niveau het maximale kan bereiken.
Lia Voerman (2025) benadrukt dat hoge verwachtingen niet gaan over ‘de lat hoog leggen’ voor iedereen, maar over microverwachtingen in het hier en nu. Het gaat om het geloof dat een leerling nu een volgende stap kan zetten in diens ontwikkeling.
| Misvatting over hoge verwachtingen | De werkelijkheid over hoge verwachtingen |
|---|---|
| ❌ We verwachten te veel van onze leerlingen | ✅ Het gaat om vertrouwen en groei, niet om druk |
| ❌ “Dit kind kan nu eenmaal minder” | ✅ Capaciteit is je startpunt, geen plafond |
| ❌ Het is vooral voor sterke leerlingen | ✅ Juist zwakke leerlingen profiteren het meest |
| ❌ Het gaat over de toekomst | ✅ Het gaat over vandaag: nu oefenen, nu groeien |
Waarom hoge verwachtingen cruciaal zijn voor leerresultaten
Uit uitgebreid wetenschappelijk onderzoek blijkt dat jouw verwachtingen als leraar directe invloed hebben op de leerresultaten en academische prestaties van leerlingen. Wanneer leerlingen ervaren dat jij als docent niet gelooft in hun capaciteiten, gaan ze zich conformeren aan deze lagere verwachtingen. Dit fenomeen staat bekend als het Pygmalion-effect of self-fulfilling prophecy.
Het lastige is: veel leraren hebben helemaal niet door dat ze bij de ene leerling hogere verwachtingen hebben dan bij de andere.
Uit verschillende studies blijkt zelfs dat leraren (vaak zonder dat ze het doorhebben!) lagere verwachtingen hebben van leerlingen met een migratieachtergrond of leerlingen die uit een lagere sociale klasse komen. Dit heeft tot gevolg dat deze kinderen krijgen minder uitdaging krijgen en dus uiteindelijk ook minder kansen dan kinderen waarvan wél veel verwacht wordt.
Gelukkig kun je hier iets aan doen. Professionalisering en scholing helpen leraren om zich bewust te worden van deze (vaak onbewuste) verwachtingen en hun gedrag daarop aan te passen. Wanneer leraren vervolgens vanuit hoge verwachtingen gaan werken, zie je dat leerlingen gemotiveerder worden, meer zelfvertrouwen krijgen en uiteindelijk beter presteren.

Hoe worden leerkrachtverwachtingen gevormd?
De verwachtingen die een leerkracht heeft van een leerling komen niet uit de lucht vallen. Ze worden gevormd door wat een leerkracht denkt dat een leerling kán bereiken als die goede kansen krijgt. Dat beeld ontstaat door een mix van factoren:
- Kenmerken van de leerling
- Vooroordelen van de leerkracht
- Leerlingpopulatie
- Cultuur op de school
| Factor | Voorbeelden van invloed | Risico |
|---|---|---|
| Sociale achtergrond | Aannames over thuissituatie | Lagere verwachtingen bij lagere sociale klasse |
| Gender | “Meisjes zijn goed in taal”, “Jongens kunnen goed rekenen” | Stereotypering beperkt ontwikkeling |
| Diagnostische labels | Dyslexie, ADHD, hoogbegaafdheid | Label wordt identiteit in plaats van hulpmiddel |
| Eerdere prestaties | Lage toetsscores uit het verleden | Verleden krijgt teveel invloed op toekomstverwachting |
Deze factoren kun je onderverdelen in verschillende kenmerken. We weten dat de volgende kenmerken de meeste invloed hebben op de verwachtingen die docenten hebben: sociale achtergrond, gender, diagnostische labels en eerdere prestaties. Denk bijvoorbeeld aan stereotypering als “meisjes zijn goed in taal” of “jongens kunnen goed rekenen”. Maar ook als een leerling ooit laag op een toets scoorde, wordt deze soms blijvend als zwakker gezien. Het verleden krijgt dan teveel invloed op de verwachting van de toekomst.
Daarnaast kunnen docenten, vanuit empathie of betrokkenheid, soms hun verwachtingen verlagen om een leerling te ontzien. Misschien herken je opmerkingen als: “Pietje heeft het al zo moeilijk thuis. Laten we hem dus minder opgaven geven.” Hoewel dit goedbedoeld is, werkt het vaak averechts: lagere verwachtingen leiden ook tot minder uitdaging en minder kansen voor groei.

Hoe zorg je voor hoge verwachtingen in de klas?
Hoge verwachtingen laat je zien met concreet leraargedrag. Dit gedrag kun je onderverdelen aan de hand van vier 4 routes: input, output, feedback en lesklimaat. Hieronder vind je bij iedere route een uitleg:
1. Input: wat je aanbiedt aan leerstof en ondersteuning
Input gaat over de hoeveelheid, moeilijkheidsgraad en variatie van het leermateriaal dat een leerling krijgt.
Concrete acties:
- Stel open vragen (van een hogere orde). Bijvoorbeeld “Wat zou er gebeuren als…”
- Geef leerlingen de kans alle opdrachten te maken, ook de moeilijke. (Dus niet: “jij hoeft de 3-sterren opgave niet te maken”.
- Groepeer flexibel
- Geef verlengde instructie op basis van wat je ziet of weet via controle-van-begrip vragen. En niet op basis van wat leerlingen eerder hebben laten zien.
2. Output: wat er van leerlingen gevraagd wordt.
Output gaat over de mate waarin een leerkracht een beroep doet op een leerling. Wat verwacht je van het antwoord van een leerling?
Concrete acties:
- Gebruik willekeurige beurten of een beurtbakje (docenten geven leerlingen van wie ze hoge verwachtingen hebben vaker de beurt).
- Biedt denktijd.
- Neem geen genoegen met een half antwoord. Verwacht kwaliteit.
- Geef feedback op het foute antwoord.
3. Feedback: de manier van reageren op leerling prestaties.
Verwachtingen worden ook zichtbaar in de hoeveelheid en kwaliteit van feedback.
Concrete acties:
- Geef feedback op het proces (niet “super!” “top.” Dit zijn complimenten. Geef feedback op het proces.
- Gebruik termen als “ik zie dat… ik hoor je zeggen… wat is de volgende stap?”
- Zet leerlingen aan het denken. Stel de juiste prikkelende vragen.
- Geen antwoorden voorkauwen.
4. Lesklimaat: de relatie en interactie met de leerling.
Ook het emotionele en sociale klimaat maakt verwachtingen zichtbaar.
Concrete acties:
- Leer leerlingen dat het oké is om fouten te maken.
- Straal geloof en vertrouwen uit.
- Maak oogcontact met leerlingen.
- Zorg voor ‘onderonsjes’ met verschillende leerlingen.
Al deze bovengenoemde factoren bepalen hoeveel en welke leerlingen kansen leerlingen krijgen om te leren. De bovenste twee routes in de cirkel (klimaat en input) hebben de meeste invloed op hoge verwachtingen.

Hoge verwachtingen in de klas met didactisch coachen
Met behulp van didactisch coachen kun je hoge verwachtingen zichtbaar maken (Voerman & Faber). Dit laat je concreet zien door het geven van feedback, het stellen van de juiste vragen en door in de les te differentiëren.
| Pijler | Wat houdt het in? | Voorbeelden |
|---|---|---|
| 1. Feedback geven | Specifiek, doelgericht en positief van toon | Progressiefeedback: “Vorige week vond je breuken lastig, nu heb je het helemaal goed!” Discrepantiefeedback: Wat ontbreekt + positieve feedback (3:1 ratio) |
| 2. Vragen stellen | Leerlingen uitdagen om zelf oplossingen te ontdekken | • Geef denktijd • Stimuleer verschillende denkniveaus • Koppel aan concrete leerdoelen |
| 3. Differentiëren | Afstemmen op individuele behoeften | • Extra tijd en begeleiding • Flexibele groepsindeling |
1. Feedback geven
Feedback is één van de krachtigste manieren om hoge verwachtingen te laten zien. Didactisch coachen richt zich op leerbevorderende feedback: specifiek, doelgericht en positief van toon. Dit betekent dat je niet alleen zegt dat een leerling iets goed heeft gedaan, zoals “goed zo”, of “top”, maar concreet benoemt wat een leerling goed heeft gedaan en welke stappen hen helpen vooruit te komen.
Twee vormen van doelgerichte feedback zijn belangrijk:
- Progressiefeedback: benadrukt de vooruitgang van de leerling ten opzichte van eerdere prestaties. Bijvoorbeeld: “Vorige week vond je breuken gelijknamig maken lastig, maar nu heb je het helemaal goed gedaan. Hoe heb je dit aangepakt?” Dit versterkt een groeimindset en laat zien dat inzet en strategie verschil maken.
- Discrepantiefeedback: richt zich op wat nog ontbreekt om het doel te behalen. Combineer dit altijd met positieve feedback om het zelfvertrouwen te behouden. Een goede richtlijn is drie keer positieve feedback voor elke keer dat je iets corrigeert.
Kortom: door feedback concreet, positief en doelgericht te maken, laat je zien dat je in het leerpotentieel van alle leerlingen gelooft.
2. Vragen stellen
Vragen stellen is een ander belangrijk aspect van didactisch coachen. Het gaat erom dat je leerlingen uitdaagt om na te denken en zelf oplossingen te ontdekken, in plaats van direct het antwoord te geven. Door vragen te stellen laat je zien dat je hoge verwachtingen hebt: je gelooft dat elke leerling kan leren en begrijpen, mits ze de juiste begeleiding krijgen.
Tips voor effectief vragen stellen:
- Geef iedere leerling de kans om te antwoorden, met voldoende denktijd.
- Stel vragen die verschillende niveaus van denken stimuleren: van begrip tot analyse en creatie.
- Koppel je vragen aan concrete leerdoelen, zodat leerlingen begrijpen waar ze naartoe werken.
Door vragen strategisch in te zetten, stimuleer je actief leren en maak je zichtbaar dat je in de capaciteiten van iedere leerling gelooft.
3. Differentiëren
Differentiatie is essentieel om hoge verwachtingen voor iedereen waar te maken. Niet alle leerlingen starten op hetzelfde niveau of leren op dezelfde manier. Didactisch coachen moedigt leerkrachten aan om opdrachten, instructie en ondersteuning af te stemmen op individuele behoeften
Belangrijke strategieën zijn:
- Extra tijd en begeleiding: bied meer instructie of oefening aan leerlingen die dit nodig hebben. Dit zorgt dat iedereen de minimumdoelen kan bereiken en gemotiveerd blijft.
- Flexibele groepsindeling: wissel regelmatig van samenstelling, combineer niveaus en creëer heterogene groepen zodat leerlingen van elkaar kunnen leren.
- Scaffolding: ondersteun leerlingen net boven hun huidige niveau en bouw dit langzaam af, zodat ze zelfstandig kunnen leren.
Door te differentiëren laat je zien dat je verwacht dat elke leerling kan groeien, ongeacht startniveau of eerdere prestaties.
Team- en schoolcultuur versterken hoge verwachtingen
Hoge verwachtingen zijn niet alleen een individuele verantwoordelijkheid van de leerkracht, maar een kwestie van cultuur binnen de school. Onderzoek laat zien dat scholen waar teams vertrouwen hebben in hun eigen kunnen en een gezamenlijke focus op leren hebben (“collective teacher efficacy”), betere resultaten behalen en hogere verwachtingen van alle leerlingen hanteren.
Praktische manieren om dit te ondersteunen:
- Professionele dialoog: bespreek als team regelmatig hoe jullie verwachtingen vormgeven en hoe deze zichtbaar zijn in het lesgeven. Reflecteer op hoe leerlingen kansen krijgen om te groeien en hoe feedback wordt ingezet.
- Gezamenlijke normen en routines: een consistent klasklimaat en gedeelde afspraken helpen leerkrachten om verwachtingen coherent over te brengen (bijv. klasregels, inzet van instructietijd, beurtenbeleid).
- Evidence-informed aanpak: gebruik inzichten uit onderzoek om keuzes te onderbouwen, zoals het inzetten van formatieve toetsen, scaffolding en heterogene groepsindelingen. Dit helpt teams om effectiever en systematischer hoge verwachtingen te hanteren.
Door team- en schoolcultuur actief te benutten, versterk je het effect van individuele didactische keuzes en zorg je dat hoge verwachtingen voor alle leerlingen zichtbaar en voelbaar worden.

Bronnen
De leidraad hoge verwachtingen van het NRO (2021)
De gids kansrijk motiveren en lesgeven (2025)







