Iedere docent wil het beste uit zijn leerlingen halen door effectief lesgeven en bewezen onderwijsmethoden toe te passen. Maar wat betekent dat eigenlijk? Wat maakt een les écht goed en effectief voor leerresultaten? Er zijn talloze publicaties en lijstjes met kenmerken van een goede les: een veilig klimaat, heldere instructie, differentiatie… allemaal wetenschappelijk onderbouwd. Maar de vraag is niet alleen wat werkt, maar vooral: hoe kunnen we daar in 2025 invulling aan geven?
Uit de ervaring die wij hebben met verschillende scholen zien we dat je echt verschil maakt in lessen door het gesprek te gaan over leskwaliteit. In deze gids delen we een stappenplan dat je kunt gebruiken om leskwaliteit op de agenda te zetten binnen de school en vind je praktische tips om dit gesprek aan te blijven gaan.
In het kort
- Een goede les heeft niet één vaste formule, maar hangt af van een gezamenlijke visie en het professionele gesprek binnen het schoolteam.
- Belangrijke kenmerken in de literatuur zijn een veilig lesklimaat, rust en duidelijke routines, heldere uitleg, differentiatie op de leerling, en het aanleren van zelfregulerend leren.
- De ontwikkeling van docenten verloopt via verschillende niveaus, van klassenmanagement tot coachend begeleiden van leerlingen.
- Teamgesprekken over wat een goede les betekent zorgen voor een gedeelde taal, eigenaarschap en afgestemde aanpak.
- Om leskwaliteit te verbeteren is het belangrijk om een veilige cultuur te creëren, gezamenlijke doelen te stellen, continue te ontwikkelen, betrokken leiderschap te tonen en regelmatig te evalueren.
Inhoud van deze blog over een goede les
- Wat is een goede les?
- 5 Kenmerken van een goede les
- De excellente docent
- Waarom het teamgesprek zo belangrijk is
- Aan de slag met leskwaliteit
Wat is een goede les?
Als je aan het onderwijsteam van een school vraagt wat “een goede les” is, krijg je vaak een waaier aan verschillende antwoorden. De een vindt rust en structuur belangrijk voor effectief klassenmanagement, de ander denkt aan betrokken leerlingen en een persoonlijke band opbouwen, en weer een ander vindt het belangrijk dat er goede instructie en didactische aanpak gegeven wordt. Het ene antwoord is niet per se beter dan de ander, maar samen zeggen ze niet altijd hetzelfde. Teamleden kijken vaak op verschillende manieren naar leskwaliteit en onderwijspedagogiek.
En juist dat maakt het lastig om samen vooruitgang te boeken.
Bij een “goede les” gaat het ook juist over wat er buiten de les gebeurt: visie, samenhang, en vooral het professionele gesprek dat je hebt over dit onderwerp.

Begin bij een goed professioneel gesprek over onderwijs
We zien dat steeds meer scholen zoekend zijn naar wat goed lesgeven is. Er wordt bijvoorbeeld lesgegeven in gemende leerwegen, de inspectie heeft kritische feedback gegeven, en het team wil vooruit. Maar hoe doe je dat, vooruit? Zeker als de meningen over wat “goed” is verschillen.
Als bijvoorbeeld niet iedereen binnen de school weet waarom lesbezoeken worden ingevoerd, of een groep collega’s voorstander is van een bepaalde aanpak, en anderen daar juist kritisch naar kijken? Juist dan is het belangrijk om stil te staan bij die vraag: wat vinden wij een goede les?
Hieronder gaan we in op de kenmerken van een goede les die in de wetenschappelijke literatuur worden besproken. Daarna delen we hoe je hier als school zelf mee aan de slag kunt gaan.
5 Bewezen kenmerken van een goede les volgens onderwijsonderzoek
Onderstaande 5 kenmerken van een goede les worden door wetenschappelijke literatuur of onderwijsonderzoek (en onderwijsinspectie) aangewezen als kenmerken van een effectieve les.
1. Een veilig en positief lesklimaat
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het lesklimaat direct effect heeft op leerresultaten. Een goede les kan dan ook niet zonder een fijne sfeer. Leerlingen moeten zich veilig voelen om fouten te maken, vragen te stellen en zich uit te spreken. Tegelijk mag het ook een beetje ‘serieus’ zijn: er wordt hier ook gewoon gewerkt.
Van de Grift (2007) zegt het eigenlijk heel mooi: het gaat om een balans tussen veiligheid én uitdaging.
💡 Wat helpt: toon dat je hoge verwachtingen hebt van leerlingen, maar wees ook streng als het nodig is.
2. Rust en regelmaat: klassenmanagement
Een goede les heeft rust, duidelijke regels en vaste routines, oftewel: klassenmanagement. Volgens Evertson & Weinstein (2006) is het doel van klassenmanagement om een leeromgeving te creëren waar leerlingen ongestoord kunnen leren. Dus: duidelijke afspraken, vaste routines, en een duidelijke start van je les.
Voorbeeld uit de praktijk
- Start van de les: Leerlingen weten exact wat ze moeten doen bij binnenkomst. Bijvoorbeeld: jas ophangen, spullen pakken, de ‘starttaak’ op het bord maken. Geen chaos, geen wachttijd.
- Heldere routines: “Als ik aftel van 5 naar 1, zijn we stil.” Of: “Als het bord aan staat, praten we niet.” Klinkt simpel, is het ook – als je het maar consequent doet.
- Duidelijke afspraken: Wat doe je als je klaar bent? Hoe vraag je om hulp? Alles wat je kunt voorsorteren, bespaart jou denkwerk én voorkomt ruis.
Verder lezen: Klassenmanagement: strategieën, theorieën en praktijkvoorbeelden
Lees onze blog voor meer informatie over wat klassenmanagement inhoudt, inclusief theorieën en praktijkvoorbeelden.
3. Duidelijke uitleg in kleine stapjes
Effectieve instructie vormt de basis van succesvol onderwijs en kenmerkt zich door heldere structuur en actieve betrokkenheid. Begin elke les met het doel van de les. Wat moeten leerlingen aan het einde van de les begrijpen of kunnen? En minstens zo belangrijk: waarom leren we dit? Kom daar aan het eind op terug (Kennisrotonde, 2020). De Inspectie van het Onderwijs (2020) benadrukt dat leraren die leerdoelen expliciet delen met leerlingen, de aandacht direct richten op de kerninhoud van de les en betere leerresultaten behalen.
Het delen van leerdoelen is een belangrijk startpunt van de onderstaande didactische methodes:
- Formatief handelen
- Opbrengstgericht werken
- Constructive alignment
- Expliciete Dircete Instructie
4. Afstemmen op wie voor je zit
Niet elke leerling leert op hetzelfde tempo of niveau. Daarom is het belangrijk om je lessen af te stemmen op wat zij nodig hebben. Blijf checken of ze het snappen en pas je uitleg of tempo aan waar nodig.
Focus op de zone van naaste ontwikkeling: blijf net een stapje boven wat ze al kunnen, zodat ze wel uitgedaagd worden, maar niet afhaken. Onderzoek (Tomlinson, 2014; Hattie, 2009) laat zien dat differentiatie en adaptieve instructie zorgen voor betere leerresultaten en meer betrokkenheid. Zelfs leerlingen die vaak zeggen dat ze “het niet snappen” kunnen groeien als je ze nét genoeg duwtjes geeft.
💡De Zone van Naaste Ontwikkeling
De zone van naaste ontwikkeling (ZNO), een baanbrekend concept van psycholoog Lev Vygotsky, definieert het cruciale leergebied tussen wat een leerling zelfstandig kan presteren en wat bereikbaar is met gerichte ondersteuning. Dit pedagogische principe vormt de wetenschappelijke basis voor effectieve differentiatie in het moderne onderwijs. Het betekent dat leerlingen optimaal uitgedaagd worden op een niveau dat net buiten hun huidige competenties ligt, maar wel haalbaar blijft met professionele begeleiding en scaffolding.
5. Leer ook hóe je moet leren
Goede lessen helpen leerlingen niet alleen wat te leren, maar ook hoe ze moeten leren. Dit heet zelfregulerend leren (Bolhuis, 2003; Zimmerman, 2008). Denk aan plannen, doelen stellen, jezelf monitoren, terugkijken en bijsturen.
Als je leerlingen dat leert, help je ze echt verder. Laat ze nadenken over hoe ze leren, wat wel of niet werkt voor ze, en hoe ze dat kunnen verbeteren. Dan worden ze steeds zelfstandiger én zelfverzekerder.
Boekentip: In het boek Wijze lessen: 12 bouwstenen voor effectieve didactiek vind je wetenschappelijk onderbouwde tips voor een goede les.
De Excellente Docent
Bij September Onderwijs kijken we naast deze factoren ook naar de Pyramide van Excellentie om de dialoog aan te gaan over docentvaardigheden. De pyramide is ontwikkeld door Marie Slooter, samen met Broesder en F. van Lier (platformsamenopleiden.nl). Het is belangrijk om te benoemen dat deze pyramide niet wetenschappelijk onderbouwd is, maar wel gebaseerd is op jarenlange ervaring in het onderwijs.
De pyramide bestaat uit vijf niveaus. Elk level vormt de basis voor het volgende. Iedere docent bevindt zich op een ander punt in deze piramide – afhankelijk van klas, context en ervaring. Daarom kiezen deelnemers hun module op basis van hun huidige niveau, om gericht verder te groeien.
Hieronder vind je een uitleg van de vijf verschillende niveaus:
- Niveau 1: Beginnende docenten focussen op klassenmanagement. Vijf rollen staan centraal: gastheer, presentator, didacticus, pedagoog en afsluiter. Als deze beheerst worden, ontstaat ruimte voor verdere ontwikkeling.
- Niveau 2: Docenten leren afwisselende werkvormen inzetten om lessen motiverend en effectief te maken.
- Niveau 3: De docent leert omgaan met verschillen tussen studenten en klassen, met differentiatie als sleutelvaardigheid.
- Niveau 4: Wanneer de vijf rollen beheerst worden, kan de docent als coach optreden (zesde rol) en studenten begeleiden in zelfregie over hun leerproces

Pyramide van Excellentie (M. Slooter, R. Broesder, F. van Lier)
Niveau 1: Klassenmanagement en de vijf rollen van de leraar
Succesvolle lessen beginnen bij een sterke professionele basis: jij als competente docent voor de klas. Onderwijsexpert Slooter onderscheidt zes cruciale docentrollen die elke leraar moet beheersen voor optimaal klassenmanagement:
- Gastheer: Zorg voor een veilig klimaat. Ontvang je leerlingen bij de deur, leer hun namen, en wees benaderbaar.
- Presentator: Geef duidelijke uitleg. Houd de aandacht vast met structuur, heldere doelen en een rustige leeromgeving.
- Didacticus: Geef effectieve instructie. Kies werkvormen die activeren en aansluiten bij de leerdoelen.
- Pedagoog: Bouw aan motivatie en vertrouwen. Geef positieve feedback en grijp goed in bij verstorend gedrag.
- Afsluiter: Sluit je les bewust af. Evalueer met je leerlingen of de doelen zijn bereikt.
- Coach (toegevoegd in 2018): Begeleid leerlingen in hun leerproces. Stel vragen die aanzetten tot reflectie en stimuleer eigenaarschap.
Deze rollen vormen de kern van een les waarover je ook met collega’s kunt praten en elkaar feedback op kunt geven.
Niveau 2: Passende werkvormen kiezen
Zodra je klassenmanagement solide staat, kun je als didactisch professional verder doorgroeien naar niveau 2. Je ontwikkelt vaardigheden in het ontwerpen van passende en activerende werkvormen, met speciale aandacht voor leerlingmotivatie en betrokkenheid. Je werkt aan “constructive alignment”: een pedagogisch principe waarbij werkvormen naadloos aansluiten op je leerdoelen én de gehanteerde toetsing. Op dit niveau verdiep je dus je expertise als didacticus en onderwijsontwerper.
Niveau 3: Omgaan met verschillen in de klas
Je leert differentiëren op inhoud, tempo of aanpak. Je houdt rekening met verschillen in niveau, achtergrond of ondersteuningsbehoeften. Je leert subgroepen begeleiden en alternatieve routes bieden waar nodig. Je gaat je als pedagoog en didacticus nog verder ontwikkelen.
Niveau 4: Zelfregulatie en eigenaarschap stimuleren
Op het hoogste niveau begeleid je leerlingen naar zelfstandig leren en eigenaarschap van hun leerproces. Je leert scaffolding-technieken toepassen en helpt leerlingen om effectief te plannen, reflecteren en realistische leerdoelen te stellen. Jij wordt meer leercoach dan traditionele instructeur, wat bijdraagt aan duurzame leerresultaten.
Verder lezen: de zes rollen van de leraar
In onze blog de zes rollen van de leraar vind je meer uitgebreide informatie over dit onderwerp.
Waarom het teamgesprek zo belangrijk is
Je kunt de beste uitleg ter wereld geven, maar als jouw collega’s daar totaal anders in staan, missen leerlingen de rode draad. Goed lessen staan niet op zichzelf. Ze ontstaan als teams samenwerken aan een gezamenlijk en helder doel. Als collega’s vragen aan elkaar durven te stellen, kritisch durven te zijn, feedback geven en elkaars lessen bezoeken met een open blik. Maar daar is wel duidelijkheid voor nodig: waarom doen we dit, wat verwachten we, en hoe kunnen we elkaar ondersteunen? Daarom stellen we bij September Onderwijs altijd de volgende vraag:
👉 Wat verstaan júllie, als team, onder een goede les?
Zonder gedeelde onderwijsvisie heeft iedereen z’n eigen definitie van leskwaliteit en raken leerlingen de rode draad kwijt. Het teamgesprek hierover helpt dit helder te krijgen en zorgt voor consistente onderwijskwaliteit. En precies dát is wat de onderwijsinspectie ook steeds nadrukkelijker meeweegt: niet alleen de kwaliteit van individuele lessen, maar of je hier als schoolteam bewust en cyclisch aan werkt met concrete verbeteracties.
- Is er een gedeelde visie op leskwaliteit?
- Evalueer je met elkaar wat werkt?
- Gebruik je die evaluaties om te verbeteren?
- Wordt dit zichtbaar in beleid, schoolplan of gesprekken?
Wil je hier alvast een klein begin mee maken? Gebruik de gespreksstarter hieronder in je volgende teamoverleg. Hierna in deze blog delen we een stappenplan over hoe je zelf verder aan de slag kunt gaan om meer impact te maken op leskwaliteit
💡Gespreksstarter: Een Goede Les
Deze oefening kun je doen tijdens een studiedag of teamoverleg:
Bespreek met elkaar:
- Wat vind jij belangrijk in een goede les?
- Wat doen we al vanzelf? Wat willen we versterken?
- Wat heeft onze leerlingen nodig?
- Waar wringt het tussen je ideaal en de dagelijkse praktijk?
➡️ Laat groepjes eventueel een top 3 samenstellen. Verzamel die op een flip-over of digitaal en onderzoek: Waar zitten we op één lijn? Waar denken we verschillend?
Aan de slag met leskwaliteit
Bij veel scholen gaat het goed: het gesprek over onderwijsontwikkeling is op gang en je ziet teams enthousiast aan de slag gaan en reflecteren op leskwaliteit. Maar we zien ook dat een aantal scholen nog voor een uitdaging staan: op papier staan mooie onderwijsambities beschreven. Maar hoe zorg je dat dit ook écht gaat leven in de dagelijkse onderwijspraktijk en meetbare leerresultaten oplevert?
Uit gesprekken en trajecten die we afgelopen jaren bij scholen hebben gedaan blijkt dat een goed scholingstraject begint met een de volgende aanpak effectief te zijn:
1️⃣ Zorg voor een fijne cultuur om te leren
Niemand wordt beter door alleen maar te horen wat ‘fout’ gaat, en meningen en feedback vragen om een veilige leeromgeving. Het gebeurt echter nog vaak dat scholen in trajecten stappen waar die veilige basis nog niet is. Je kunt dan aan mensen blijven trekken, maar als mensen zich niet veilig voelen om zich uit te spreken, kun je ook niet op de juiste manier het gesprek aan gaan. Zorg dus altijd voor een veilige basis waar het geven en ontvangen van feedback normaal is. Bespreek niet functioneringsgesprekken niet alleen wat er niet goed gaat, maar zoom juist in op wat goed gaat, talenten en groeiambities.
💡 Zorg er eerst voor dat mensen zich gezien en gehoord voelen, zodat je samen kunt bouwen aan leskwaliteit.
2️⃣ Daarna: waar willen we naartoe?
Een goed les begint met een gezamenlijk idee over wat “goed lesgeven” is. Als de één lesbezoeken ervaart als controle, en de ander als een kans om te leren, dan praat je langs elkaar heen. Zrog dat er een gezamenlijke visie is én een helder plan. Niet alleen de directie moet zich in de visie herkennen, maar het gehele schoolteam.
Voordat je koers bepaalt, moet je weten waar je nu staat. Doe een nulmeting: hoe ziet de lespraktijk er op dit moment uit? Wat gaat goed, wat vraagt aandacht? Dit hoeft geen ingewikkeld onderzoek te zijn – observeren, lesbezoeken en gesprekken kunnen al veel opleveren.
💡 Bespreek samen hoe je wilt dat de lessen eruitzien, en zorg dat het voor iedereen duidelijk is.
3️⃣Maak het concreet en duidelijk
Onderwijsvisie is waardevol, maar wat betekent het concreet in de dagelijkse lespraktijk? Zorg ervoor dat de vertaling naar de praktische uitvoering niet ontbreekt. Gebruik concrete voorbeelden, kijkwijzers voor lesontwerp, rubrics voor leskwaliteit of gestructureerde observatieformulieren. Welk professioneel gedrag moeten docenten laten zien? Hoe kunnen we er samen aan werken om onderwijskwaliteit te verbeteren? Zo weet iedereen waar ze aan toe zijn en waar nog aan gewerkt moet worden voor optimale leerresultaten.
Bij verschillende scholen waar wij werken met de “zes rollen van de docent”. De gastheer die zorgt voor een welkom gevoel, de presentator die duidelijk en boeiend uitlegt, de didacticus die zorgt dat de les klopt. Maar ook: de pedagoog, de afsluiter en de coach. Iedereen herkent zich wel sommige rollen meer dan in andere. Daardoor zie je dat er een gezamenlijke taal ontstaat. Je hebt het dan niet over een “les die even niet zo lekker liep”, maar: “ik merkte dat ik in mijn rol als afsluiter tekortschoot vandaag”.
💡Werk aan een gezamenlijke, duidelijke taal
4️⃣ Blijf investeren in het team
Workshops voor docentprofessionalisering, coaching, intervisie, professionele leergemeenschappen voor onderwijsinnovatie… het moet een gewoonte zijn om continu te blijven leren en ontwikkelen, niet iets wat je één keer per jaar doet. Niet alleen theoretische kennis, maar juist praktisch oefenen, reflecteren op lespraktijk en sparren met collega’s over onderwijsmethoden. Jammer genoeg zijn er nog steeds veel scholen waar workshops een eenmalige gebeurtenis zijn: het team volgt een training en daarna wordt er weinig structurele follow-up gegeven. Bij succesvolle scholen zien we in 2025 dat trainingen onderdeel zijn van een doorlopend proces van schoolontwikkeling. Na een training wordt er individueel gecoacht om aan persoonlijke leerdoelen te werken, er vinden regelmatige intervisies plaats waar teams ervaringen delen over lesmethoden en er worden concrete afspraken met elkaar gemaakt voor onderwijsverbetering.
💡Zorg voor borging van het geleerde
5️⃣ Geef leiding met een kop en een staart
Leiderschap speelt een belangrijke rol. Schoolleiding moet zichtbaar meedoen. Niet alleen mooie woorden, of op afstand aan touwtjes trekken. Maar ook langs de klas lopen, het gesprek aan te gaan, en ondersteuning bieden.
💡Kijk als schoolleider mee in de lessen en zorg ervoor dat je getraind bent om te observeren.
6️⃣ Check regelmatig hoe het gaat
Gebruik data en feedback om te zien of het werkt. Zijn de lessen beter? Voelen docenten zich gesteund? Zijn de leerlingen gebaat? Op basis daarvan kun je bijsturen. Dit is ook waarom je altijd met een nulmeting begint. Zodat je later kunt zien of er verbetering is.
💡Meet verschillen en leskwaliteit
Dus, wat is nu een goede les?
Wat een goed les en kwaliteitsvol onderwijs is, blijft vaag. Tenzij je het samen bepaalt. Misschien is een goede les wel gewoon een les waarin je als docent weet wat je doet, waarom je het doet, en het lukt om je ook lukt om leerlingen mee te nemen. Een les waarin structuur is, maar ook ruimte. Waarin jij zelfverzekerd bent staat, en je leerlingen zich veilig voelen. En een goede les begint vooral met een goed gesprek. Iets waar je met collega’s samen over kunt praten. Niet iets wat je alleen in je eigen lokaal uitvogelt, maar een onderwerp waar je samen aan werkt.
Wil je hier als school echt werk van maken? Dan moet het meer zijn dan losse ambities op papier. Bij September Onderwijs denken we mee over een aanpak die bij jouw school past.
Bronnen
https://www.onderwijskennis.nl/kennisbank/klassenmanagement-in-de-praktijk
Evertson, C. M., & Weinstein, C. S. (2006). Classroom Management as a Field of Inquiry. In C. M. Evertson & C. S. Weinstein (Eds.), Handbook of classroom management: Research, practice, and contemporary issues (pp. 3–15). Lawrence Erlbaum Associates Publishers.
Moos, R. H., & Trickett, E. (1974). Classroom Environment Scale (CES) [Database record]. APA PsycTests.
Tomlinson, C. A. (2014). The differentiated classroom: Responding to the needs of all learners. Ascd.
https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2023/03/06/monitor-leskwaliteit
Surma, T., Vanhoyweghen, K., Sluijsmans, D., Camp, G., Muijs, D., & Kirschner, P. A. (2019). Wijze lessen: Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek. Ten Brink Uitgevers.







