✓ Beoordeeld met een 8,9

✓ 10+ jaar ervaring

✓ CRKBO & NRTO gecertificeerd

Gemiddelde
beoordeling

8.9

10 Slimme manieren om voorkennis te activeren| Blog

Een goede les begint niet pas bij je uitleg — die begint al bij het ophalen van voorkennis. Binnen het EDI-model (Expliciete Directe Instructie) is dat één van de belangrijkste stappen om leerlingen écht mee te nemen in het leerproces. Maar hoe doe je dat op een leuke, effectieve manier? In deze blog ontdek je waarom het activeren van voorkennis zo belangrijk is en krijg je praktische werkvormen aangereikt om direct toe te passen in de klas.

Hoe helpt het activeren van voorkennis leerlingen?

Het activeren van voorkennis helpt leerlingen om informatie te begrijpen en beter te onthouden. Je geeft leerlingen als het ware een kapstok waar ze nieuwe informatie aan kunnen hangen. Door voorkennis te activeren, kunnen leerlingen verbanden zien tussen eerdere leerervaringen en nieuwe instructies. Daarnaast bouwt het voort op wat leerlingen al weten, biedt het leerlingen een kader om nieuwe informatie beter te begrijpen en geeft het docenten informatie over formatieve beoordeling waarmee ze de instructies kunnen aanpassen. Dat is handig, want dan kun je je uitleg meteen aanpassen als dat nodig is.

Ook binnen het EDI model is het activeren van voorkennis echt een belangrijke eerste stap. Het activeren van voorkennis helpt leerlingen om nieuwe dingen te koppelen aan wat ze al weten. Het is dus eigenlijk een soort warming-up voor de rest van de les. Je bereid als leerlingen voor op wat er gaat komen. Dit heeft meerdere voordelen:

  • Voorkennis activeren voorkomt cognitieve overbelasting: Door voorkennis te activeren, help je de hersenen om nieuwe informatie te verbinden met wat al bekend is. Dit zorgt voor minder stress en overbelasting, omdat de leerling de informatie beter kan verwerken.
  • Voorkennis activeren zorgt voor betere leerresultaten: Nieuwe kennis wordt makkelijker opgenomen als deze wordt gekoppeld aan bestaande kennis. Hierdoor begrijpen leerlingen de stof sneller en dieper. Binnen het EDI model is dat precies het idee: bouw voort op wat er al is.
  • Voorkennis activeren zorgt voor meer motivatie en betrokkenheid: Wanneer leerlingen ontdekken dat ze al iets weten over het onderwerp, voelen ze zich competenter. Dit vergroot hun motivatie en maakt ze actiever in het leerproces.

Waarom is voorkennis activeren neurobiologisch zo belangrijk?

Vanuit neurobiologisch perspectief werkt ons brein als een gigantisch netwerk van verbindingen. Nieuwe informatie wordt niet zomaar opgeslagen, maar gekoppeld aan bestaande neurale paden onze voorkennis. Onderzoek toont aan dat wanneer we voorkennis activeren, de hippocampus (ons geheugencentrum) actief wordt en verbindingen maakt tussen nieuwe en bestaande informatie. Dit proces, genaamd ‘elaboratieve verwerking’, zorgt ervoor dat nieuwe kennis beter wordt onthouden en toegepast.

Binnen het EDI-model vormt voorkennis activeren de essentiële eerste stap van de instructiecyclus. Het fungeert als de brug tussen wat leerlingen al weten en wat ze gaan leren. Zonder deze stap blijft nieuwe informatie vaak geïsoleerd en wordt het moeilijker om diepgaand begrip te ontwikkelen.

10 Manieren om voorkennis te activeren

Nu je weet hoe belangrijk het is om voorkennis te activeren, is het tijd voor de praktijk: hoe pak je dat nou aan in je les? Hieronder vind je vijf simpele maar effectieve manieren die perfect passen binnen het EDI model. Ze helpen je leerlingen om actief te starten én zorgen ervoor dat jij als docent meteen weet waar iedereen staat.

1. Brainstormsessie

Een eenvoudige manier om voorkennis te activeren is door een brainstormsessie te organiseren. Vraag leerlingen om in kleine groepjes na te denken over wat ze al weten van het onderwerp. Dit kan mondeling, maar je kunt ze ook laten opschrijven of op een digitaal bord laten plaatsen, zoals padlet. Vraag bijvoorbeeld “Wat weet jij al van…(naam begrip)”. Op die manier komen voegen leerlingen hun voorkennis samen die je later klassikaal kunt bespreken.

Voordelen: Het brengt de voorkennis naar boven en stimuleert samenwerking en discussie.

2. Kennisquiz

Met een korte kennisquiz kun je snel zien wat leerlingen al weten over het onderwerp. Dit hoeft geen officiële toets te zijn, het doel is om voorkennis te activeren en te inventariseren. Gebruik bijvoorbeeld een digitale tool zoals Kahoot om het speelser te maken. Een andere effectieve manier is door gebruik te maken van de hoeken van het klaslokaal. Iedere hoek van het lokaal representeert een antwoordoptie. Dit ook nog eens een leuke ‘energizer’ omdat de leerlingen in beweging zijn.

Voordelen: Het is laagdrempelig, leuk voor leerlingen en geeft jou als docent direct inzicht in hun kennisniveau.

3. Mindmap

Een mindmap of woordweb helpt leerlingen om hun kennis visueel in kaart te brengen. Laat ze beginnen met een centraal thema en daaromheen relevante begrippen, ideeën of feiten schrijven die ze al kennen. Dit stimuleert niet alleen hun geheugen, maar helpt ook bij het structureren van nieuwe informatie.

Voordelen: Leerlingen zien direct verbanden tussen bestaande en nieuwe kennis, wat hen helpt de stof beter te begrijpen.

4. Entreeticket

Een andere effectieve manier om voorkennis te activeren is het gebruik van een entreeticket. Dit is een korte opdracht of vraag die leerlingen beantwoorden aan het begin van de les, vaak op papier of digitaal. Het entreeticket bevat vragen of opdrachten die hen dwingen na te denken over de stof die ze al kennen of eerder hebben geleerd. Deze werkvorm geeft jou als docent direct inzicht in het kennisniveau van de leerlingen en bereidt hen tegelijkertijd voor op de les.

Voordelen: Het entreeticket creëert een moment van reflectie aan het begin van de les en biedt je meteen inzicht in de mate van voorkennis van de leerlingen.

5.Terugblik

Een variant op bovenstaande werkvorm die bij September regelmatig positief ontvangen wordt is het starten van de les met een gesprek over de vorige les. Je kunt deelnemers bijvoorbeeld vragen: “Wat weet jij nog van de vorige keer?” en ze 10 minuten laten praten met een buurman of buurvrouw. Tijdens deze gesprekken moeten de deelnemers even goed nadenken over de behandelde stof en wordt er een interessante uitwisseling van ideeën op gang gebracht.

Na de gespreksronde kun je als docent feedback geven op wat er is besproken. Dit biedt de kans om te controleren of de stof goed is begrepen, eventuele hiaten te vullen, en de leerstof nog een keer te herhalen voordat je verdergaat met nieuwe informatie.

Voordelen: Dit gesprek stimuleert het ophalen van voorkennis en activeert de leerlingen direct aan het begin van de les. Het creëert ook een leermoment waarin je kunt herhalen en verdiepen.

6. Wat hoort erbij?

Bij deze werkvorm presenteer je een aantal woorden, begrippen of afbeeldingen waarvan sommige wél en andere níet bij het thema horen. Leerlingen moeten bepalen welke items verbonden zijn aan het onderwerp en kort toelichten waarom.

Voorbeeld bij het thema energiebronnen:

BegripHoort bij het onderwerp?Waarom?
Zonnepanelen✔️We halen hier duurzame energie uit
VulkanenMisschien? → discussie
Batterijen✔️Opslag van energie

Het leuke aan deze werkvorm is dat het vaak verrassende gesprekken oplevert. Ook kunnen misconcepties snel zichtbaar worden. Dat is waardevol binnen formatieve evaluatie.

Voordelen:
Het stimuleert kritisch denken, maakt voorkennis expliciet zichtbaar en helpt jou bepalen of je instructie moet vertragen, versnellen of verdiepen.

7. Je eigen voorbeeld

Bij deze werkvorm vraag je leerlingen om een voorbeeld te geven van het thema uit hun eigen omgeving of ervaring. Denk aan:

  • Bij wiskunde: “Waar heb jij symmetrie gezien dit weekend?”
  • Bij Nederlands: “Wanneer hoorde je iemand een metaforische uitdrukking gebruiken?”
  • Bij biologie: “Waar gebruik jij je longen bewúst, behalve tijdens sporten?”

Deze werkvorm sluit aan bij motivatieprincipes zoals autonomie, relevantie en eigenaarschap. Leerlingen ontdekken dat wat ze leren betekenis heeft buiten het klaslokaal — en dat zorgt voor hogere betrokkenheid.

Voordelen:
Zorgt voor verbinding met de werkelijkheid van leerlingen, verhoogt motivatie en maakt leren persoonlijk en betekenisvol.

8. Vier-kwadrantenkaart

Bij deze werkvorm krijgen leerlingen een vel met vier vakken:

Wat weet ik al?Wat denk ik dat belangrijk is?
Wat snap ik nog niet?Waar wil ik meer over weten?

Ze vullen dit kort (2–4 minuten) zelfstandig in en bespreken daarna in tweetallen of een klein groepje. Daarna kun je klassikaal enkele inzichten ophalen of clusteren op het bord.

Deze werkvorm maakt niet alleen voorkennis zichtbaar, maar laat leerlingen ook reflecteren op hun eigen begrip — dit stimuleert metacognitie.

Voordelen:
Geeft inzicht in voorkennis én onzekerheden, activeert denken en helpt jou als docent om instructie doelgerichter af te stemmen.

9. Gebruik een voorwerp (object-activatie)

Neem een concreet object mee dat iets te maken heeft met de les. Denk aan:

  • een kompas bij aardrijkskunde
  • een fietsbel bij natuur & techniek
  • een oude munteenheid bij geschiedenis
  • een boekfragment of krantenkop bij Nederlands

Laat leerlingen in tweetallen bespreken:
👉 Wat kan dit te maken hebben met de les van vandaag?

Het fysieke element maakt leerlingen nieuwsgierig en activeert voorkennis via associatief denken.

Voordelen:
Verhoogt betrokkenheid, maakt de les tastbaar en stimuleert nieuwsgierigheid — een krachtige trigger voor leren.

10. Stellingenlijn

Leg een lijn in de klas (met tape of denkbeeldig). Geef leerlingen stellingen die te maken hebben met het onderwerp, zoals:

  • “De Romeinen waren vooral vredelievend.”
  • “Een cirkel heeft hoeken.”
  • “Technologie maakt ons leven altijd beter.”

Leerlingen positioneren zich op de lijn: eens — neutraal — oneens.

Daarna laat je enkele leerlingen hun keuze toelichten:
👉 Waarom sta jij hier? Waar baseer je dat op?

Het doel is niet om meteen het juiste antwoord te vinden, maar om voorkennis, aannames en redeneringen zichtbaar te maken.

Voordelen:
Zorgt voor actieve deelname, stimuleert kritisch denken en maakt opvattingen en misconcepties direct zichtbaar.

Uitdagingen en oplossingen bij het activeren van voorkennis

Hoewel het activeren van voorkennis essentieel is, kom je in de praktijk soms tegen uitdagingen. Hieronder vind je de meest voorkomende scenario’s en concrete oplossingsstrategieën om deze effectief aan te pakken.

Wat als leerlingen geen voorkennis hebben?

Soms lijken leerlingen geen voorkennis te hebben over het onderwerp. Dit kan frustrerend zijn, maar er zijn effectieve manieren om hier mee om te gaan:

  • Zoek naar aangrenzende kennis: Vraag naar gerelateerde onderwerpen of ervaringen. Bij het onderwerp ‘fotosynthese’ kun je bijvoorbeeld vragen naar planten, zonlicht of zuurstof.
  • Gebruik analogieën: Koppel het nieuwe onderwerp aan bekende situaties uit hun dagelijks leven.
  • Start met basisconcepten: Begin met zeer eenvoudige, universele concepten die iedereen kent en bouw daarop voort.

Hoe ga je om met verkeerde voorkennis?

Verkeerde voorkennis kan het leerproces belemmeren. Zo pak je dit aan:

  • Erken de misconceptie: Negeer verkeerde antwoorden niet, maar gebruik ze als leermomenten.
  • Stel kritische vragen: Help leerlingen zelf ontdekken waarom hun voorkennis mogelijk niet klopt door gerichte vragen te stellen.
  • Gebruik contrasten: Toon duidelijk het verschil tussen de verkeerde en juiste informatie met concrete voorbeelden.

Wat te doen bij passieve leerlingen?

Niet alle leerlingen participeren actief. Probeer deze strategieën:

  • Maak het persoonlijk: Koppel het onderwerp aan hun eigen interesses en ervaringen.
  • Gebruik verschillende werkvormen: Wissel af tussen individueel, in tweetallen en in groepjes werken.
  • Geef denktijd: Gebruik de ’think-pair-share’ methode: eerst individueel nadenken, dan bespreken met een partner, daarna delen met de klas.

Hoe voorkom je dat voorkennis activering te veel tijd kost?

Tijdmanagement is cruciaal. Zo houd je het efficiënt:

  • Stel heldere tijdslimieten: Geef aan hoeveel tijd er beschikbaar is en houd je daaraan.
  • Gebruik timers: Visuele tijdsindicatoren helpen leerlingen gefocust te blijven.
  • Beperk de scope: Focus op 2-3 kernconcepten in plaats van alles wat leerlingen weten.
  • Combineer met andere activiteiten: Laat leerlingen bijvoorbeeld tijdens het binnenkomen alvast een entreeticket invullen.

Voorkennis activeren met het EDI model

Het activeren van voorkennis is een essentieel onderdeel van het EDI model en speelt een grote rol in het succes van het leerproces. Door voorkennis te activeren, zorg je ervoor dat leerlingen nieuwe informatie beter kunnen opnemen, beter voorbereid zijn en actiever betrokken raken bij de lesstof. Werkvormen zoals een brainstorm, een kennisquiz of een mindmap zijn simpele, maar effectieve manieren om dit proces te ondersteunen. Ze maken leren actiever, efficiënter en effectiever.

Wil je meer weten over het gebruik van het EDI model in de praktijk? In onze blog stapsgewijs naar zelfstandigheid in het onderwijs met EDI lees je de tips van onze EDI trainer Ilse. Ook hebben we een blog geschreven Alles over het EDI model. In deze blog vind je nog meer tips en informatie over het EDI model.

Bronnen:
Hollingsworth, J., & Ybarra, S. (2023). Expliciete Directe Instructie 2.0 (EDI): Tips en technieken voor een goede les. Pica.


Cursus Expliciete Directe Instructie (EDI)

Wil jij weten hoe je het EDI-model toepast in je lessen? Onze training EDI (Expliciete Directe Instructie) is bedoeld voor docenten en onderwijsprofessionals die leerlingen op een bewezen effectieve manier willen begeleiden. Deze training EDI over het EDI model is geschikt voor het hoger onderwijs, basisonderwijs en het voortgezet onderwijsniveaus.

Gerelateerde trainingen

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

Vraag onze brochure aan

Bekijk ons cursusaanbod

Verhalen uit het onderwijs

Coachtechnieken en werkvormen

Misschien vind je dit ook interessant?