Home » De reis van de startende leraar: van overleven naar je plek vinden voor de klas | Blog

De reis van de startende leraar: van overleven naar je plek vinden voor de klas | Blog

  • Beoordeeld met een 8,9
  • 16 + jaar ervaring
  • CRKBO gecertificeerd

Gemiddelde
beoordeling

8.9

Je eerste jaar voor de klas. Je hebt je opleiding afgerond, je bent klaar voor de praktijk. En toch voelt het alsof de grond onder je voeten verdwijnt zodra je die eerste les inloopt. De leerlingen kijken je aan. Dertig gezichten. En jij denkt: wat nu? Als je dit herkent, ben je in goed gezelschap. Sterker nog: het is precies zoals het hoort te gaan. Want ondanks alle verschillen, doorloopt elke leraar een herkenbare reis. Van onrust, via steeds beter worden, naar uiteindelijk je eigen plek vinden voor de klas. Wie deze reis begrijpt, kan zichzelf (en anderen) veel beter begeleiden.

Fase 1: Overleven

De eerste fase is er één van puur overleven. Alles is nieuw. De groepsdynamiek, de routines op school, de namen van leerlingen, de administratie, de collega’s, de verwachtingen. Je hoofd staat op knappen. Kenmerkend voor deze fase is dat je vooral met jezelf bezig bent. Wat vinden ze van me? Maak ik een goede indruk? Wat als ik een fout maak? Je kopieert wat ervaren collega’s doen, schrijft je lessen misschien helemaal uit, en klamt je vast aan checklists en geheugensteuntjes.

Dat is niet erg, maar wel handig. Een beginnende leraar ziet namelijk ook letterlijk minder. Je kijkt wel naar de klas, maar veel van wat er gebeurt heeft nog geen betekenis voor je. Gedrag dat een ervaren leraar direct opmerkt, mist de starter simpelweg. Het is een kwestie van ervaring. Je leert alleen zien wat je al kent.

Wat helpt in deze fase?

Houvast en een vaste coach. Iemand die niet alleen zegt wat je moet doen, maar ook waarom. En liefst iemand die zijn eigen begintijd nog vers in het geheugen heeft. Concrete voorbeelden, korte opdrachten en reflectie achteraf. En misschien wel het allerbelangrijkste: het gevoel dat je welkom bent. Dat mensen je zien. Dat je fouten mag maken.

Kritische feedback helpt in deze fase nauwelijks. Je hoofd zit al vol. Wat je nodig hebt, is bevestiging van wat je goed doet, en uitleg als iets misloopt, geen oordeel.

Fase 2: Het vak leren beheersen

Op een gegeven moment verschuift er iets. De namen kent je. De structuur van je lessen voelt vertrouwd. Je hoeft niet meer aan alles tegelijk te denken. En dat geeft ruimte. In deze fase draait alles om de taak. Je wilt je lessen steeds beter maken. Je presentatie scherper, je werkvormen gevarieerder, je klassenmanagement strakker. Je kijkt bij collega’s: hoe pakken zij het aan?

Dit is ook de fase waarin je vraagt om feedback op de inhoud. Niet: ben ik een goede leraar? Maar: klopt mijn uitleg? Werkt deze werkvorm? Hoe kan ik dit gesprek beter sturen? Startende leraren in deze fase leren het snelst als ze de kans krijgen om routines op te bouwen. Dezelfde soort lessen herhalen, structuren inslijpen, fouten maken en het opnieuw proberen.

Wat helpt in deze fase?

Ruimte om te oefenen en te herhalen. Praktische trainingen die direct toepasbaar zijn. Denk aan: hoe geef ik effectieve instructies? Hoe structureer ik mijn les? Hoe stel ik grenzen op een manier die werkt? Intervisie met collega’s werkt ook uitstekend in deze fase. Je leert van elkaars praktijkervaringen en bouwt je repertoire uit.


De invloed van jouw eigen gedachten

Juist in de overgang van fase 1 naar fase 2 speelt er iets wat zelden expliciet wordt benoemd, maar enorme invloed heeft op hoe je voor de klas staat: je eigen gedachten. Wanneer een leerling lastig gedrag vertoont, onderuitgezakt zit, je negeert, de boel op stelten zet bepaalt niet de situatie hoe jij reageert. Jouw gedachte over de situatie bepaalt dat.

Als je denkt: “Hij doet dit expres om mij dwars te zitten” of “Ze hebben tegenwoordig geen enkel respect meer”, dan voel je frustratie. En vanuit frustratie reageer je anders dan wanneer je denkt: “Hij test grenzen, dat hoort bij zijn leeftijd” of “Door rustig te blijven, pak ik de regie terug.” Dit is de kern van de RET-theorie (Rationeel Emotieve Therapie): niet de situatie, maar jouw interpretatie ervan bepaalt je gevoel en je gedrag. En dat is goed nieuws — want interpretaties kun je bewust bijsturen.

Dat betekent niet dat je je frustratie moet wegdrukken. Je bent een mens. Maar wie leert herkennen welke gedachten hem in de weg zitten en welke gedachten hem helpen, staat sterker voor de klas. Niet omdat hij minder voelt, maar omdat hij bewuster reageert.

Wat er in de klas gebeurt

Elke les is een keten van actie en reactie. Jij doet iets, een leerling reageert, jij reageert op die reactie, de leerling reageert weer. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar de implicaties zijn groot. Onderwijsonderzoekers Wubbels en collega’s laten in hun werk over klassenmanagement zien dat leerkracht en leerlingen elkaar wederzijds en voortdurend beïnvloeden, soms zonder dat een van beiden zich daarvan bewust is. Een beginnende leerkracht die zenuwachtig binnenkomt, maakt de klas onrustiger. En een onrustige klas maakt de leerkracht nóg zenuwachtiger. Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan die moeilijk te doorbreken is.

Het goede nieuws: je eigen gedrag is het enige echte aangrijpingspunt voor verandering. Jij bent die je eigen gedrag direct kunt aansturen. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat leerlingen niet reageren op wat jij bedoelt, maar op wat zij waarnemen. Jouw intentie doet er minder toe dan hoe jouw gedrag overkomt. Twee leerkrachten die precies hetzelfde zeggen, kunnen een heel andere reactie krijgen omdat hun toon, houding of gezichtsuitdrukking een andere boodschap geeft. Non-verbale communicatie, hoe je staat, of je oogcontact maakt, hoe je stem klinkt, is daarin net zo belangrijk als de woorden die je gebruikt. Een leerkracht die achter zijn tafel blijft zitten als leerlingen binnenkomen, geeft al een interpersoonlijke boodschap, ook zonder iets te zeggen.

Lesgeven vanuit essentie

Wie het vak eenmaal beheerst, merkt dat er nieuwe vragen opkomen. Eerst verschuift de aandacht naar de mensen om je heen: wat drijft leerlingen, hoe werkt de groep, hoe investeer je in echte relaties? Daarna groeit het verlangen om breder verschil te maken, niet alleen in je eigen klas, maar in de school als geheel. Je ziet patronen, stelt voorwaarden, wil experimenteren en impact hebben. En uiteindelijk, voor wie dat punt bereikt, draait het om delen. Om de kennis en ervaring die je hebt opgebouwd door te geven aan collega’s die net beginnen. Vanuit passie, essentie en de wens om er echt toe te doen.

Meer tips?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Privacyvoorwaarden*

Terug naar het klassenmanagement

Al die kennis over jezelf komt samen in hoe je de klas runt. Klassenmanagement is geen aangeboren talent. Het is een vaardigheid, opgebouwd uit vijf elementen:

1. Regels, routines en afspraken. Leerlingen gedijen bij voorspelbaarheid. Niet regels als strafmiddel, maar als structuur die veiligheid geeft, voor jou én voor hen.

2. Omgaan met gedrag. Niet alleen corrigeren als het misgaat, maar ook benoemen als het goed gaat. Positief begrenzen werkt beter dan dreigen of straffen. Benoem wat je ziet, geef denktijd, stel een keuze.

3. De relatie met leerlingen. Noem ze bij naam. Maak oogcontact. Loop langs tijdens het zelfstandig werken. Toon echte interesse. Kleine gebaren, groot effect. Leerlingen die merken dat jij ze ziet, zijn eerder bereid je te volgen.

4. Jouw mentale instelling. Zoals hierboven: de meest onderschatte factor. Welke gedachten heb jij als het misgaat in de klas? Zijn die gedachten helpend? of staan ze je in de weg?

5. Voorbeeldgedrag. Wat jij uitstraalt, straalt de klas terug. Rust roept rust op. Zoals onderwijsonderzoeker Marzano (2010) het omschrijft: de klas is een spiegel van de leerkracht.

Twee dingen die er tegelijk toe doen: nabijheid én invloed

Als je kijkt naar wat het klassenmanagement van ervaren leraren onderscheidt van dat van beginners, kom je steeds twee elementen tegen: nabijheid en invloed.

Nabijheid gaat over de mate van warmte en vriendelijkheid in het contact met leerlingen. Interesse tonen, bij naam kennen, even vragen hoe het gaat, een grapje maken op het juiste moment. Invloed gaat over de mate van sturing en regie in de klas. Duidelijk zijn over verwachtingen, consequent zijn, het leerproces in handen houden.

De verleiding voor beginners is om te denken dat het één of het ander is: je bent óf aardig óf je hebt gezag. Maar dat klopt niet. Onderzoek laat keer op keer zien dat de meest effectieve leerkrachten beide combineren. Leerlingen leren het meest en zijn het meest gemotiveerd bij een leraar die duidelijk is én vriendelijk, die de touwtjes in handen heeft én oprecht geïnteresseerd is in wie ze zijn.

Ter illustratie: stel je vier leraren voor. De eerste is duidelijk, betrokken, enthousiast en heeft de klas goed in de hand. Leerlingen vinden hem hun beste leraar en ze leren veel. De tweede is hartelijk en toont veel interesse, maar heeft weinig gezag. Leerlingen gaan hun eigen gang terwijl ze haar wel aardig vinden. De derde heeft veel invloed, maar toont weinig warmte. Leerlingen werken hard uit angst, maar vinden hem de minst prettige leraar. De vierde heeft noch duidelijkheid noch nabijheid. De sfeer is chaotisch en onprettig voor iedereen.

Bijna iedere leraar herkent elementen van al deze vier typen in zichzelf, afhankelijk van de dag, de klas of het moment. Het gaat er niet om perfect te zijn, maar om bewust te zijn van wat je doet en welk effect dat heeft.

De reis is nooit af

Ervaren leraren herkennen zichzelf ook in deze fasen. Wie een nieuwe klas krijgt, een andere school, een ander vak, begint opnieuw. Niet helemaal bij nul, maar wel met nieuwe onzekerheid, nieuwe vragen, een nieuw stuk overleven. Wat maakt het verschil? De bereidheid om te blijven leren. Om te reflecteren op wat je doet en waarom. Om hulp te vragen als het moeilijk is. En om jezelf de ruimte te geven om een beginner te zijn — totdat je dat niet meer bent.

Lees meer over klassenmanagement

Wat is een goede les? Tips en voorbeelden
8 Tips voor sterk klassenmanagement in het VO
Hoe je als schoolleider startende leraren verder helpt
De Gouden Weken: fundament voor effectief klassenmanagement


Benieuwd hoe dit er op jullie school uit kan zien?

Wil je werken aan jouw klassenmanagement? September Onderwijs biedt praktijkgerichte trainingen voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs. Direct toepasbaar, met aandacht voor jouw situatie en jouw groep.

Vraag onze brochure aan

Bekijk het cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Tips voor leskwaliteit

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Gerelateerde trainingen

Misschien vind je dit ook interessant?